Baltische Berichten (4): Een schuldig bos

Rob van Essen brengt KDH-lezers op de hoogte van zijn belevenissen in Litouwen. Hij is daar namens KDH voor een ‘zomerschool’, een onderdeel van het uitwisselingsproject van de OBAK-stichting (Otto Bartning Arbeitsgemeinschaft Kirchenbau).

‘Don’t mention the war!’, riep Basil (John Cleese) in de legendarische ‘Fawlty towers’-aflevering. Niet over de oorlog praten lukt ook hier in Vilnius niet deze week. Het gaat immers over de ‘herinneringscultuur’ en hier liggen gedenkplekken van bezetting (door nazi’s en communisten) altijd weer op je weg.

Op weg naar het Historisch Instituut liepen we langs het KGB-gebouw, waar op de gevel alle namen zijn vermeld van wie daar gemarteld en vermoord zijn. Naast het gebouw een eenvoudig monumentje dat de Communistische bezetting in herinnering brengt. Professor Alvydas Nikzentaitis opent onze dag met een verhaal over het lastig fenomeen dat ‘gedenken’ mensen niet alleen verenigt, maar ook verdeelt. Het lijkt op de goed-fout discussie die in Nederland na ’40-’45 losbrandde.

Kon je burgemeester in oorlogstijd zijn? Waren verzetsstrijders helden of roekeloze avonturiers? In Litouwen, een land dat verschillende bezetters kende, is het nog ingewikkelder. Wie met de Russen tegen de Duitse bezetter vocht, stond toen de Russen tot bezetters waren geworden aan de foute kant. Met die contradicties in gedachten reden we naar de gedenkplaats Paneriai, in de bossen buiten Vilnius. Tussen 1941 en 1943 werden hier honderdduizend mensen dood geschoten door een commando dat daar een dagtaak aan had. Heel de Joodse bevolking van Vilnius en duizenden Russische krijgsgevangen. Mensen die in de nabijheid woonden hoorden het schieten en zeiden: ‘Ze zijn weer aan het oefenen’. De misdadige krankzinnigheid van wat zich daar afspeelde was voor hen niet te bevatten.

Wie nu in dit prachtige parkachtig landschap rondloopt hoort voortdurend het geluid van passerende treinen. Ze rijden over hetzelfde spoor dat de talloze slachtoffers, mannen, vrouwen en kinderen, daar aanvoerde. Onder de Russische bezetting werden de grafkuilen geopend en kwam de omvang van de misdaad aan het licht. Er werd een gedenksteen geplaatst voor de Russische krijgsgevangenen. Voor de Joden van Vilnius was geen aandacht, het paste niet in de communistische ideologie. Pas in 1991, toen Litouwen onafhankelijk werd, kwam er een steen bij waarop het lot van Vilnius’ Joden herdacht wordt.

Inmiddels heeft in dit bos iedere bevolkingsgroep zijn eigen monument of steen, want zelfs na hun dood blijven ze twistappel voor de levenden. Waren de beulen alleen maar de Nazi’s of zaten er ook politiemensen uit Vilnius in het doodseskader? Op een video zie ik dat het heftige discussie oplevert tussen twee mensen die in zekere zin ooggetuigen waren. ‘Praat niet over de oorlog!’ Maar hoe kun je als volk over je toekomst nadenken, als je spoken uit het verleden nog rondwaren?

In Nederland merken we het bij het ‘onschuldige’ Sinterklaasfeest, dat verstoord is door nazaten van ‘tot slaaf gemaakten’. Of ‘zwarte piet’ nu wel of niet een uiting van racisme is, wordt verschillend beantwoord. Maar de discussie heeft mij er bij wel bij bepaald dat ik op school nauwelijks iets heb meegekregen over ons aandeel in de slavernij. Op een zonovergoten plek, bij het Joodse gedenkteken, heeft ons Europese gezelschap nog even nabetracht. In de schoolboeken en de opvoeding moet het beginnen. Als we het er niet over hebben, blijft het spoken.

Rob van Essen
Rob van Essen is onder andere emeritus-predikant en redacteur bij Kerk in Den Haag.

Deel dit artikel