Greet Kappers: ‘Ga gewoon es naar een kerk’

Greet Kappers vindt dat kerkmensen meer naar buiten moeten treden. Zelf spreekt ze wildvreemden aan op de boulevard. Omgekeerd hoopt ze dat anderen net zo onbevangen eens een kerk binnenlopen. ‘Gewoon doen en kijken of je iets ervaart.’

‘Stap door de kerkdeuren naar buiten en stel je open voor anderen.’ Onder dat motto gaat Greet Kappers iedere twee maanden op de Scheveningse boulevard zomaar in gesprek met een wildvreemde. Greet is parochiaan van de Antonius Abtkerk (Scheveningen). Ze schrijft voor elk nummer van het parochieblad Stella Maris een artikel dat gebaseerd is op zo’n spontaan interview.

Aangedaan
Greet is protestants opgevoed, maar werd negen jaar geleden rooms-katholiek. Die keuze maakte ze nadat ze tientallen jaren achter elkaar een klooster had bezocht. ‘Al die jaren dat ik daar samen met een vriendin kwam, zongen we bij de completen dezelfde woorden. Steeds, als we weer helemaal stil en aangedaan uit die viering kwamen, vroegen we ons af: wat gebeurt hier nou? We begrepen niets van teksten als “de slang zal Hij vertrappen, de draak zal Hij doden”. En toch waren we ontroerd. We kwamen erachter: dit is het mysterie. Je wordt geraakt, maar je kunt het niet beredeneren. Van binnen weet je dat er iets gebeurt. Dat er méér is.’
In de rooms-katholieke kerk ervaart Greet ruimte voor eigen interpretatie. ‘De protestanten gebruiken vooral taal, de katholieken hebben meer symboliek. Dat spreekt mij aan.’ Maar ze heeft ook kritiek, ze vindt dat haar kerk veel opener moet zijn. ‘Maken wij gemakkelijk kennis met nieuwkomers of blijven we in ons eigen bekende groepje hangen? Dat laatste zie ik teveel gebeuren. Gelukkig staat het nu wel in het beleidsplan: de komende jaren wil de parochie zichzelf meer laten zien in de Haagse samenleving. Maar hoe doe je dat? Je kunt participeren in andere christelijke organisaties, maar ik pleit ervoor om ook gewoon de straat op te gaan. Laat zien wat het is om katholiek te zijn. En luister naar mensen die anders denken. Breng de wereld naar binnen.’

Een sprankje
En dus gaat Greet naar buiten. Ze woont pal aan zee, in een halve minuut staat ze op de boulevard. ‘Ik spreek mensen aan die niet zo voor de hand liggen. Stoere jongens op skateboards. Laatst twee meisjes met een hoofddoek. Of ik zie iemand in zijn of haar eentje zitten staren naar de zee. Dan probeer ik aan te voelen: wil diegene echt alleen zijn? Of zal ik juist nu een gesprek proberen te voeren? Soms lukt dat, soms niet. Je moet benieuwd zijn naar mensen. Iedereen heeft een verhaal en ieder verhaal is boeiend, wie je ook spreekt. Oprechte interesse en onbevooroordeeld kunnen kijken naar iemand, dat is belangrijk. En zoeken naar wat je met elkaar gemeen hebt. Ik had eens een man en een vrouw die zeiden: “De kerk, oh dan moet je niet bij ons zijn. We zijn enorm anti-kerk.” Toen ik met ze doorpraatte bleken ze misschien anti-instituut te zijn, maar verder zochten we naar precies dezelfde dingen. Ze zeiden bijvoorbeeld: “Als we beseffen dat we allemaal verbonden zijn, als we onze liefde voor elkaar kunnen voeden, dan kan de wereld er een stuk beter uitzien. We hebben allemaal een sprankje God in ons.”’

Kansen
Greet vraagt vaak: wat zou je tegen de rooms-katholieke kerk in Den Haag willen zeggen? Wat wens je de kerk toe, heb je een tip? Een sociaal psychiatrisch verpleegkundige antwoordde dat veel van haar cliënten met zingevingsvragen worstelen. Ze vond het eigenlijk de taak van de kerk om daarop in te springen. Greet: ‘Dat vind ik ook. Maar hoe bereik je die mensen? Ze hebben een eenzijdig beeld van de rooms-katholieke kerk, denken meteen aan misbruik. Er is een weerstand om naar de kerk te gaan, terwijl er een behoefte is waaraan diezelfde kerk kan tegemoetkomen. Daar ligt een interessante taak voor ons.’

Het is een hartenkreet waar Greet mee eindigt: ‘De meeste mensen denken dat je naar de kerk gaat omdat je zo gelovig bent. Niets is minder waar. In de kerk zitten helemaal niet van die zware vrome gelovigen. Kom gewoon es, en dan maar kiek’n wat’t wordt. Niet denken: ik moet geloven en pas dan ga ik naar de kerk. Maar: eerst doen en kijken of je iets ervaart. In bijna elke viering heb ik een moment dat ik diep geraakt word. De katholieke viering is op de zintuigen gericht, de muziek is prachtig, de ruimte, de kleuren, de geuren. Er zijn zoveel kansen!’

Tekst en foto: Margot C. Berends

Deel dit artikel