Verse theologie: Dankwoord

Ik ben om. En als je uit een slagersfamilie komt en je vader ooit het Kips-imperium bestierde, dan is stoppen met vlees eten toch een soort Paulus-moment. Daarmee bedoel ik dat moment van Paulus, (dan nog Saulus geheten) de christenvervolger, onderweg naar Damascus. En dan hoort hij de stem van Jezus. Hij vroeg: ‘Wie bent u, Heer?’ Het antwoord was: ‘Ik ben Jezus, die jij vervolgt.’ Paulus wordt christen en hij zal God hebben gedankt om zijn bekering. Mijn dankwoord is horizontaler. Ik zou graag enkele mensen willen bedanken voor mijn nieuwe kijk op al het leven.
Mijn dank gaat allereerst naar Yuval Noah Harari , docent geschiedenis aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem , die in zijn twee boeken Sapiens (‘een kleine geschiedenis van de mensheid’) en Homo Deus (‘een kleine geschiedenis van de toekomst’) haarfijn uitlegt hoe wreed onze consumptie van vlees is. Onder een foto van varkens bij elkaar gepropt in een stal in Homo Deus staat: “Zeugen in ligboxen. Deze uiterst sociale en intelligente wezens brengen het grootste deel van hun leven zo door, alsof ze al worsten zijn”. Toen ik deze boeken uit had besloot ik echt, nu is het genoeg.

Niet dat er geen voorwerk is verricht door anderen. Via de algoritmes van Facebook kwamen vanwege mijn teckelliefde niet alleen zoetgevooisde plaatjes van honden en hun eigenaren in mijn tijdlijn voorbij. Ik werd de afgelopen jaren ook voortdurend met foto’s en verhalen van dierenleed geconfronteerd. Dankjewel Facebook!

En dan zijn er nog de mensen die dit dierenleed aan de kaak stellen. De wakker-diertypes. Fanatiekelingen waren het. Maar nu begrijp ik hen. De onverschilligheid die jarenlang bij mij regeerde, had bij hen al plaatsgemaakt voor diepe verontwaardiging.
Draait mijn overleden vader zich nu om in zijn graf? “Dieren betalen geen belasting” is een zinnetje uit mijn jeugd. Maar dieren betalen wel de prijs, denk ik nu. Massaal. Kippen, koeien en hun kalveren of varkens die gillend het slachthuis worden ingedreven. Dat laatste is een beeld uit mijn jeugd. Ik heb al heel jong de doodsangst bij varkens gezien, toen mijn vader me meenam naar het slachthuis. En ik ben mijn vader dankbaar dat hij me hiervoor niet heeft weggehouden. Want de beelden uit mijn jeugd zijn nu sterker dan ooit.

Ik ben er nog niet uit wat het nieuwe theologische inzicht is dat deze stap in mijn leven me oplevert. Waar in de Bijbel klinkt het protest tegen het bittere lijden van al die dieren? Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Het christendom had zich zo diervriendelijk kunnen ontwikkelen, met zoveel beeldspraak waarin dieren een hoofdrol vervullen, of een verbod in de Tien Geboden op het doodslaan van een ander. Maar onverschilligheid kreeg het voor het zeggen. Zelfs het Verlichtingsdenken maakte het alleen maar erger. Volgens Descartes waren dieren instrumenten die geen pijn voelden.

Vooralsnog overheerst bij mij dus theologische verwarring. Massaconsumptie van vlees en de bio-industrie die dit mogelijk maakt zijn net als de mobiele telefoon of internet onvoorzien en blijven onbenoemd in de religieuze bronnen waar ik uit put. Ik drijf dus op wat ik zie. En mijn ogen zijn open. God zij dank.

Tom Mikkers
Theoloog Tom Mikkers was secretaris van het Remonstrants Broederschap en maakt tegenwoordig tv-programma’s voor de Evangelische Omroep.

Deel dit artikel