Jacolien Lambregtse 1966-2017, verwonderd en speels

Jacolien Lambregtse ontdekte Godly Play tien jaar geleden in het buitenland. Godly Play is een methode met figuurtjes, materiaal, taal en gebaren, waarmee kinderen bijbelverhalen leren kennen. Jacolien introduceerde het in Den Haag en daarna in heel Nederland. In juli overleed ze. Jacolien was 50 jaar. In kerkelijk Den Haag waren velen ontroerd over haar dood. Drie mensen omschrijven haar.

Trinette Verhoeven, Haags predikant: ‘Jacolien hield van de verwondering bij het lezen van bijbelse verhalen. Zij was er goed in om die verwondering bij mensen op te roepen. Tijdens het praten over de tekst stuurde ze niet, ze greep niet in, tegelijk wist ze een sfeer te scheppen waarin op een open manier gesproken kon worden. Ze had een gevoeligheid voor taal. Ze hield van gedichten. Ik ken niemand die er zoveel kende als Jacolien en die zichzelf daar ook in terugvond. Ze durfde in een verhaal te verblijven.
Ze was speels. Ik heb samen met haar gewerkt aan alternatieve diensten voor jongeren. Dat waren diensten waar niets vanzelfsprekend was, alles was mogelijk. Tegelijk was het subtiel, het werd nooit plat. Ze heeft ook jarenlang de Nacht van de Hoop georganiseerd, een wakende bijeenkomst in de Paasnacht, vol creativiteit en bezinning.’

Akelig woord
Elly Poldervaart, Haags kunstenares: ‘Het was bijzonder om te zien hoe Jacolien met haar ziekte omging. Ze was goed in leven naar wat er nu is. Ze had een nieuw ritme gevonden in wat ze wel of niet kon, waarin chemokuren, wandelen in de natuur, rust nemen en werken elkaar afwisselden. Ze bleef zoeken naar wat mogelijk was, niet op medisch gebied, maar: wat is goed voor een mens? “Hoop” vond ze eigenlijk een akelig woord. Ze hield meer van het avontuur van het niet-weten.
Ze zag de schoonheid van dingen, mensen, mogelijkheden. Ze zag de goede wil. Probeerde voorbij de eerste dingen te kijken. Zij moedigde iedereen aan eigen keuzes te maken, verder te kijken dan je eigen angst. Durf te springen van de hoge duikplank, wat kan er eigenlijk gebeuren? Ze stimuleerde mensen niet door te zeggen: “moet je doen”, maar door het zelf te doen.
Ze had een innerlijke sterkte waaruit ze kon putten. Ze had zo veel te geven, liefde, aandacht, als je met haar praatte had je het gevoel dat jij de enige was die ertoe deed.’

In het diepe
Irma Visser, collega in Godly Play: ‘Ik leerde Jacolien kennen tijdens een cursus. De docent deed een oefening: vertel wat je eerste indruk was van iedereen die hier zit. Allerlei medecursisten kwamen met beschrijvingen, maar zij sprak in beelden. Ze legde de mensen niet vast, maar sprak in taal die uitnodigt om verder te denken, zelf je verder te verwonderen, je eigen beelden te maken. Mensen konden zich ontplooien.
Wat haar roerde in Godly Play was dat alle zintuigen meedoen: zien, horen, voelen, ruiken. Van huis uit was ze meer gewend om het geloof in God met het verstand te benaderen. Bij Godly Play komen denken, zintuigen en spiritualiteit samen. Daarnaast gaat het in Godly Play om taal en gebaren. Taal was belangrijk voor haar, mooie taal, poëtische taal. Gebaren maakte ze op een zorgvuldige, schone manier, met elegantie en betekenisvol. Ze had een rustige manier van vertellen, je raakte in een soort van cadans. Voor haar gold: alles wat je doet, doet ertoe. Niets is zonder betekenis. Als je zo vaak verhalen vertelt, kun je op de automatische piloot gaan. Bij haar was dat niet zo. Ze verwonderde zich iedere keer opnieuw.
Jacolien heeft haar leven tot het einde toe geleefd. Toen ze ziek werd, zei ze: “Ik weet niet wat me te wachten staat, het is een sprong in het diepe. We gaan van dag tot dag kijken wat het me brengt.” Ik denk dat Jacolien het leven als een geschenk heeft ervaren. Daarin was en bleef steeds iets te onderzoeken.’

Margot C. Berends

Een gedicht dat Jacolien Lambregtse inspireerde:

Hemel

Hiermee had ik moeten beginnen: de hemel.
Een raam zonder vensterbank. kozijn of ruiten.
Een opening en niets daarbuiten,
maar wijd open.

Ik hoef niet te wachten op een heldere nacht,
noch mijn hoofd achterover te buigen,
om de hemel te bezien.
Hij is achter de rug, bij de hand en op de oogleden.
De hemel omwindt me strak
en tilt me van onderen op.

Zelfs de hoogste bergen
zijn niet dichter bij de hemel
dan de diepste dalen.
Op geen enkele plaats is meer hemel
dan op enige andere.
De hemel drukt even absoluut
op een wolk als op een graf.
De mol kan zich even hemels voelen
als de uil die zijn vleugels wiegt.
Een ding dat in de afgrond valt
valt van hemel in hemel.

Korrelige en rotsachtige,
vloeibare, vlammende en vluchtige
lappen hemel, kruimels hemel,
vlagen hemel, stapels.
De hemel is alomtegenwoordig
zelfs in het onderhuidse duister.
Ik neem hemel op, scheid hemel af.
Ik ben een val in een val,
een bewoonde bewoner,
een omhelsde omhelzing,
een vraag in antwoord op een vraag.

De verdeling in aarde en hemel
is geen geschikte manier
om aan dit geheel te denken.
Ik kan er alleen mee overleven
op een preciezer adres
dat sneller is te vinden,
mocht ik worden gezocht.
Mijn bijzondere kenmerken zijn
geestdrift en vertwijfeling.

Wislawa Szymborska (1923-2012)

Your box content here. Lorem ipsum dolor sit amet.

Deel dit artikel