Archief
Jaargang:

Wij en ik (Bijbels QRS)

Door ds. Trinette Verhoeven
Gepubliceerd april 2009, jaargang 12, nr. 115

Bijbels QRS De bijbel staat vol woorden. Gedurende de geschiedenis heeft de mens, de kerk, die woorden een eigen leven ingeblazen. En er woorden aan toegevoegd, die bij nader inzien helemaal niet in de bijbel staan.

In onze maatschappij draaien wij op voor onze eigen fouten. We moeten er niet aan denken dat een ander ervoor zou moeten boeten. Dat maakt het moeilijk om in de lijdenstijd te accepteren dat Jezus zou moeten opdraaien voor onze fouten. Als er fouten zijn, dan moet God ons er maar persoonlijk op aanspreken.

Goede Vrijdag is daarom voor velen een moeilijke dag.

‘Hij heeft geleden voor onze zonden.’

Wat betekent dat? Het lijkt de moeite waard te kijken in welke traditie de gedachte gegroeid is, dat een mens voor de fouten van een andere mens zou moeten lijden.

Jezus is een zoon van Israël. Het oude Israël stond in een andere traditie dan de onze. Wij leven in een individualistisch getinte maatschappij, terwijl in het Oude Testament grote waarde gehecht wordt aan het leven in de gemeenschap. Het volk Israël wordt als volk tot bestaan geroepen. Er treden individuen op als Mozes en Jozua, maar zij maken onlosmakelijk deel uit van de gemeenschap. Hun lot is daarmee verbonden. Als de gemeenschap zondigt, worden zij daarop aangesproken.

Maar dat is niet het enige. Zonden gaan van geslacht op geslacht. In de tien geboden staat dat ‘de zonden van de vaderen bezocht zullen worden aan de kinderen’.

Dat mogen wij zo vertalen: zonden van de enkeling worden zonden van de gemeenschap.

Pas in de bijbelboeken Ezechiël en Jeremia, in een relatief late tijd, worden bij die gedachte voor het eerst vraagtekens gezet. Men vindt het opeens niet vanzelfsprekend meer dat de kinderen opdraaien voor de zonden van de ouders. Maar Ezechiël verandert daarom zijn theologie nog niet. Hij blijft het volk als volk aanspreken. Hij vertrouwt op het rechtvaardig oordeel van God – hij zal de kinderen niet te zwaar straffen – en blijft vasthouden aan de idee dat God de zonden van de vaderen terecht aan de kinderen bezoekt.

Hij laat het idee van de gemeenschap niet varen. Wij worden allemaal samen gered, of we worden niet gered. Daar moeten we allemaal voor instaan. Zo zou je zijn gedachte kunnen omschrijven. En er zit iets moois in. Samen zullen we de noden dragen.

Maar wat gebeurt er als de gemeenschap niet in staat is haar taak te volbrengen? Wat als de maatschappij zo versplinterd raakt dat de zonen de zonden niet meer kunnen dragen? Dan moet er één zoon zijn, die voor allen de zonden draagt om een nieuw begin van gemeenschap mogelijk te maken.

Wij zuchten op Goede Vrijdag. We zouden ons ook kunnen verheugen. Want God heeft ons willen verlossen van de vraag hoe wij de zonden zouden kunnen dragen, om ons de ruimte te geven een nieuwe gemeenschap te vormen: één lichaam met Christus als hoofd.

 

Margreet Klokke, predikant van de Kloosterkerk, en Trinette Verhoeven, predikant van de Lutherse Kerk, schrijven om beurten een aflevering van deze theologische rubriek. De titel is een knipoog naar het befaamde boek ‘Bijbels ABC’ van K.H. Miskotte.

| |