In-Druk: Mozes in Mokum

‘Mozes’ noemden de verslaafden en zwerfjongeren ds. Douwe Wouters met zijn indrukwekkende baard. Afgekomen op de lokroep van vrijheid en makkelijk verkrijgbare drugs, vonden ze bij Stichting De Regenboog in hartje Amsterdam een veilige pleisterplaats.

Zelf werkte ik begin jaren zeventig bij Tot Heil des Volks in de Willemsstraat, waar verslaafden konden afkicken. Een oude loot van het negentiende-eeuwse Reveil, die de ‘bewaarscholen’ een nieuwe bestemming had gegeven. Jeugdhostels en een opvangcentrum in de stad en re-integratie in een buitencentrum in de Betuwe. Iets te evangelisch bevlogen voor de kerken die zich vooral met het onrecht ver weg in de wereld bezig hielden.
Twee dominees in Amsterdam-Zuid, Paul Aalders en Douwe Wouters, konden het niet langer aanzien dat jonge mensen in hun stad crepeerden. Samen met Youth for Christ en Jeugd met een Opdracht kreeg, vanuit het rooms-katholieke Vincentiushuis, het goede nieuws van Jezus handen en voeten. Zo veelkleurig als de regenboog dus.

Als hulpverlener op dit terrein mocht ik De Regenboog een tijd lang adviseren. Er kwam een zomer-jongerenproject, waarin vrijwilligers in de zomermaanden uit heel Nederland kwamen om in het Vondelpark en rond het Centraal Station hulp en voorlichting te geven. Voor die tijd een bijzondere oecumenische opzet: een hervormde en gereformeerde predikant, evangelische bewogenheid en een rooms-katholiek thuishonk.

Douwe Wouters, met zijn indrukwekkende gestalte, was de bezielende gangmaker en pastor. Hij was een krachtig pleitbezorger voor goede voorzieningen voor verslaafden in de stad. Als een Mozes ging hij voorop – organiseerde zelfs eens een kraakactie – en er kwam een ‘spuitenomruilpunt’. Want het injecteren met vuile injectienaalden kon geelzucht veroorzaken of het aidsvirus overbrengen. Een initiatief dat aanvankelijk omstreden was, want zo faciliteerde je het drugsgebruik, werd gezegd.

De Regenboog had in de eerste jaren weinig steun van de protestantse kerken in de stad. Het werk bewoog zich te zeer buiten de bekende diaconale en theologische kaders. Mozes, het was een mooie typering voor de man die alles op alles zette om ‘het langharig tuig’ uit het slavenhuis te bevrijden. Waar geen weg was, baande hij een weg. Maar hij liet ook de kerk, zo op rust en orde gesteld, niet los. Samen op weg, met losers die het van zichzelf weten en het nog niet weten, dat kenmerkte hem. Dat kan alleen als je je het geloof steeds weer te binnen zingt, de mensen niet verlaat en Gods woord bent toegedaan, zoals dichter Willem Barnard het in een lied onder woorden heeft gebracht.

Douwe Wouters overleed in mei. In de viering waarin afscheid van hem werd genomen, werden de zaligsprekingen gelezen (Matteüs 5). Als een nieuwe Mozes laat Jezus hier horen wat de grondwet is van het samenleven. Hierin koepelt de belofte van Gods ontferming zich als een regenboog over alle armen en kwetsbaren. Over allen die snakken naar recht, vrede en vrijheid. Met heel het veelkleurig volkje – buiten en binnen de kerk – dat hiermee de woestijn aandurft, wist Douwe Wouters zich verbonden. Want de vrijheid moet gevonden, overal waar mensen het onderspit delven.

Rob van Essen

Deel dit artikel