Baltische Berichten (slot): Wie wat wil zien moet wandelen

Rob van Essen brengt KDH-lezers op de hoogte van zijn belevenissen in de Baltische staten. Hij is daar namens KDH voor een ‘zomerschool’.

Een Europese ‘zomerschool’ in Vilnius over plaatsen van herinnering en dan als bonus nog een kleine week in Riga, de oude Hanzestad. Ondanks het overvloedig aanwezige openbaar vervoer, hebben we in Riga alles te voet afgelegd. Ook al loop je elke dag regelmatig door dezelfde straten, toch vallen je steeds nieuwe dingen op.

In de eerste plaats is het gewoon uitkijken geblazen. Stoepen die vernieuwd worden, met keien geplaveide straten, geraas van voorbij scheurende motoren (is hier geen decibel maximum?) en de mix van bouwvallen en nieuwbouw. Kelderramen waarachter zich barretjes of reparatiewerkplaatsen verschuilen. Glanzende ‘stolpersteine’ in de stoep voor huizen waaruit joodse burgers zijn weggevoerd en veel sculpturen. Helden van eeuwen geleden, dichters, martelaren, filosofen: meer dan bij ons zijn er plaatsen van herinnering in de openbare ruimte. En dan zijn er nog de kerken waar ik niet over geschreven heb.

Behalve de ‘Jezus-kerk’ bezochten we de in de 13e eeuw gestichte Petrikerk, die een prachtige expositie herbergde van aquarellen en sculpturen uit St. Petersburg. Met een lift – met heuse liftlady! – bereikten we de charmante barokke toren met een prachtig uitzicht (vanaf 73 meter) over de stad. Nog wel als Lutherse kerk in gebruik is de oudste houten St. Johannes de Doper kerk van Riga. Oorspronkelijk Dominicaans, maar na de Reformatie de eerste Lutherse kerk in Riga. Nog steeds een gemeente met een bloeiend gemeenteleven. Opmerkelijk is wel, dat in contrast met ontwikkelingen elders, de Lutheranen in 2016 officieel besloten niet langer vrouwen tot het ambt (dat sinds 1975 voor hen open stond) toe te laten. Van de gastvrouw had ik graag haar mening daarover gehoord. Maar communicatie in andere talen dan Lets en Russisch is een probleem met oudere Letten.

Tenslotte mag hier de prachtige Domkerk (begin 13e eeuw) niet ontbreken. Prachtige glas-in-lood ramen, een reusachtig natuurstenen doopvont en het originele Middeleeuwse altaar. Het ‘grootste orgel ter wereld’ (volgens ons gidsje) was in reparatie. Opvallend waren de Morenfiguren en hoofden in een kerkbank. Wij vroegen ons af of dit verband hield met de Broederschap van de Zwarthoofden, kooplieden uit het Hanzeverleden. Hoe dan ook doet zo’n kerkbank je de vraag stellen wat op deze plaats herinnerd wil worden. De figuren lijken heel natuurlijk afgebeeld, niet karikaturaal of in een slavenrol. Is dit de heilige Mauritius, beschermheilige van de Zwarthoofden, of zijn het zijn medewerkers?

Je ziet, gebouwen en monumenten roepen niet alleen het bekende in herinnering, ze laten je ook vragen stellen bij je eigen geschiedenis. Al wandelend gaf ons dat regelmatig gespreksstof en breidden wij onze zomerschool in tijd en ruimte uit. In het hostel, temidden van jeugdige backpackers uit de hele wereld, heb ik voor Kerk in den Haag mijn indrukken met de lezers gedeeld. Met dank aan Louis, onze gastheer, die ons deze dagen van goede adviezen voorzag. Een busje brengt ons op de laatste dag naar de luchthaven van Riga. Voor twee Euro arriveren we keurig op tijd bij de vertrekhal. Want deze typische Nederlandse observatie mag niet ontbreken: het is goedkoop toeven in de Baltische landen.

Rob van Essen
Rob van Essen is onder andere emeritus-predikant en redacteur bij Kerk in Den Haag.
Kerk in Den Haag is partner van het educatieve Erasmus + uitwisselingsproject ‘Sacrale ruimten als plaatsen van herinnering’ van de Europese Unie, waaraan tien instellingen in acht landen deelnemen.

Deel dit artikel