‘Het verrijkt je om een bedelaar te helpen’

Opbouwwerker Robin de Jong van Stek zet zich dagelijks in voor kwetsbare bewoners van Haagse Hout, of dat nu eenzame ouderen of ontwortelde vreemdelingen zijn. ‘Mensen zijn relationele wezens.’

Kijk Robin de Jong in de ogen en je ziet zoveel liefde, dat het je behoorlijk van je stuk brengt. Liefde voor de medemens. Liefde voor de samenleving. Liefde die hem ertoe aanzet een deel van zijn werkzame uren kantoor te houden in de cv-ruimte van een afgedankt gebouw van het Aloysiuscollege. Hier wonen enige tientallen vluchtelingen, een van de groepen om wie hij zich als diaconaal opbouwwerker van Stek (voor Stad en kerk) bekommert. Net als zijn doelgroep neemt de 28-jarige man genoegen met weinig: een oude kantoortafel als bureau, een karig koffiehoekje en kamerschermen om de boilers en buizen aan het zicht te onttrekken.
De Jong doet veel voor de vluchtelingen die onder zijn verantwoordelijkheid vallen. Een meisje met mazelen en een vergroeiing aan haar benen neemt hij mee naar het Haga-ziekenhuis. Onder de bewoners van Benoordenhout werft hij ‘maatjes’, die de nieuwkomers helpen met het zich aanpassen aan de Nederlandse samenleving. Hij kwam in actie bij een geval van huiselijk geweld, dat zich onder zijn neus afspeelde in een van de woningen. En dat zijn nog maar een paar voorbeelden. ‘Het voelt alsof ik op het juiste moment het juiste doe’, zegt hij eenvoudig. ‘Het is mijn taak om te kijken waar de gaten in het maatschappelijk veld zitten, waar mensen buiten de boot vallen. Waar liggen kansen voor de kerk?’

Naar het strand
De opbouwwerker opereert niet alleen vanuit het stookhok. Met de Duinzichtkerk en de Christus Triumfatorkerk als bases bestrijkt hij het complete stadsdeel Haagse Hout. Een groot gebied, met een flinke portie moderne grote-stadsproblematiek: eenzaamheid, ontkerkelijking, armoede, vervreemding en ontheemding. De Jong is werkzaam in het web van gemeente, buurtcentra, scholen en kerken. Hij bespreekt, regelt en evalueert, gaat met mensen naar het strand, deelt voedselpakketten uit. Eenzame mensen probeert hij op de rit te krijgen door ze uit te nodigen voor een gezamenlijke maaltijd, hij haalt hen desnoods zelf op.
‘Ja, maar ik wil niet bekeerd worden’, luidt dikwijls de tegenwerping. ‘Dat doe ik niet’, antwoordt De Jong dan. ‘Ik ben een soort maatschappelijk werker. Dat geeft vaak de doorslag. Dan geven ze me wel een kans. Ik probeer duidelijk te maken dat de diaconie dienstverlenend wil zijn. Je biedt iets aan: ondersteuning, bescherming, vriendschap, onder de mensen zijn. Mensen vertellen levensverhalen. Soms zeg ik: volgens mij is dit ook geloven, volgens mij heb jij door hoe het leven in elkaar zit.’

Spiritueel pad
Hoe het leven in elkaar zit, vroeg Robin de Jong zich op zijn vijftiende, zestiende jaar al doorlopend af. ‘Ik was een jongen die veel vroeg aan anderen. De vragen achter de vragen.’ Gelovig was hij van huis uit niet, maar De Jong voelde de innerlijke aandrang een ‘spiritueel pad’ te volgen. ‘Hoe zitten mensen in elkaar, wat is goed en kwaad?’ Het leidde tot een studie theologie en hij werd rooms-katholiek. ‘Ik ervaar dat er iets buiten mezelf is, dat in relatie met mij treedt. Dat is iets wezenlijks van ons mens-zijn. Mensen zijn relationele wezens. We hebben een soort bron, een beginpunt dat ons kan vertellen wat echt belangrijk is.’
Het sterkt De Jong in de praktijk van alledag. ‘Ik geloof niet in een wereld die geleid wordt door consumentisme, kapitalisme en materialisme, waarin het alleen maar gaat om zelfverrijking.’ Ook het leven van Jezus inspireert hem. ‘Hoe Jezus met mensen omging, die verhalen. Omdat het een andere kijk geeft op hoe je met jezelf en anderen kunt omgaan. Jezus biedt een alternatief voor hoe we samenleven. Het verrijkt je om een bedelaar te helpen, in plaats van hem in elkaar te slaan. Wonderen bestaan, je kunt bouwen aan een betere wereld.’

Dat zit hem soms in kleine dingen. Zo heeft hij ervoor gezorgd dat het huisvuil van de vluchtelingen voor de deur wordt opgehaald. Dat scheelt een eind sjouwen met een zware vuilniszak. Zijn ‘klanten’ waarderen het.
‘Robin is like a friend to us’, zegt een Syriër, die bezig is bladeren aan te harken op het binnenplaatsje. ‘A nice guy.’

Tekst en foto: Matthijs Termeer
Op de foto: Robin de Jong.

Deel dit artikel