Koks van het Straatpastoraat schreven kookboek

Mariët Herlé en Carolyn Wiersum koken eens per maand voor de daklozenmaaltijd in het Stadsklooster. Onlangs brachten ze een kookboek uit, bedoeld om de aandacht te vestigen op het werk van het Straatpastoraat. ‘Je doet iets sociaals. Waarom niet?’

Het is donderdagavond rond etenstijd, een etmaal voordat meer dan honderd voornamelijk dak- en thuislozen zullen aanschuiven voor een volledig verzorgde maaltijd. In de keuken van het Stadsklooster heeft Mariët Herlé (70) een vijftigtal kippenpoten uit de diepvries gehaald. Met haar blote handen wrikt ze de diepgevroren bouten los van elkaar. Carolyn Wiersum (‘leeftijd niet belangrijk’) stort zes zakken gemengde bosvruchten leeg in een bovenmaatse pan en roert er door met een grote houten lepel. De taken voor morgen zijn verdeeld: Herlé houdt zich bezig met de hoofdmaaltijd, terwijl Wiersum zich over het toetje ontfermt.
De dames koken maandelijks voor de clientèle van het Straatpastoraat en zijn verantwoordelijk voor Cooking for Crowds/Koken in het Groot, een boek met recepten voor grote groepen. Gesneden koek voor communicatie-professional Herlé en tekstschrijver Wiersum, zou je denken. Maar het boek is bepaald geen ‘culiporno’ geworden, zoals Herlé gelikte kooklectuur tot afschuw van haar mede-auteur betitelt. ‘Dit is heel anders dan die gladde kookboeken.’ Nee, dit boek is eerst en vooral bedoeld om een goed doel te promoten. Herlé: ‘Het hoofddoel is aandacht voor het Straatpastoraat, het bijdoel koken voor groepen.’

Sociale schande
Het Straatpastoraat zet zich sinds jaar en dag in voor dak- en thuislozen, onder meer door te waken over hun geestelijk welzijn. Voor veel van deze mensen is het gratis driegangendiner – ooit in gang gezet door The Church of Our Saviour – hun enige behoorlijke maaltijd in de week. In een zaal van het Stadsklooster zorgen vrijwilligers voor de bediening en een huiselijke sfeer. Het is een tamelijk uniek initiatief, in een stad waar de aanwezigheid van een veilige haven voor deze groep niet vanzelfsprekend is. ‘Het feit dat ze niet elke dag ergens kunnen eten, zou je een sociale schande kunnen noemen’, zegt Mariët Herlé fel. ‘Je probeert er iets aan te doen.’
Dat betekent zo goed en lekker mogelijk koken. ‘Comfort food’, verklaart Wiersum bijna plechtig. ‘Dat heeft altijd een goede smaak. Het is nostalgisch eten dat je lekker vond toen je klein was, met liefde gemaakt.’ Nauwelijks gevulde borden met haute cuisine komen daar niet aan te pas. ‘Ze willen volle borden, het is een gezellig moment in de week. Het is een echte familiemaaltijd, met een gezellige sfeer.’ Herlé: ‘Dus niet als een gaarkeuken, dat ze in de rij staan met een bordje.’

Acht boodschappenkarren
Er is nog iets wat de maaltijden in het Stadsklooster – en in het kookboek – bijzonder maakt, betoogt ze. ‘Wij koken als huisvrouwen, schillen de aardappels zelf. In smaak maakt het verschil dat je echt alles vanaf de grond kookt, met verse dingen.’
Culinaire fratsen moet je bij deze doelgroep achterwege laten, leerden de dames gaandeweg. ‘Het moet niet te zwaar gekruid en niet te exotisch zijn. Een gerecht met guacamole werd niet zo gewaardeerd. Ook belangrijk: het moet niet moeilijk om te kauwen zijn, ze hebben vaak slechte gebitten. Geen vlees met veel harde stukken.’
Is het voor Herlé en Wiersum van belang dat ze voor een niet erg alledaags gezelschap koken? ‘Er is geen verschil’, zegt Wiersum. ‘Mensen moeten eten.’ Regelmatig gaat ze de eetzaal in om te vragen of het smaakt, een praatje te maken, een compliment in ontvangst te nemen. ‘Ik heb echt het idee: dit zijn onze gasten. Het is een heel waarderende groep’, zegt de Australische, die sinds 2000 in Nederland woont en in haar leven voor mensen from every walk of life kookte. Herlé houdt wat meer afstand, geeft ze toe. ‘Ik ontmoet ze weinig, ik heb ervoor gekozen te koken.’ Dat neemt niet weg dat ze maandelijks met kilo’s en kilo’s boodschappen sjouwt; soms gaan er wel acht boodschappenkarren van de Haagse Markt naar het Stadsklooster.

Het is allemaal vanzelfsprekend voor de kookdames van het Stadsklooster. ‘Koken is een internationale taal’, meent Wiersum. ‘Het is per definitie een sociale bezigheid.’ Herlé: ‘Zeker. Je doet het om iets nuttigs te doen, maar ook omdat het leuk is. Het is een uitdaging om voor zoveel mensen te koken. Je doet iets sociaals. Waarom niet?’

Tekst en foto: Matthijs Termeer

Op de foto: Carolyn Wiersum (links) en Mariët Herlé in de keuken van het Stadsklooster.

 

Deel dit artikel