Paulus achterna (5): Treurige godsdienst

Het orakel van Delphi lag in het hart van het Griekse rijk. Je kunt er nog steeds de ‘navel van de aarde’ (een sculptuur) zien. En overal vandaan kwamen armen en rijken, mannen en vrouwen, om bij de tempel van Apollo goddelijke raad te krijgen. Ze leefden in onzekere tijden, op reis gaan was een avontuur waarvan het einde niet vaststond, een oorlog beginnen kon in een nederlaag resulteren. Typerend voor Delphi was dat de ‘Pythia’ – een vrouw die voor het orakel gekozen was – onverstaanbare klanken uitsloeg. Niet zo lang geleden concludeerden archeologen dat dit waarschijnlijk bewerkt werd door vergiftigde dampen uit de aarde. Speciale priesters, ‘prophetai’, interpreteerden deze klanken en zetten ze om in een spreuk. Kenmerkend daarvoor was dat die altijd dubbelzinnig was: het was aan de hoorder om een keuze te maken. Uit het gevolg daarvan zou blijken of hij het orakel goed begrepen had. Deze cultus van Apollo bestreek het tijdvak van 800 voor tot 400 na Christus. Men nam geschenken mee voor de godheid. Hoe mooier, kostbaarder de gift, hoe duidelijker het antwoord.

Offer
In een kerk in Nafplion zagen we bij iconen van Maria talloze gouden votiefgeschenkjes hangen in de vorm van een lichaamsdeel. Zo wordt de vraag om genezing van een kwaal vergezeld van een geschenk om een gunstig antwoord te krijgen. Fascinerend om te zien hoe het christendom het gewaad van de cultuur aanneemt waarin ze ademt. Vanuit Amerika verspreidt het zogenaamde ‘voorspoedsevangelie’ zich over de hele wereld. Wie tienden van zijn inkomen (minimaal!) aan de kerk geeft, zal voorspoed ervaren, promotie op het werk en gezondheid. Het heidendom van Delphi in een modern jasje. In het museum zagen we het beeld van Antinoos. Een mooie, 20-jarige jongen die zich in 130 v.C. in de Nijl verdronk. Hij meende met dit offer zijn resterende levensjaren te kunnen schenken aan keizer Hadrianus die hij bewonderde. Hadrianus gaf hem de godenstatus en liet overal in het rijk standbeelden voor hem oprichten. Treurige godsdienst is het, die leeft uit het misverstand: hoe groter mijn offer, des te toeschietelijker de godheid.

Paulus
Doorkneed in de Thora wist Paulus dat geloof ‘vreze des Heren’ is. Op zijn reizen zal ook hij zich onzeker gevoeld hebben en werd zijn planning door ‘de Geest’ – zo noemt Lucas het – in de war gegooid. Soms kwamen er christenen op zijn pad die – ongevraagd – als ‘orakel’ optraden. ‘Ga niet naar Jeruzalem!’, zei zo’n profeet. ‘Je zult gevangen genomen worden. Paulus bedankte hem vriendelijk en…ging naar Jeruzalem. Geloven betekent ook jezelf trouw blijven en anderen helpen, zelfs al levert dat gevaar en ongemak op. Van God is het vee op duizend heuvels, van de Eeuwige is het zilver en het goud. Hij heeft, wat wij van Hem ontvingen, niet nodig om ons liefde te betonen. Maar met onze liederen en daden mogen we hem wel hoog houden (heiligen) in ons leven. Ook in Delphi moet dat besef geleefd hebben. Op de tempelmuur van Apollo heeft men een loflied aangetroffen uit 120 v.C. met een eenvoudige – de eerst bekende! – muzieknotatie. Schoonheid, vrede en harmonie hoorden bij Apollo. Paulus kende de bron waar we dat -zonder prijs en zonder geld – deelachtig kunnen worden. En hij getuigde daarvan in taal en liederen die zijn tijdgenoten konden verstaan.


Tekst en foto’s: Rob van Essen

Op de foto boven: Antinoos verdronk zichzelf in de Nijl om zijn jeugd te offeren keizer Hadrianus. Deze vergoddelijkte hem voor zijn daad. Hij was eeuwen hét toonbeeld van een knappe jongen

Deel dit artikel