In-Druk: Vrijheid en blijheid als verzoeking

‘Petrus’ viel bij mij op de mat. Maar ik zag direct dat het Henk de Velde was, die mij op de omslag aankijkt. Henk lijkt wel een beetje op Petrus, want hij steekt zijn mening niet onder stoelen of banken. ‘Er is geen weg… we geloven allemaal hetzelfde.’ Met de Amsterdamse dominees Paul en Rob Visser is hij in gesprek in de stuurhut. Maar op de foto zie ik twee zwartgerokte dominees die het vrijzinnige water bij het orthodoxe walletje proberen te houden. Ze komen er echter niet uit, lees ik.

Petrus heet het blad, ‘want het gaat over de kerk’, zegt hoofdredacteur Marusja. ‘Sterk als een rots en tegelijk zwak en feilbaar. Soms moedig, soms overmoedig, soms te voorzichtig.’ ‘Geloof, hoop en liefde in de protestantse kerk’, is de ondertitel. Kerken sluiten, predikantsplaatsen worden gehalveerd of opgeheven, maar Utrecht stuurt een christelijke Happinez naar leden die al een kerkblad hebben. Wellicht lezen ze daarnaast de Waarheidsvriend, Volzin of Woord en Dienst. Bladen waar je een mening verwacht of een kritische journalistieke benadering van zaken die binnen en buiten de kerk spelen.

Voor homo’s gelden kennelijk andere normen

In 1984 (!) publiceerde de Hervormde Synode het rapport ‘Verwarring en herkenning’ over gemeente en homoseksualiteit. Keurig, twee aan twee, mochten voor- en tegenstanders hun argumenten op een rij zetten. Gekozen werd er niet: het gesprek moest in de gemeente gevoerd worden. Inmiddels is er in het nieuwe ‘Dienstboek van de Protestantse Kerk’ (2004) ruimte voor het (in)zegenen van niet-huwelijkse relaties.
Plaatselijk wil dat nog niet erg vlotten, wat mede komt door de weinig moedige houding van de synode. November vorig jaar werd de exercitie van 1984 nog eens over gedaan: praten, respectvol luisteren en… de homoseksuele naaste blijft een randbewoner.

Maar Petrus, het blad van een kerk die een rots wil zijn en moedig, laat – zonder enig tegenweer – mevrouw Hofman uit Lelystad vertellen dat ze de kerk verlaten heeft omdat homorelaties ingezegend mogen worden. Heel blij was ze dat ze in Lelystad in spijkerbroek naar de kerk mocht en er niet over van alles geoordeeld werd. Maar voor homo’s gelden kennelijk andere normen. Voor hen geen vrijheid blijheid.
De wat kneuterige Elizabethbode en het orthodoxe De Nieuwe Koers lijken meer op de zeezeiler Henk de Velde dan Petrus, het protestantse huisorgaan.

In 1983 mocht ik prof. Henk Berkhof interviewen, dogmaticus en vriendelijke dwarsligger in de Hervormde Kerk. Over ‘homofilie’ (zo heette dat toen nog) zei hij: ‘De Here God heeft vijf procent homofielen in de schepping gemengd. Waarom? Omdat Hij niet wil, dat we ook maar iets in deze wereld gaan verabsoluteren, ook het huwelijk niet.’
Ook in Berkhofs dagen sloeg de secularisatie en kerkverlating al toe. Maar als het om mensen en hun toekomst ging, bezweek hij niet voor de verzoeking dan maar niets te zeggen. ‘Liever een rommeltjeskerk, dan één waar het muf ruikt, omdat de deuren en ramen nooit opengaan… dan maar tochten.’

Petrus speelde trouwens niet op safe: om bij Jezus te zijn (Matteüs 14:29) verliet hij het veilige kerkschip zonder synodale goedkeuring.

Tekst: Rob van Essen

Deel dit artikel