Wim Nieuwenhuize, beheerder kerkhof Abdijkerk: ‘Er liggen hier heel wat bekenden van me’
Door Maarten Das
Gepubliceerd januari 2011, jaargang 14, nr. 132
interview Wim Nieuwenhuize beheert het kerkhof bij de Abdijkerk in Loosduinen. Taxushaagjes, lantaarnpalen, scheve grafstenen, oude bloemen en nabestaanden. Hij houdt alles in de smiezen.
Rustig maakt hij zijn dagelijkse rondje over de begraafplaats. Hoewel hij het liever niet over een begraafplaats heeft. Hij noemt het een hof, en zo staat het ook op het bord bij de ingang. Wim Nieuwenhuize is al sinds 1981 beheerder van de begraafplaats van de Abdijkerk in Loosduinen. Hij is gemoedelijk, in alles wat hij doet.
De beheerder is een geboren Loosduiner. ‘Ik was 26 toen ik trouwde. Daarna ben ik verhuisd naar Moerwijk, waar ik bijna dertig jaar heb gewoond. Sinds 1981 ben ik terug in Loosduinen.’ Wat hij zo leuk vindt aan Loosduinen? ‘Het is een dorp. Je moet nooit tegen Loosduiners zeggen dat het een stad is, ander schieten ze in je nek’, zegt hij met een grijns.
Fantastisch gezicht
Nieuwenhuize geeft een rondleiding over het kerkhof, dat vorig jaar werd gerenoveerd. Er kwam een nieuwe, rollator-vriendelijke ingang en er werden taxussen neergezet aan het begin van elke rij graven. De graven zelf werden ook onder handen genomen: sommige waren erg verzakt. Het duurde vier maanden voordat alles weer op z’n plek was. Buiten het kerkhof staan ouderwetse lantaarnpalen. ‘Die hebben we anderhalve maand geleden gekregen. Jan, de koster, heeft dat aangekaart. Uiteindelijk heeft de burgemeester zich er nog sterk voor gemaakt. Als je hier in het donker loopt, is het een fantastisch gezicht.’
Rommeltje
Elke dag, wanneer hij de begraafplaats op komt lopen, kijkt hij of er onregelmatigheden zijn: een omgevallen grafsteen of oude bloemen. ‘Kijk’, zegt hij als hij een dode plant ziet liggen op een van de graven. ‘Als beheerder ben ik gerechtigd om ouwe bloemen weg te halen, zonder opgaaf van redenen.’ Het lukt nu niet: het vriest. ‘Wanneer de dooi inzet ben ik er direct bij.’
Hij vertelt over de enorme administratie die het beheer van het kerkhof vraagt. ‘Je moet het echt bijhouden, anders wordt het een rommeltje.’ Om een goed overzicht te houden, beheert hij de grafakten. Daarin staat opgetekend tot wanneer de nabestaanden het onderhoud betaald hebben, in welk vak het graf ligt en welk nummer het graf heeft. ‘Daarna haal ik mijn tarievenlijst te voorschijn, waarop weer staat hoeveel het desbetreffende graf kost en wat het begraafrecht kost.’
Levenswijsheid
Bij een van de graven blijft Wim staan. ‘Hier liggen mijn vader, mijn moeder en mijn broer. Mijn broer ging in militaire dienst, kreeg maagkanker en stierf toen.’ Even verderop ligt een oud-klasgenoot van hem. En we wandelen langs het graf van een oud-wijkpredikant bij wie de jonge Wim belijdenis heeft gedaan. ‘Zeggen dat ik iedereen ken is erg optimistisch, maar er liggen inderdaad heel wat bekenden van me.’
Of hij bang is voor de dood? Hij schudt zijn hoofd. ‘Nee hoor’, zegt hij. Hij wijst naar de verslaggever. ‘Op jouw leeftijd vind je het nog eng, hou je het van je af. Ik heb dat nu niet meer.’ Nieuwenhuize is tachtig. Hij vervolgt: ‘Op zo’n kerkhof moet je niet verder denken, maar alles over je heen laten komen. Als je wat ouder bent, zoals ik, is het een soort levenswijsheid. Je aanvaardt dat er een dood staat te wachten.’
Het komt regelmatig voor dat hij een graf moet ruimen, of stoffelijke resten moet overzetten. ‘Dat is natuurlijk niet het prettigste om te doen. Maar dat moet je loslaten. Het is dankbaar werk.’ Hij vertelt over de momenten dat hij de nabestaanden tegenkomt, na een begrafenis. ‘Na al die jaren kan ik redelijk inschatten wanneer een begrafenis afgelopen is. Ik loop dan naar de nabestaanden toe en vraag ze of het naar hun zin was, of er nog wat veranderd moet worden. Ze zijn van streek, dus je moet ze met een bepaalde genegenheid behandelen. Dat waarderen ze.’
Wim Nieuwenhuize besluit: ‘Dit werk zie ik als een vorm van dienstbetoon.’





Sociale media
Follow @KerkDenHaag