Blijf niet steken in ‘dit kan niet’

In het bijbelboek Lucas staan verschillende wonderverhalen. Ds. Nico Riemersma, die gepromoveerd is op een van die verhalen, bespreekt er nog een paar in zijn nieuwe boek. Hoe dieper hij in de tekst spit, hoe meer een andere realiteit naar boven komt. De realiteit van God.

Een Haagse expert in bijbelse wonderverhalen is ds. Nico Riemersma van de Bosbeskapel. Twee jaar geleden promoveerde hij op ‘Aan de dode een wonder gedaan’, over de opwekking van een dode in Lucas 7:11-17. Begin april verschijnt zijn nieuwe boek, waarin hij via close reading het Lucas-evangelie onder de loep neemt. Ook daarin bespreekt hij een aantal wonderverhalen.
Volgens Riemersma streeft het wonderverhaal ernaar dat de lezer niet blijft stilstaan bij wat menselijkerwijs gesproken niet kan. Hopelijk ontdekt hij of zij door middel van het verhaal dat er een God is, voor wie niets onmogelijk is. Er bestaat nog een andere realiteit.
‘Een wonder is een inbreuk op de binaire logica van de alledaagse ervaring van de lezer’, citeert Riemersma een collega-theoloog. Die lezer moet niet blijven steken in zijn idee van ‘dit kan niet’. Niet de verhouding tussen tekst en realiteit zou het probleem moeten zijn, schrijft Riemersma. Nee, het gaat om de vraag van de verhouding tussen de lezer met zijn concept van de werkelijkheid en de tekst die melding maakt van die andere realiteit.
Lucas, zo stelt Riemersma in zijn proefschrift, wil met zijn wonderverhalen de lezer ervan overtuigen dat hij of zij God als realiteit moet beschouwen, op dezelfde manier als mensen zichzelf als reëel ervaren.

Geen weg zien
In zijn nieuwe boek behandelt Riemersma nog meer wonderverhalen. Bijvoorbeeld het verhaal van de blinde die langs de kant van de weg zit waar Jezus langskomt. Het gaat hier om een blindheid in de zin van ‘geen weg voor je zien’, zegt Riemersma. Evenals in het geval met de moeder van de dode zoon, die opgewekt wordt, spreekt de blinde Jezus aan met ‘Heer’. Uit die titel blijkt dat de moeder en de blinde aan Jezus het gezag en kracht van God (‘Heer’) toekennen. Ze gebruiken het woord ‘Kyrios’, dat verwijst naar God. Alleen God kan wonderen verrichten.
De blinde vraagt: ‘Heer (Kyrios), dat ik zicht krijg.’ Zijn uiteindelijke inzicht dat Jezus Heer is, brengt hem tot het inzicht en geloof dat deze ervoor kan zorgen dat hij zicht krijgt. De blinde wordt weer ziend. (Lucas 18:35-43).
Gebeurt daar nu één wonder of zijn er twee wonderen? Zijn ‘inzicht krijgen’ en ‘ziend worden’ twee verschillende dingen of lopen deze twee wonderen door elkaar? Iets in die trant merkt Riemersma op bij zijn behandeling van het wonderverhaal waarin een Romeinse centurio om genezing van zijn zieke slaaf vraagt. De slaaf geneest, maar in het centrum van het verhaal staat nóg een wonder: dat de (heidense) centurio zo’n groot geloof heeft dat hij dit aan Jezus vraagt. Ook deze man spreekt Jezus aan met het gezag beamende woord ‘Heer’.

Close reading
Wie ervan houdt om een bijbeltekst op detailniveau te ontleden, moet zeker dit tweede boek van Riemersma lezen. Het bewijst dat een tekst niet kapot ge-exegetiseerd hoeft te worden als je er de methode van close reading op toepast. Ook dan blijft het wonder bestaan. Of liever gezegd: juist dan komt naar voren hoe groot het wonder van het geloof kan zijn.

Margot C. Berends

Deel dit artikel