In-Druk: Pleidooi voor de ziel

Als ik ga winkelen in de Haagse binnenstad hoor ik ze van ver: enthousiaste gelovigen die met gitaar en keyboard en Johan de Heer-repertoire mensen voor Jezus willen winnen. En evenals zo velen loop ik meestal snel door. Van zoveel blijmoedige zekerheid heb ik niet terug. Zij proberen zielen te winnen voor het Lam.
Maar waar is het tegendraadse geluid dat ik tussen de kooptempels laat horen? Helaas heeft het woord ziel een theologische mottenballengeur gekregen, terwijl het toch fundamenteel is. In de Schrift staat het voor het leven zelf! Gelovig-zijn is daarom niet een zaak van het hebben van meer of minder orthodoxe overtuigingen, maar een pelgrimage naar door God bedoelde menselijkheid. Mens, durf te leven!

Al die winkelende mensen om mij heen, ja ik zelf, wij lopen volgens Jezus groot gevaar onze ziel te verliezen. Koopzondagen als eigentijdse invulling van zondagsheiliging. Omdat de economie heilig is verklaard, wankelt het bestaan in Groningen. We hebben ‘sociale media’, maar ze verworden tot bronnen van nepnieuws en wederzijdse verdachtmaking. Onze samenleving mist niet zozeer waarden en normen, ze mist een ziel. Daarom, zo lees ik in het evangelie, is Jezus de weg van het kruis gegaan. Hij leed aan onze zonden. Hij staat voor de afgewezen, verachte en onzichtbaar gemaakte naaste. Hij is op zijn ziel getrapt en schopt niet terug.
Aan het kruis openbaart Jezus dat God niet als een usurpator – overweldiger – in onze werkelijkheid aanwezig is. De God van de Bijbel ‘geeft’ de mens niet slechts vrijheid. Hij is zijn vrijheid! Wie de vrijheid gebruikt om ten koste van anderen te leven, lijdt schade aan zijn ziel.

God is liefde, menen we te weten. Wát liefde is leert een mens pas gaandeweg. Elke keer dat ik het dacht te weten, toen ik verliefd werd, kinderen kreeg, de liefde zag van een dochter die haar demente vader verpleegde, bleek mijn opvatting van liefde te klein, te zelfzuchtig, te burgerlijk. Liefde is Golgotha: eindeloos geduld. Eindeloos dragen. In de psalmen lezen we ‘een ogenblik duurt Zijn toorn, een leven lang Zijn welbehagen’. Dat is zoveel welbehagen dat je er haast onder zou bezwijken!

Al liggen Pasen en Pinksteren – opstanding en uitstorting van de Geest – historisch achter ons, daarmee is het kruis niet achterhaald. Zo in de trant van: een akelig intermezzo, vlug vergeten. In Zijn zwakheid en menselijkheid is Jezus voor ons God. En de Geest die Hij zendt is de Geest die Gods zwakheid, Zijn liefde, communiceert. Jezus is de gewonde genezer: Hij liet de vragen en de pijn toe en zo kon Hij Gods antwoord worden. In de ogen en handen van deze mens was de ontferming en barmhartigheid van God.

De uitdrukking ‘zielen winnen voor het Lam’ is van graaf Von Zinzendorf (1700-1760). Hij realiseerde zich dat wij in de strijd om de ziel van mensen, steeds weer op het kruis moeten zien. Het wijst de weg van wolf naar Lam, de weg van de menswording. Toch goed daarvan te blijven zingen, binnen en buiten de kerk.

Tekst: Rob van Essen

Deel dit artikel