Verse theologie: Grote woorden uit de Reformatie

Sommige woorden hebben in de loop van de geschiedenis zoveel impact gehad, dat het moeilijk geworden is ze te gebruiken. De woorden die Luther vijfhonderd jaar geleden centraal stelde toen hij, misschien wel zijns ondanks, de pionier van de Reformatie werd, vallen voor veel mensen in die categorie. Schuld, boete, zonde, genade, verlossing, het zijn ook geen eenvoudige termen.

Neem nou het begrip ‘zonde’. Voor een deel van de protestantse geloofsgemeenschappen is het een term die dagelijks terugkomt. De mens is zondig en geneigd tot alle kwaad, was het toch? De traditie van de Heidelbergse Catechismus leeft in bepaalde kringen nog altijd sterk, terwijl anderen er genoeg van hebben.
Als zoon van een dominee die wekelijks over de menselijke zonde preekte kon ik er lange tijd ook niet zoveel mee. Tot ik een leermeester tegenkwam, Gerrit de Kruijf, die ons studenten een belangrijke les leerde. ‘Zonde’, zo zei hij, ‘is niet dat je altijd alles fout doet en dat je niets goed kunt doen. Nee, zonde is dat je altijd het risico loopt dat je met één klap alles wat je zorgvuldig hebt opgebouwd teniet doet en overboord gooit.’ Een zorgvuldig opgebouwde vertrouwensrelatie kun je met één stommiteit kapot maken. Toen ik hem dat hoorde betogen, was het alsof een oud begrip ineens nieuwe betekenis kreeg.

Dit najaar staat de Kloosterkerkacademie, een samenwerkingsverband met de Vrije Universiteit, stil bij 500 jaar Reformatie. Een onderdeel daarvan is dat we ons buigen over dergelijke moeilijke begrippen. Ik ben ervan overtuigd dat het de moeite waard is de grote woorden van de Reformatie niet zomaar overboord te gooien, maar te bezien of ze in de huidige situatie opnieuw kunnen spreken.
Een woord dat zeker in deze categorie valt, is het woord ‘genade’. Het is geen term die we in het leven van alledag nog veel gebruiken. In de taal van theologen wordt het vaak gebruikt, maar daar is het de vraag of dat veelvuldige gebruik de inhoudelijke betekenis niet versluiert. Met name die moeilijke Paulus gebruikt de term dikwijls. John Barclay, een Britse bijbelwetenschapper, heeft het begrip onlangs opgefrist door een boek te publiceren waarin hij het Griekse woord charis niet vertaalt als ‘genade’, maar als ‘geschenk’. Christus als het geschenk van God aan de mensheid. Dat klinkt toch direct heel anders.

Welke associatie roept de term ‘verlossing’ op? Het is een vertaling van het Griekse woord soteria, dat in het begin van onze jaartelling voor allerlei zaken gebruikt werd. De oude Grieken gebruikten het bijvoorbeeld voor de veilige aankomst van zeelieden die een ernstige storm overleefd hadden. Komt ‘redding’ dan niet meer in de buurt? Alleen: redding waarvan? Van een eeuwig onheil? Of misschien wel van een levenswijze die de mens niet dichter bij God en bij zichzelf brengt?
Door de grote woorden van de Reformatie op deze manier te benaderen hoop ik te kunnen komen tot een ‘afstoffen’ van betekenisvolle begrippen. Ik denk namelijk dat ze er nog steeds toe doen.

Tekst: Bert Jan Lietaert Peerbolte, hoogleraar theologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

Kerk in Den Haag bestaat in november precies twintig jaar. De redactie is benieuwd: wat vindt u van het blad/de website? Uw mening (2 minuten invultijd) is ons verjaardagscadeau. Daarmee hopen wij u te trakteren op een nog mooier blad/website. Om de redactie blij te maken: klik hier.

Deel dit artikel