Archief
Jaargang:

Zending en missie

Door Margreet R. Klokke
Gepubliceerd mei 2011, jaargang 14, nr. 136

Bijbels QRS

Een vrouw vertelde mij het volgende verhaal – ik mocht er hier over schrijven. Zij heeft twee kleinkinderen. Elke week past ze één dag bij hen op. Pasgeleden legde ze een van de twee in bed.
Hij pakte het gouden kruisje dat ze aan een kettinkje draagt.
‘Wat heb jij daar?’, vroeg hij.
‘Een kruisje’, zei zij.
‘Waar heb jij dat voor?
Zij gaf het eerste antwoord dat in haar op kwam.
‘Dat is een teken dat ik van God houd, en van Jezus.’
‘O’, zei de jongen. ‘Lees je me nog een verhaaltje voor?’

Later op de avond dacht ze terug aan dit moment. Het zat haar niet lekker. Vreemd genoeg had ze juist de laatste tijd, nu ze ouder werd, meer vragen bij haar geloof. Als ze eerlijk was geweest, had ze tegen haar kleinkind gezegd: ‘Ik weet het niet. Ik draag het al heel lang. Het heeft te maken met God. Maar op dit moment weet ik niet zo goed wie dat is…’ Ze vroeg zich af, of het met haar eigen ouders te maken had, dat zij dit níet gedaan had. Die hadden haar immers vroeger geleerd dat je als christen een zending had. Je moest, waar je maar kon, je geloof doorgeven.

Haar verhaal deed me denken aan een anekdote die ik lang geleden van iemand anders hoorde. Hij was in de periode vlak na de oorlog in de vakantie leider van NCSV-kampen. Elke leider had een tent met acht jongens, voor wie hij verantwoordelijk was. Op een keer zat er een jongen in zijn groep, met wie van alles aan de hand was. Hij had het erg met hem te doen.
Toen hij op zondag een preekje moest houden, richtte hij zich in gedachten speciaal op die ene jongen. Dat zou toch mooi zijn, dacht hij, als ik dit kind iets zou kunnen meegeven, waar het wat aan heeft in zijn problemen. Aan het einde van de week kwamen alle jongens hem groeten.
De moeilijke jongen bleef even langer staan, en zei: ‘Ik wilde u nog heel erg bedanken…’
Hij dacht: nu gaat het kind zeggen dat hij veel aan mijn preek gehad heeft!
Maar de jongen zei: ‘Ik wilde u nog bedanken, voor wat u tegen me zei, die ene keer, toen we aan het voetballen waren, weet u wel? Daar heb ik veel aan gehad!’
De man wist echt niet meer wat hij toen voor bijzonders gezegd had.

Ik leer iets van deze twee verhalen, als het gaat om het bijbelse begrip ‘zending’. Dat is niet jezelf overschreeuwen. Maar in alle vrijmoedigheid laten zien wie je bent, in verhouding tot God en de mensen.
Vermoedelijk zal de kleinzoon van de vrouw over wie ik begon later tegen haar zeggen: ‘Ik heb er zoveel aan gehad, wat je tegen me zei, die ene keer, toen we in de dierentuin waren, weet je nog wel?’
En dan zal ze echt niet meer weten, wat dat was...

Margreet Klokke, predikant van de Kloosterkerk, schreef samen met Trinette Verhoeven deze theologische rubriek. Dit was de laatste aflevering van Margreet Klokke. Beiden geven het stokje door. De volgende keer schrijft Dolf Tielkemeijer voor het eerst.

| |