Protestant en katholiek over elkaars kerken: ‘Het gaat niet om blabla’

Het is het reformatiejaar: dus waarom zouden leden van een katholieke en een protestantse kerk niet eens elkaars kerk bezoeken? Hieronder een openhartig gesprek tussen twee Haagse gelovigen van verschillende snit.

Sacha van Rooijen van de rooms-katholieke Sint-Jacobus de Meerderekerk in de Parkstraat en Judith Klokkenburg van de hervormde Bethlehemkerk aan de Laan van Meerdervoort hebben met interesse elkaars diensten bezocht. Beide kerken zitten in de traditionele hoek. Wat was vertrouwd, wat voelde onwennig? Na afloop gaan ze over hun indrukken in gesprek.

Wat waren jullie verwachtingen?
Sacha: ‘Dat we een behoorlijk lange preek zouden krijgen en dat is uitgekomen. Het was overigens een goede preek. Er was een prettige open sfeer, een gastvrij binnenkomen. Het was verrassend zoveel jonge gezinnen te zien.’
Judith: ‘Ik had het sacrale verwacht en dat was er ook: dit is Gods huis en hier vind je rust en stilte. Dat vond ik mooi. Het viel me overigens niet helemaal mee, ik begreep niet alles. Ik had wel de liturgie, maar er gebeurde veel wat ik daar niet uit kon opmaken. Om mij heen hoorde ik gemompel, maar ik wist niet wat ik moest doen, waardoor ik mij een toeschouwer voelde. Ik miste de gemeenschapszin, hoewel dat mooi werd doorbroken door elkaar persoonlijk vrede te wensen. Iedereen deed mee. Wat mij trouwens verbaasde, was dat er niets gezongen werd.’
Sacha: ‘Jij was in de mis van negen uur. In de twaalf-uur-mis wordt er meer gezongen en in de hoogmis van kwart over tien zingt het koor.’
Judith: ‘Juist zingen verbindt zo. Grappig dat ik net nog een staartje van de familiemis meekreeg, waar Laat zo je licht maar schijnen en Heer, u bent mijn leven werd gezongen. Dat zingen wij ook! Dat had ik niet verwacht.’

Veel nadruk op sacramenten

Wat viel nog meer op?
Sacha: ‘Het sacrale en de symboliek vind je meer bij ons, maar voor mij was het voor een keer juist fijn dat ik mij helemaal kon richten op het woord. Wat ik bijzonder vond, was dat de dominee ervan uit leek te gaan dat iedereen ‘stille tijd’ hield. Ik vond hem uitdagend. Hij zei dat wanneer je je bijvoorbeeld ergens niet meer zo thuis voelt, je eens naar je stille tijd moet kijken, naar je gebed, of dat nog wel klopt. Dat raakte me. Heel Christus-gecentreerd.’
Judith: ‘Dat sacramentele vind ik ook mooi. Wij vieren vier keer per jaar Avondmaal en er is zes keer per jaar een doopdienst. Op die sacramenten wordt veel nadruk gelegd. We bereiden ons daarop voor. De week voor het Avondmaal bezinnen we ons: welke zonden staan tussen God en mij in, wat moet ik belijden, wat is genade? En dan zondag de uitspatting: bij Jezus aan tafel, dáár is de genade. Ik vind het trouwens ook mooi als je dat wekelijks doet, zoals bij jullie. Een verschil is wel dat kinderen bij ons niet meedoen aan het Avondmaal.’
Sacha: ‘Leuk dat voor de preek de rolletjes pepermunt tevoorschijn kwamen. Ik had niet verwacht dat die traditie nog zou bestaan.’
Judith: ‘Zolang die preken zo lang duren, zal dat wel blijven.’

Wat was het meest in het oog springende verschil?

Judith: ‘Hier is een altaar waar mensen voor knielen en een kruis slaan. Dat doen wij niet.’
Sacha: ‘De psalmen werden uit volle borst meegezongen. Wij hebben elke zondag ook een Latijnse mis. Als je er iets mee hebt, kan het Gregoriaans verdiepend zijn, meditatief zelfs. Mensen willen soms juist weer terug naar meer verstilling.’

‘Het gaat niet om blabla’
Wat zien jullie aan overeenkomsten?
Sacha: ‘Jezus volgen! De belevenis is anders, maar de liefde voor God en Jezus is de kern van ons beider geloof. Daardoor kan ik me ook thuis voelen bij jullie.’
Judith: ‘Dat ben ik met je eens. In beide diensten wordt er een persoonlijk appèl gedaan op je eigen geloof en handelen. Het gaat niet om blabla, het gaat om het kruis en de opstanding. Hoe maak je dat praktisch waar?’
Sacha: ‘Bij jullie word je echt uitgedaagd om die stappen concreet te zetten. Niet alleen op zondag, maar elke dag.’

Wordt er oecumenisch naar elkaar toegegroeid?
Judith: ‘Lokaal zie ik er nog niks van. Het is meer een gesprek op landelijk niveau.’
Sacha: ‘De luxe van het kunnen kiezen, hebben we binnenkort misschien niet meer. We moeten wellicht meer naar elkaar toetrekken. Dan is het wel de vraag wat de raakvlakken zijn. Als je weet dat Christus degene is die ons bindt, dan is dat een startpunt.’
Judith: ‘Ik weet niet of we qua diensten echt naar elkaar toe groeien. In mijn leven zie ik dat niet zo snel gebeuren. Maar we hebben dezelfde bron, dus van daaruit zou je best wat samen kunnen doen.’
Sacha: ‘Misschien gezamenlijke gebedstijden. En ik zit aan de kinderen te denken. Voor hen kan het een mooi teken zijn om samen te werken.’

Jolly van der Velden

Kerk in Den Haag  bestaat in november precies twintig jaar. De redactie is benieuwd: wat vindt u van het blad/de website? Uw mening (2 minuten invultijd) is ons verjaardagscadeau. Daarmee hopen wij u te trakteren op een nog mooier blad/website. Om de redactie blij te maken: klik hier.

Deel dit artikel