Auteur Marike de Reuver over kinderen met autisme, opvoeding en geloof

Fotograaf: Martijn Vellekoop

Marike de Reuver heeft een autistische zoon en schreef een gemakkelijk te lezen boek, ‘want het opvoeden van zo’n kind is al pittig genoeg’. Daarin staan ook tips over de geloofsopvoeding.

‘Zorgen voor een kind met autisme is topsport.’ Marike de Reuver weet er alles van. Ze schreef het boek ‘Zo ben ik gewoon. Autisme thuis, op school en in de kerk’. Het idee voor het boek ontstond bij de koffieautomaat op haar werk, waar ze met een collega ervaringen uitwisselde. Allebei hebben ze een kind met autisme.
In haar huiskamer in Wateringse Veld vertelt ze erover. ‘Toen onze zoon – de jongste van de drie kinderen – een jaar of twee was, hadden we al het idee dat er iets met hem was. Tien jaar later en veel hulpverleners verder kreeg hij de diagnose Asperger: een vorm van autisme. Toen we dat eenmaal wisten, konden we er rekening mee houden en hem beter begeleiden.’
Aan het boek werkte ook orthopedagoog Karin den Hartog mee. Zij legt uit wat autisme is: een stoornis in de manier waarop de hersenen informatie en prikkels verwerken. Marike verduidelijkt: ‘Kinderen met autisme begrijpen de wereld vaak niet omdat ze geen samenhang zien, maar losse details. Ze hebben anderen hard nodig om hun de dingen voor te leven en aan te leren.’

Helemaal niet leuk
Autisme heeft ook invloed op de geloofsopvoeding, stellen de auteurs. Neem de symbolische taal van veel bijbelverhalen, of bidden: praten met iemand die je niet ziet. Wanneer je autisme hebt, kan dat extra lastig zijn. Maar ook kerkdiensten en samenkomsten zijn voor kinderen met autisme vaak geen pretje.
Het zette Marike, echtgenote van predikant René de Reuver (Marcuskerk) aan het denken. ‘Bij ons gingen de kinderen tot hun twaalfde jaar iedere zondag mee naar de kerk. Als we toen hadden geweten wat we nu weten, hadden we het waarschijnlijk anders gedaan. Onze zoon had niet alleen geen zin – zoals veel kinderen niet altijd zo’n zin hebben – maar de dienst was vaak te overweldigend. Al die prikkels, de muziek, maar vooral de kindernevendienst met wisselende leiding waarbij je van tevoren nooit precies weet wat er gaat gebeuren. Daar ging het vaak fout. We dachten: het is toch leuk om erbij te horen en stimuleerden dat hij meedeed met de jeugdactiviteiten. Achteraf moet ik zeggen dat het voor hem helemaal niet leuk was. We hadden ons – en vooral hem – die moeite beter kunnen besparen. Belangrijk in de geloofsopvoeding van kinderen met autisme is het geloof voorleven en vieren via vaste rituelen; zoals samen zingen, uit de (kinder)bijbel lezen en bidden. Ook is het goed om het gebed zelf op een vaste manier uit te spreken. Zo weet een kind waar hij aan toe is en hoe lang het ongeveer duurt. Dat zijn pijlers die je helpen om er wat meer ontspannen in te staan.’

Van slag
De schrijvers wilden een laagdrempelig en toegankelijk boek schrijven. ‘Vaak is het pittig en vermoeiend om een kind met autisme op te voeden. Je hebt niet de tijd, maar vooral niet de fut om diep in een boek te duiken om te begrijpen wat er aan de hand is. Maar je hebt vaak wel behoefte aan een handvat: o ja, natuurlijk, hij was overprikkeld en werd daardoor zo boos. Of: ze nam de taal letterlijk waardoor ze het grapje niet begreep en van slag raakte. We geven een paar tips hoe je op het gedrag kunt reageren. Herkenning hoe het zit en erkenning dat het zo zwaar kan zijn, dat was wat we vooral wilden.’

Marike de Reuver en Karin den Hartog (2014). Zo ben ik gewoon. Autisme thuis, op school en in de kerk. Amsterdam: Ark Media; € 9,95; ISBN 9789033800689.

Deel dit artikel