Vluchteling Nuridin: ‘Ze spelen een spelletje’

Nuridin is gevlucht uit Tadzjikistan. Als hij teruggaat, belanden hij en zijn gezin in de gevangenis, zegt hij. Dat probeert hij nu al zes jaar lang te bewijzen. De officiële Nederlandse instanties geloven hem niet.

‘Even lachen voor de foto, Nuridin’, roept Cela. We zitten in zijn keuken, waar hij net zijn verhaal heeft verteld. Nuridin antwoordt: ‘Sorry, ik kan niet meer lachen.’
Nuridin (53) is zes jaar geleden gevlucht uit Tadzjikistan. Hij heeft geen verblijfsvergunning, er loopt nog een procedure. Sinds een tijdje heeft hij onderdak op de zolder van de Noorderkerk, in Duinoord. Kerken uit de buurt helpen hem met spullen. Hij kwam hier na een zwerftocht via onder meer het tentenkamp op de Koekamp en de opvang in de Sportlaankerk – een burgerinitiatief.

Studieboekjes
In Tadzjikistan studeerde Nuridin geschiedenis en recht. ‘Ik ben opgepakt omdat ik tegen het regime in oppositie was gekomen. Ik kwam in de gevangenis. Daar word je kapot gemaakt.’ Uiteindelijk is hij gevlucht.
Europa leek hem het ideale werelddeel. Nog steeds. Niet het communisme van Rusland, niet het kapitalisme van Amerika. Maar hier begon het getouwtrek. Volgens de instanties is er niet genoeg bewijs dat Nuridin in zijn land gevaar loopt. Hij zou dus terug moeten. ‘Dan zou niet alleen ik, maar ook mijn gezin in de gevangenis belanden’, zegt hij.
Hij laat een stapel documenten zien, zorgvuldig in een hoesje gepakt. ‘Toen ik hier kwam had ik geen papieren. Hoe had ik die moeten meenemen in de hectiek van mijn vlucht? Ze geloofden mijn verhaal niet. Kom met bewijzen, zei mijn advocaat.’ En dus heeft de dochter van Nuridin paspoort, geboorteakte, diploma’s, foto’s, brieven, studieboekjes en verklaringen opgestuurd. Dat gaat niet zomaar even met de post – land na land moesten de spullen de grens over worden gesmokkeld.
Na bijna een jaar kwamen ze aan bij Nuridin. Hij liet ze opgelucht zien aan de instanties. ‘Maar toen zeiden ze: ja, dat heeft veel te lang geduurd. Nu is het te laat.’ Toen ze er uiteindelijk wel naar wilden kijken, vielen ze over het feit dat sommige familienamen niet zouden kloppen. Nuridin: ‘Dat komt omdat het systeem van naamgeving op een gegeven moment veranderd is. Als ik een goede advocaat zou hebben die dat kan bevestigen, ben ik uit de brand. Maar die is er niet.’

Rietveldstoel
Het lijkt of alles in Nuridins zaak misgaat. ‘Ik kreeg weer een vraaggesprek vlak nadat ik uit de Sportlaankerk kwam. Toen was ik helemaal niet in orde door de kou en de drukte daar. Ik vroeg een paar dagen rust. Maar het moest meteen. Ik kon niet goed uit mijn woorden komen door de stress.’
Nuridin herhaalt steeds dezelfde zin: ‘Ze spelen met me.’ Iedere keer moet hij weer iets in orde maken, bewijzen, uitleggen. ‘En als ik dat heb gedaan, is er weer iets nieuws wat ik moet aantonen.’ Hij is er moedeloos en enigszins verbitterd door geworden. ‘Zeg me waar ik aan toe ben, als ik niet mag blijven, ga ik wel naar Amerika of zo. Ik wil mijn leven kunnen opbouwen. Ik wil werken voor Nederland, géven aan Nederland.’
Niet dat Nuridin stilzit. Hij volgt Nederlandse les in het Multicultureel Ontmoetingscentrum Schilderswijk (‘Sorry dat ik nu taalfouten maak, maar dat komt door de emoties. Normaal weet ik alles over persoonsvorm en onderwerp en gezegde.’). Hij knapt de kosterswoning en bijzalen van de Noorderkerk op: muren afkrabben, elektra aanleggen, paneeldeuren herstellen, stukadoren, verven. Hij deed een cursus meubelrestauratie en maakte een prachtige Rietveldstoel (‘Nee, die wil ik niet in mijn kamer, die is voor de kerk.’) Hij speelt gitaar en treedt op. Hij onderhoudt tuinen.
Cela Struik van de Noorderkerk en Krijn van der Plas van de Houtrustkerk nemen deel aan het gesprek in Nuridins keuken. Ze horen bij Nuridins steungroep. Vluchtelingenwerk Den Haag zoekt contacten, vertellen ze: ‘Er is een journalist in Duitsland die wellicht kan getuigen. Hij kan verklaren dat die in de oppositie heeft gezeten. Maar het is de vraag of hij dat durft. Iedereen is bang dat de achterbleven familie gevaar loopt.’

We worden ontvangen met koffie, thee en tompoezen op kleurige papieren bordjes, die Nuridin daarna zorgvuldig afwast. Een schaal met stukjes wafel staat midden op tafel. En willen jullie nog wat sap? Nuridin is blij met de steungroep (‘Die mensen zijn familie van mij geworden’), met zijn huis, met ons bezoek. Maar het gaat niet goed met hem. ‘Na hulp van een psycholoog gaat het wel beter, maar ik ben mentaal mezelf niet meer. Ik kan me niet meer concentreren, vergeet dingen – door alle emoties. Door dat gevoel dat er maar steeds met me gespeeld wordt.’

Margot C. Berends

Deel dit artikel