In-Druk: Doe maar gewoon

Ik hoop dat december snel voorbij is’, zegt iemand die dit jaar zijn partner verloor. Maar een ander is blij dat haar zus uit Australië overkomt met Kerst. Kinderen verheugen zich op de komst van de Sint. Maar in het leerkrachtenoverleg moeten ze de knoop doorhakken: zwarte, roetveeg of Spaanse edelen? De dominee bereidt de kerstdiensten voor. Laat hij het ‘Ere zij God’ zingen of krijgt de organist zijn zin? Die vindt het immers een draak van een lied. Maar zonder ‘Ere zij God’ is het voor menigeen geen Kerst. Zonder kribbe trouwens ook niet. Waarom moest die uit de Nieuwe Bijbelvertaling verbannen worden?!
Kortom, juist met Kerst is de onderlinge vrede soms ver te zoeken. Al zou je het willen, ook met Kerst schuiven de verloren zonen en dochters niet aan bij het eten. En vroeger was het niet beter. Ook in de dagen van kinderboekenschrijver W.G. van der Hulst botste de kerstromantiek op de bittere werkelijkheid van armoede en onverzoenlijkheid.

Na mijn intrede in een vorige gemeente moest kort daarop al vergaderd worden over ‘de plantjes’. Bejaarden en zieken kregen rond de Kerst een plantje thuis bezorgd. Het bleek een jaarlijks weerkerende bron van discussie te zijn. ‘Elk jaar die ellende met de plantjes’, vertrouwde een diaken mij toe. De gemeente vergrijsde, dus er moesten steeds meer plantjes gekocht worden. En er waren minder mensen om ze weg te brengen. De leeftijdsgrens van 75 naar 80 jaar verhogen? Maar dan dit jaar nog wel de 75-jarigen, anders krijgen we boze gezichten.
Ik denk ook aan de jongerenzanggroep en het koor: met Kerst wilden ze beiden zingen in de dienst. Maar toen kwam er onenigheid over de vraag wie beneden en wie op de galerij ging staan. Gelukkig ontging dit alles de kerkgangers die op kerstmorgen uit volle borst ‘vree-ee-de op aarde’ zongen.

Hoe komt dat nu dat velen opgelucht adem halen als december voorbij is? ‘Gelukkig is alles weer gewoon’, hoor je dan. Het komt omdat we de spagaat van romantiek en teleurstelling achter ons hebben gelaten. Kerst is namelijk geen hemelse regenbui van gelukzaligheid en engelenzang. De mens Jezus vraagt ons om echt ‘gewoon’ te doen: we hoeven niet in december, of een leven lang, op onze tenen te lopen. Ook met Kerst mag je kibbelen over plantjes en rouwen om een geliefde. We hoeven ook niet te ontkennen dat anderen ons soms vreemd zijn, of ze nu een hoofddoek dragen of niet, gelovig of ongelovig zijn.
In december vieren we dat God de vrede in handen geeft van gewone mensen. Vanaf het eerste begin is er onder christenen gestreden over de vraag wie Jezus is: is hij God of mens? Ik vind dat geen onzinnige discussie. Omdat Jezus niet past in wat wij ‘gewoon’ vinden, zochten de bijbelschrijvers naar taal om dat uit te drukken. Jezus is ánders, juist omdat hij zo menselijk is! En we zullen God in deze werkelijkheid ontdekken, naarmate het menselijker onder ons toegaat.
Vrede en alle goeds gewenst.

Tekst: Rob van Essen

Deel dit artikel