Archief
Jaargang:

Willem is dakloos: 'Geen ideaal leven. Maar ik voel me vrij’

Door Margot C. Berends
Gepubliceerd december 2009, jaargang 13, nr. 121

Interview Willem is dakloos. Met de straatkrant verdient hij eten, drinken, tabak en soms een warm bed. ‘Mijn verleden… ach, ik kan er niet om huilen. Gelukkig heb ik een paar vrienden.’

Willem: ‘Het is belangrijk om mensen te behagen, dan behaag je jezelf ook.

Foto Rogier Chang

Willem: ‘Het is belangrijk om mensen te behagen, dan behaag je jezelf ook.

‘Een gezinsleven? Dat had ik tot eenentwintig jaar geleden. Door omstandigheden is dat uit elkaar gevallen. Mijn ex-vrouw zie ik praktisch nooit, m’n zoon en kleinkinderen zie ik vaak – gelukkig. Die problemen, die wil ik achter me laten.
Hoewel, ach, ik kan het ook wel vertellen. Ik ben aan de drugs geraakt. Ik was stratenmaker, en m’n knieën zijn daaraan kapot gegaan. Ik kon niet meer werken, en ben een half jaar bezig geweest om een uitkering te krijgen. Toen heb ik bij die man de papieren in z’n mond gedouwd en heb gezegd: hou je centen maar, ik verdien ze zelf wel. Ik had die uitkering misschien op den duur wel gekregen, maar ik had het helemaal gehad. Ik zei ook: als ik moet stelen, is dat jullie schuld. Ik weet het wel: ík doe het en dus ben ik de schuldige. Maar zij zijn medeschuldige.
Ik kon de pijn in mijn knieën niet meer verdragen. Toen had ik vrienden, nou ja, kennissen, die zeiden dat die pijn weg zou gaan door drugs. Ik heb het een tijd afgehouden, maar ben er toch aan begonnen. Dat is mijn eigen schuld natuurlijk, daar gaat het niet om.
Ik kwam op straat terecht.
Nu ben ik van de drugs af. Maar als je eenmaal in het daklozencircuit zit, is het moeilijk om er weer uit te komen.

Zo zit m’n verleden in mekaar. Het is niet makkelijk, maar ach, ik kan er niet om huilen. Sinds veertien jaar verkoop ik Haags Straatnieuws. Met het geld dat ik verdien, koop ik eten, drinken, tabak. Als ik de kans krijg, slaap ik ergens, lekker warm. Bij de Kessler Stichting bijvoorbeeld. Daar lever je al je spullen in. Ze stoppen alles in een kluis en je krijgt een pyjama van hen aan. Natuurlijk heb ik ook wel eens behoefte aan iets privé’s. Behoefte om alleen te zijn. Gelukkig kan ik dan terecht op een klein plezierjachtje van mijn zwager. Daar slaap ik dan. Even niemand om me heen.’

Geen minuut
Willem verkoopt de daklozenkrant bij de Albert Heijn in de Torenstraat. Er gaat geen minuut voorbij of hij wordt gegroet, vanaf de straat, vanaf de stoep. Hij antwoordt: ‘Môge, dag! Hallo! Hai! Tot ziens! Ajo!’
Hij kent veel mensen.

Willem verkoopt Haags Straatnieuws bij de Albert Heijn in de Torenstraat.

Foto Rogier Chang

Willem verkoopt Haags Straatnieuws bij de Albert Heijn in de Torenstraat.

‘Iedereen zegt tegen mij: we kunnen niet begrijpen dat je hier elke dag staat, weer of geen weer. Je bent geen mooi-weerverkoper. Nee, ik kan toch niet hier de ene dag wel staan, en vijf dagen niet? Dan raak ik toch mijn klanten kwijt? Ik heb een klantenkring opgebouwd. Ik heb een positieve instelling. Ik vind dit geeneens onprettig werk; je bent met mensen onder mekaar, ze praten tegen me, ze zijn amicaal. Het is niet alleen dít [geldgebaar], het is ook een gesprekje: hoe gaat het? Je hebt contact nodig.
Het is belangrijk om mensen te behagen, dan behaag je jezelf ook. Wie goed doet, goed ontmoet. Kijk, iedereen heeft z’n leven. Dat van mij is geen ideaal leven natuurlijk. Maar ik voel me wel vrij. Ik hoef niemand verantwoording af te leggen. Ja, alleen misschien eh… aan daarboven. Verder alleen aan mezelf. Daardoor blijf je hangen in dit leven, zo op straat.
Het is wel opletten geblazen, het straatleven. Mensen zijn cru tegen je, soms. Ze probeerden me wel eens te beroven. Maar ik heb toch ook wel vrienden, een paar. Ik help hen, en ze helpen mij ook. En ik verdien geld. Ik ben eigenlijk eigen baas.’

 

Kerst: de hemel daalt neer op aarde
December is een maand van contrasten. Met Kerst zingen koren de sterren van de hemel. Het kerstkind landt op aarde. Maar in Den Haag anno 2009 leven velen in zorg en angst, of hebben moeite om de eindjes aan elkaar te knopen.
In dit nummer een beeld van uitersten: ‘Gloria in de hoge’, en daarnaast interviews van de straat.

Zie de andere artikelen:

Diep in de buik zitten de hoge tonen

Stadsbeiaardier Heleen van der Weel


Het kan iedereen overkomen


Iconen maken is schilderen met licht


Daklozen met kerst in de cel


Interview met een ex-dakloze

| |