Paulus achterna (6): Kracht van liefde

Korinthe was een belangrijke handelsstad in Paulus’ dagen, die zo’n 300.000 inwoners telde. Heel bijzonder zijn de zeven Dorische zuilen van Apollo’s tempel uit circa 600 v.C. Iedere zuil weegt 16 ton en is ter plekke uit een steenblok van 60 ton gehouwen. De nieuwe tempel voor Apollo genoot in de Romeinse wereld grote faam. De aanwezigheid van onder andere een tempel voor Astarte en Serapis (Egypte) en Kybele (Frytisch) laat zien dat de stad een mix was van vele volken en religies. Er was ook een grote joodse bevolkingsgroep. Daaronder waren er, zoals Prisca en Aquila, joden die in 49 n.C. door een decreet van keizer Claudius uit Rome waren verbannen. Evenals Paulus verdienden ze hun brood als tentenmakers. Zeer waarschijnlijk hadden zij in Rome het geloof in Jezus omhelst. Maar dat is wel een geloof dat botste met het culturele en ethische klimaat in Korinthe.

Clash
Op de burcht (akropolis) van deze Oudgriekse stad, waar de belangrijkste tempels en monumenten werden gebouwd, stond de tempel die aan Aphrodite was gewijd, waar duizend gedienstige meisjes (hiërodulen) de liefde bedreven. De dienst aan Apollo, de tolgelden voor de ‘diolkos’, de weg over de landengte van Korinthe, de productie van het typische Korintische aardewerk van witte klei: die rijkdom creëerde een zelfgenoegzaam klimaat. In zijn eerste brief fulmineert Paulus tegen de rijken die bij de ‘liefdemalen’ de behoeftigen het nakijken geven. Ze bedrinken zich daar zelfs! Als ze dat nu in de tempel van Bachus deden…
In de brieven van de apostel blijkt dat die vroege gemeente in Korinthe allesbehalve voorbeeldig was. Paulus moet zowel binnen de christelijke gemeente, als naar buiten (heidenen en Joden) verdedigen dat de weg van Jezus zelfverloochening vraagt. Geen gepoch met materiële of geestelijke rijkdom. Geen aanspraak op privileges omdat je de Wet houdt of omdat je profetische gaven claimt. Het levert hem uiteindelijk een clash met de synagoge op en hij wordt aangeklaagd en bij de proconsul Gallio gebracht. Hun aanklacht is, vrij vertaald, dat hij mensen op verkeerde ideeën brengt. De tragiek van veel geloof is dat de aanhangers wel de liefde preken, maar niet in staat zijn die op te brengen voor wie anders denken.
Gallio houdt zich zorgvuldig buiten dit religieuze conflict en laat Paulus gaan. De omstanders slaan nu Sostenes in elkaar, die overste van de synagoge genoemd wordt. Zijn naam klinkt later in de aanhef van Paulus’ eerste brief aan de Korinthiërs. ‘Als Gallio die Paulus laat gaan, dan weten wij wel raad met de man die zijn oren naar hem laat hangen’, zo zal het sentiment geweest zijn.

Wij stonden met ons reisgezelschap bij de buma, de plek waarvandaan de consul de bevolking toesprak, en bij het gerechtsgebouw. ‘Hier is het gebeurd’, denk je dan. Angstige momenten, mishandeling en machteloos toezien als je medegelovige mishandeld wordt. Maar zou deze ervaring er mede toe geleid hebben dat Paulus aan de Korinthiërs zijn ‘hooglied van de liefde’ schrijft in het dertiende hoofdstuk van zijn brief? Het gaat daarin niet over romantische liefde, maar om – zoals Martin Luther King zei – de krácht om lief te hebben. Liefde die niet veroordeelt, maar geloof en hoop vruchtbaar maakt.


Tekst en foto’s: Rob van Essen

Op de foto boven: Steen uit de voormalige synagoge in Korinthe.

Deel dit artikel