Nog een joods monument op het Rabbijn Maarsenplein

Op het Rabbijn Maarsenplein is een nieuw monument onthuld ter nagedachtenis aan de Haagse joden die in de Tweede Wereldoorlog gedeporteerd werden.

Vanaf begin zeventiende eeuw tot de Tweede Wereldoorlog was het Rabbijn Maarsenplein het hart van de joodse buurt. Op het plein herinneren al jaren twee monumenten aan de weggevoerde joodse kinderen: het Kindermonument (de lege stoeltjes) en een replica van de bronzen plaquette uit het Museon met de tekst: ‘Rachel weent om haar kinderen’.
De Stichting Joods Monument, een initiatief van vijf Hagenaars, vond die monumenten niet passend genoeg om alle joden te herdenken. Kunstenaar Anat Ratzabi uit Den Haag kreeg de opdracht om een groter monument te ontwerpen. Het is een ensemble van meerdere onderdelen geworden. In de kerkmuur van de Nieuwe Kerk is een deur op een kier gebouwd met daartegen het Amalekmonument, een monument met een Davidsster dat jarenlang tegen de muur van C&A zat. Het licht dat vanuit de kier schijnt, moet ijdele hoop symboliseren. Daarnaast staan twee van onderaf verlichte koffers, verwijzend naar de deportatie. Ervoor zes lage pilaren – zitplaatsen – voor de zes miljoen vermoorde joden, met aan weerszijden het symbool voor een Israëlische stam; ‘de authenticiteit hiervan ondersteunt een terugwinnen van de verloren identiteit’, aldus de kunstenaar. Tot slot een bronzen plaquette met een korte toelichting.

Bezwaar
Zo’n vijfentwintig Haagse joden en kunstenaars tekenden vorig jaar bij de gemeente bezwaar aan tegen dit ontwerp. Waarom zoveel monumenten op één plein? Het joodse leven voltrok zich ook op andere plaatsen in de stad. Er staat al een joodse zuil op het Carnegieplein en er zijn gevelplaquettes (onder andere in de Reinkenstraat) die aan het joodse verleden herinneren. Waarom nog meer? En waarom moet dit monument zo expliciet joods zijn?
Volgens Hanneke Gelderblom, zelf joods en initiatiefnemer van het Kindermonument, dringt het nieuwe ensemble de geschiedenis aan voorbijgangers op. Ze vindt dat het nauwelijks rekening houdt met de culturele diversiteit en vandalisme kan uitlokken. Sommige kunstenaars vinden het cliché; hetzelfde soort kunst is te vinden in Leiden (Ram Katzir), Gorinchem (Ton Koops) en Berlijn (Daniel Liebeskind), schreven de bezwaarmakers.
Voor het monument heeft een groot aantal donateurs (waaronder de Duitse staat en Nederlandse Spoorwegen) bijgedragen aan de kosten van € 297.000. Bij de onthulling van het monument (28 januari) zijn burgemeester Pauline Krikke en de voorzitters van de twee Haagse synagogen aanwezig.

Deel dit artikel