Scheveninger ‘Bobbie’, bevlogen in de kerk

Op Scheveningen woont een grote kindervriend, Gert-Jan van den Ende. De meesten kennen hem als Bobbie in zijn vrolijke, clowneske rol naast de serieuzere Ernst. Samen schitteren ze al jaren op tv, in films en in optredens.

Bevlogen en vriendelijk is Gert-Jan ook in de Scheveningse Bethelkerk, van jongs af aan. Hij was ouderling en ontwikkelt er kinderactiviteiten. Hoewel God en geloof in Bobbies wereld niet expliciet aan bod komen, communiceert het duo volgens Gert-Jan wel degelijk christelijke normen en waarden: ‘Ernst en Bobbie komen altijd in de problemen, en die lossen ze dan weer op. Indirect vertellen we over het goede. In feite gaat het over ellende, verlossing en dankbaarheid.’

Margot C. Berends interviewde Gert-Jan van den Ende en schreef onderstaand artikel voor tijdschrift Woord & Dienst.

Gekste plannen
Als Bobbie – gek petje, knalgeel jasje – valt Gert-Jan van den Ende op door zijn constante grappen en zijn springerigheid. Zonder deze outfit is Van den Ende de rust zelve. Hoewel, schijn bedriegt. De activiteit blijkt vooral van binnen te zitten: hij zit vol creatieve ideeën. ‘Ik verzin graag dingen met een “haakje”, dingen die bijblijven’, vertelt hij.
Van den Ende woont zijn hele leven al op Scheveningen en is daar betrokken bij de kerk. Eerst bij de gereformeerde, nu bij de hervormd-gereformeerd gefedereerde Bethelkerk. De gemeente profiteert van zijn bijzondere gedachtesprongen. ‘Ik ben twaalf jaar jeugdouderling geweest. Dat was een mooie tijd, er kon en mocht veel. Toen zaten mijn ambtstermijnen erop en moest ik stoppen. Ik kreeg opeens veel meer tijd; wat je dàn allemaal kunt doen! Tijdens een gemeenteweekend hebben we een brainstormgroep opgericht, waarin we met z’n allen steeds de gekste plannen maken. En die voeren we ook uit. Heerlijk! Alles kan, we proberen het gewoon. Achteraf toetsen we of het een geslaagd idee was. Als iets niet werkt, stoppen we ermee. Dat scheelt een hoop vergaderen. ‘

Lachen joh
De brainstormcommissie verzon bijvoorbeeld het fenomeen ‘terug-in-de-tijd-diensten’. Daarin staan liederen van Johan de Heer op het programma, psalmen in de oude berijming, zondagsschoolliedjes van vroeger en nog zo wat oude liederen die zeventigplussers vaak uit hun hoofd meezingen.
Voor de kinderen is er de jaarlijkse ‘frisse-neus-dienst’, buiten, in een park. ‘Lachen joh’, zegt Van den Ende. ‘Daarin kun je een stapje verder gaan. We hadden een keer drie enorme mobiele telefoons gemaakt, eentje zogenaamd van de minister-president, eentje van een bekende sporter en één van God. Wat zou je hen willen vragen? Eén jongetje dacht dat hij wel het telefoonnummer van God wist: 112. Dat bel je namelijk als je echt in de problemen zit.
Een andere keer had een ballonkunstenaar een groot kruis van ballonnen gemaakt. Hij was eigenlijk timmerman, maar had het talent om snel iets van ballonnen te fabriceren. We probeerden de kinderen te laten zien dat een leven vaak via bochtige wegen loopt, dat je vaak niet recht op een doel afgaat en je je hele leven hetzelfde hoeft te blijven doen. “Worden wie je bent”, dat is ook voor mezelf een belangrijk motto.’
Een ander leuk idee vindt Van den Ende de ‘En het geschiedde’- bijeenkomsten op winterse zondagmiddagen, ook voor kinderen. ‘Buiten is het donker, koud en nat. Binnen vertellen we een Bijbelverhaal. Zitkussen en knuffel mee, een luistersnoepje in de mond. Het werkt!’

Paraplu
Heeft het feit dat hij – zeker voor kinderen – een bekende Nederland er is invloed op zijn kerkenwerk? ‘Nee. Ik doe dat als mezelf, niet als Bobbie. Wel merk ik dat ik op een andere manier denk, anders dan veel anderen. Daardoor kunnen we rare dingen doen. Ik krijg soms een mailtje van de predikant – Gert-Jan, verzin eens iets hier of daarvoor. Toen we tien jaar Samen op Weg waren, hadden we een dienst waarin ik heb voortgeborduurd op het thema van een paraplu. Onder de paraplu van tien jaar terug hingen tientallen kaartjes van wat er samengevoegd moest worden. Met die paraplu kwam ik eerst binnen. Onder een tweede paraplu die ik openklapte, hing nog maar één kaartje: 10 jaar SOW. Vervolgens hadden we bij de koffie taartjes met een parapluutje erin. Zeg maar ‘Onder Onze Vaders Paraplu’ in plaats van ‘Onder moeders paraplu’.

God en geloof komen niet aan bod in de films en optredens van Ernst en Bobbie. Wel komen christelijke normen en waarden erin terug. ‘Ernst en Bobbie komen altijd in de problemen, en die lossen ze dan weer op. Indirect vertellen we over het goede. In feite gaat het over ellende, verlossing en dankbaarheid.’
Het geloof is een vanzelfsprekend gegeven in Van den Endes leven. ‘Het is zo logisch aanwezig dat ik niet kan begrijpen dat het er niet zou zijn. Ik had nooit niks met het geloof. Ik geloof als een kind; je wordt er volgens mij niet wijzer van als je er moeilijk over gaat doen. Geloven is een lekker, lief en warm gevoel. Ik zie God als een vangnet. Niet als een hangmat waarin je ligt te soezen, nee, God lanceert je als het ware vanaf dat net de wereld in: hup, aan het werk. Mijn vader is fietsenmaker. Ik kwam bij hem in de zaak en had daar mijn hele leven kunnen blijven. Maar ik koos ervoor om de wijde wereld in te gaan, om “te worden wie ik was”. Mijn vader stond daar helemaal achter, maar hij zei dat ik altijd in de fietsenwinkel kon terugkomen, als ik dat wilde. De winkel was mijn vangnet. Zo zie ik God: je weet dat je welkom bent, maar je moet het leven in gaan, eruit halen wat erin zit. Maar je kunt altijd terug, je weet waar je thuisbasis ligt.’

Van den Ende wil best even demonstreren hoe zo’n vangnet werkt: hij laat zich door de trampoline in zijn achtertuin de hoogte in lanceren. Iets van Bobbie schemert in hem door.
Binnen poseert hij bij de wand waar het behang een boeddhistische rust uitstraalt. Het gaat allemaal moeiteloos samen.

Tekst: Margot C. Berends
Op de foto: links Ernst, rechts Bobbie.
Foto van website: Ernstbobbie.nl

Gert-Jan van den Ende spreekt zich uit over persoonlijke normen

Deel dit artikel