Barend Weegink brengt ‘kathedraal van Scheveningen’ bij de tijd

De Oude Kerk van Scheveningen heeft een nieuwe predikant, voor een periode van twee tot vier jaar. Barend H. Weegink komt uit een andere kustgemeente, Katwijk. Daar ging hij met pensioen. Gesprek met een kerkvernieuwer die tegelijk zijn identiteit niet wil loslaten.

‘De kerkgemeenschap heeft mij gevraagd ook nieuwe initiatieven te ontplooien. Onze leden hebben daarvoor een bewuste keuze gemaakt. Het zijn gelukkig geen mensen die de hele dag miauwen dat vroeger alles beter was. Tradities moeten af en toe geherwaardeerd worden. Dat is een levenslang proces.

We staan voor grote uitdagingen. We gaan het gebouw, met zijn deftige soberheid, veel meer uitventen. In deze vluchtige, digitale wereld is een gebouw nodig dat een gevoel van eeuwigheid uitstraalt, dat een langere adem heeft dan de waan van de dag. We gaan de kerk in de markt zetten. We denken aan doordeweekse inloopuren, bestemd voor iedereen die een kijkje wil nemen en die behoefte heeft aan een gesprek. Elke zondag is er nu na de dienst koffie. Zo’n gemeenschappelijk sociaal moment, bijpraten met bekenden, is voor veel bezoekers belangrijk. Een deel van de vaste banken gaat eruit. Dat wordt een plek voor multifunctioneel gebruik. Zakelijk en cultureel Den Haag heeft belang bij zo’n interieur. Als de activiteiten niet strijden met de gedachte van de kerk, kan er veel.

Op zaterdagmiddag hebben we al zeepkistdiensten. Gewoon buiten, met een microfoon en een toetsenbord. Een praatje van twintig minuten. Daarna gaat de deur open, we nodigen iedereen uit om binnen te komen en de kerk te bekijken. Daar is thee, een glaasje, een hapje en muziek. Onlangs is er een mooie vleugel geplaatst. Ik noem de Oude Kerk soms “de kathedraal van Scheveningen”. De verhevenheid ervan kan mensen die rust en onthaasting zoeken, aanspreken.

We willen op een eigentijdse manier het spoor van de orthodoxie volgen. We hebben een goed product. Met de woorden van Paulus zeg ik: laten we ons voor het evangelie niet schamen. Wierook branden op het altaar van de twijfel is niet genoeg. Gelovigen van nu hebben ook antwoorden nodig. Er is behoefte aan duidelijkheid, dat merk je.
Vanuit mijn achtergrond – confessioneel, heet dat – wil ik graag meehelpen de eigen identiteit van de Oude Kerk uit te bouwen. We zoeken een wat scherper profiel. Naarmate de kerk in haar geheel krimpt, wordt een eigen karakter, een eigen smaakje, des te belangrijker. De kerk weer vol preken, zoals dat heet, is niet meer aan de orde. We hopen op stabilisatie. Dat lijkt te lukken. Bescheiden, maar vitaal, zo zie ik het.
Onze identiteit typeer ik als christocentrisch. Jezus als het gezicht van het geloof en de kerk. Hij geeft troost en toekomst, en leert ons volharden. Vertrouwen is daarbij een sleutelwoord. Ons leven is in Gods hand en daardoor niet vergeefs. Dat sluit goed aan bij de visserstraditie die ook in Scheveningen nog leeft: vertrouw op Gods leiding als je niet weet hoe het verder gaat.

Mijn hele leven houd ik al van die gekke kerk. Ik zet op zondag graag de actualiteit in een ander licht. Noem het bezinning op het leven, een transformatie van de dingen van de dag. Daarbij beoogt de verkondiging meer te zijn dan het redden van zielen. De kerk is niet één grote zakdoek, die tranen dept. We hebben ook een verantwoordelijkheid ten opzichte van de wereld. Ik houd wel van een radicale kluit in mijn verhaal, met daarbij een zekere vrijmoedigheid. Ik spreek graag los van papier. En een goede preek is altijd tijdgebonden. Voordat ik op zondagochtend het huis uitga, kijk ik altijd even op het nieuws. Je weet nooit wat er ’s nachts gebeurd is.

Begin volgend jaar moeten de vier protestantse kerken van Scheveningen een besluit nemen over een plan voor de toekomst. Dat worden spijkers met koppen. Er moet gigantisch bezuinigd worden, tot wel vijftig procent, op menskracht en gebouwen. Dat wordt een grote uitdaging. Zo’n operatie moet niet te lang duren. Te lang wikken en wegen kan mensen demotiveren. Doel is: de rust herstellen en weer vertrouwen in de toekomst krijgen.

We hebben geen succesformule, maar de koers slaat druppelsgewijze aan, merken we. Laatst belde een buurvrouw aan. Ze had mijn auto zien staan. “Wie bent u, de nieuwe dominee?” Dat is toch bemoedigend, dat niet de kerk zelf contact hoeft te zoeken, maar dat iemand ons aanspreekt. Het omgekeerde komt ook voor. “Geloof je die onzin zelf nog?”, zei een man laatst. Maar over het algemeen krijgen we te maken met een generatie die niet meer tegen het instituut kerk hoeft aan te schoppen. Mensen van nu zijn vaak onwetend, maar wel geïnteresseerd. Noem het de nieuwe vriendelijkheid.’

Jan Goossensen
Foto: Barend Weegink.
Fotograaf: Matthijs Termeer.

Deel dit artikel