Verwarring over ons oudste gebed

Paus Franciscus haalde vorige maand het nieuws door een opmerking over de zesde bede van het Onze Vader. Volgens de Heilige Vader is ‘leid ons niet in verzoeking/bekoring’ een onjuiste weergave van wat Jezus gezegd heeft. God kan gelovigen toch niet in verleiding brengen? Hoe kan God nou toch mensen in een positie plaatsen om verleid te worden? Franciscus vindt dat een onjuiste voorstelling van zaken, omdat God zo niet in elkaar steekt. Een bede om de mens niet in verleiding te brengen, nee – dat kan Jezus zo niet gezegd hebben.
Het pleidooi van de paus is een mooie illustratie van hoe moderne theologie oude woorden wenst te corrigeren. Het pleit voor de paus dat hij zich God zo niet kan voorstellen. Als iemand die bewust gelovigen in een gevaarlijk parket brengt. De paus stelt voor deze bede uit te leggen als: ‘Laat ons niet in beproeving komen.’

‘Leid ons niet in verzoeking’, rijmt dat met onze gewilde keuzevrijheid?

Als bijbelwetenschapper vind ik de theologische voorkeur van de paus sympathiek, maar aarzel ik bij zijn voorstel. We treffen de tekst van het Onze Vader in Matteüs 6:13 en in Lucas 11:4. In beide passages laten de woorden van Jezus zich niet anders vertalen dan met de traditionele bewoording.
Bovendien komt hier nog een getuige bij. De oudste kerkorde uit de geschiedenis van het christendom, geschreven rond het begin van de tweede eeuw en bekend als de Didachè (letterlijk: ‘Leer’, namelijk van de Twaalf Apostelen), bevat eveneens de tekst van het Onze Vader. De versie van het gebed in de Didachè is op twee kleine details na identiek aan wat we vinden in de canonieke evangeliën. En juist de bede waar de paus over valt komt weer woordelijk overeen met de versie uit de Bijbel.
De oudste bewoording van het Onze Vader staat dus onmiskenbaar aan de zijde van de traditionele vertalingen: ‘Leid ons niet in verzoeking.’

In de rooms-katholieke traditie heeft de Heilige Vader het gezag om de uitleg van de Schrift te bepalen. In de protestantse traditie geldt dat de Schrift het laatste woord heeft. Nu gaat het bij deze kwestie niet om een detail. De vraag is allereerst of het voorstelbaar is dat Jezus zó over God spreekt, dat deze ons in verzoeking brengt. In de tweede plaats is de vraag of die gedachte voor ons nog mee te maken valt.
Wat het eerste betreft: Jezus spreekt inderdaad zo over God. Maar betekent dat dan dat God volgens Jezus in alle opzichten het leven van een mens bepaalt? Is dat dan te rijmen met de keuzevrijheid die je als mens hebt?
Het punt van de vrijheid van een mens is misschien wel fundamenteel. Wanneer je als mens ‘in verzoeking’ raakt, heb je de keuze. Val ik voor de verleiding? Of zeg ik er ‘nee’ tegen? Ik kan mij goed voorstellen dat dit Jezus’ visie op God weerspiegelt. Zijn eigen weg had juist zin omdat deze niet opgelegd was, maar een positieve keuze.

Bert Jan Lietaert Peerbolte
Bert Jan Lietaert Peerbolte woont in Den Haag en is hoogleraar Nieuwe Testament aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Deel dit artikel