Baltische Berichten (8): Veilig bij elkaar?

Rob van Essen brengt KDH-lezers op de hoogte van zijn belevenissen in Litouwen. Hij is daar namens KDH voor een ‘zomerschool’.

Onder het spoor door, met ‘Stalins bruiloftstaart’ (Russische imitatie van Empire State building) in zicht, lopen we de wijk ‘Klein Moskou’ binnen. Hier woonden nazaten van Russen die eind zeventiende eeuw vanwege godsdienstvervolgingen uit Rusland gevlucht waren. Onder hen ook vele Joden, die er de ‘Grote Koor Synagoge’ bouwden. Deze werd direct volgend op de Duitse bezetting in 1941 in brand gestoken, waarbij vele gelovigen omkwamen in het vuur. Vierhonderd Joden werden die dag in synagogen over heel Riga levend verbrand.

Tijdens de Sovjetoverheersing werden de resten van de synagoge verwijderd en werd er een parkje (!) aangelegd. Pas in deze eeuw zijn er op de voormalige plek van de Grote Koor Synagoge enkele muurdelen teruggeplaatst waaraan een menora bevestigd is. De namen van wie op die 4e juli 1941 omkwamen staan op betonnen gedenkplaten. In tegenstelling tot de oude stad ademt deze wijk trouwens nog de vervallen Sovjetsfeer. Wrakkige houten huizen, woonkazernes en lege plekken waar panden gesloopt zijn. Naast zo’n grauwe woonkazerne sta je dan ineens voor een negentiende-eeuwse houten parel. Het is de Lutherse ‘Jezus-kerk’ die met zijn Griekse zuilen en hoge klokkentoren het plein domineert. De Lutheranen voltooiden hun eerste kerk in deze wijk in 1638. Er waren plannen die kerk naar Christina, koningin van Zweden, te noemen. Maar de burgemeester van Riga zag de kerk als een monument voor de vrede na de Dertigjarige oorlog. ‘Niet door mensenhanden, maar dankzij Jezus beleven wij deze goede tijden. Daarom moet de kerk naar Hem heten’. Vrede was echter een schaars goed in deze contreien en de kerk werd tot drie maal toe door oorlogsgeweld verwoest.

Het huidige gebouw uit 1820 is de grootste houten kerk in Letland. De achthoekige, lichte kerkzaal wordt gedragen door zestien Griekse zuilen. Achter het altaar geen grote afbeelding van de Gekruisigde, zoals in veel Lutherse kerken. Oorspronkelijk hing er een schildering van de doop van Christus, maar sinds 1938 staat er een beeld van een nodigende Christus. ‘Welkom aan de tafel, welkom aan mijn hart!’ In een gidsje van de kerk lazen we dat er in 1941 veel gemeenteleden gedeporteerd zijn. Ze behoorden tot de honderdduizenden die onder Stalin naar de Siberische vlakten verbannen werden. Ik had wel willen weten hoe in de vooroorlogse jaren de verhouding van de Lutheranen was tot de overwegend Joodse bewoners van de wijk. Bij de vreselijke pogroms, waarvan ook de naburige Grote Koor-synagoge het doelwit was, waren ook antisemitische Letse groeperingen betrokken. Zonder op Duitse ‘toestemming’ te wachten richtten zij in delen van de stad moordpartijen aan. Tegenover deze zwarte bladzijde staat de onbaatzuchtige hulp van individuele Letten, hoogleraren en arbeiders, die Joden verborgen voor hun vervolgers. Op allerlei plaatsen kwam ik hun naam en foto tegen, met daarbij vermeld hoeveel mensen ze geholpen hadden en welke prijs velen daarvoor betaalden.

Het is een geschiedenis die pas sinds de onafhankelijkheid in 1991 publieke aandacht krijgt. Is dat laat? Zelfs bij ons, die langer dan twintig jaar bevrijd zijn, schuurt de oorlog nog. Gelovig of niet, de vraag moet gesteld of wij elkaar veiligheid kunnen bieden.

Rob van Essen
Rob van Essen is onder andere emeritus-predikant en redacteur bij Kerk in Den Haag.
Kerk in Den Haag is partner van het educatieve Erasmus + uitwisselingsproject ‘Sacrale ruimten als plaatsen van herinnering’ van de Europese Unie, waaraan tien instellingen in acht landen deelnemen.

Deel dit artikel