Voor Kerk in Den Haag blijft werk genoeg

‘Het Nederlandse onderwijs verwaarloost op alle niveaus de band met de geschreven cultuur.’ Deze stelling neemt Kerk in Den Haag ter harte. Cultuuroverdracht in ruime zin is het belangrijkste wat we te bieden hebben, aldus scheidend hoofdredacteur Jan Goossensen.

Rond 1975, toen ik in Den Haag kwam wonen, lag het kerkelijk erf er keurig aangeharkt bij. Het mooiste was de Julianakerk in Transvaal, de imposante kathedraal van de Haagse arbeidersbevolking. Wat me opviel: geen naambordje aan de deur, dat was niet nodig. Alle hervormden kenden de kerk en wie niet tot de gemeente behoorde, had er niks te zoeken.
Veertig jaar later staan alle kerkdeuren in de hele stad wijd open en zijn de grenzen tussen vaste en incidentele bezoekers vervaagd. Die praktijk weerspiegelt precies de grondhouding van Kerk in Den Haag: we maken principieel geen onderscheid tussen zinzoekende Hagenaars die wel en die niet lid zijn van een kerk. Belangstelling uit zich in verschillende kringen van betrokkenheid. En afkeer van geloof en clerus (zo oud als de beschaving) is ook een teken van betrokkenheid.

Ernstig verwijt
Als publieksmedium richten we ons, om het met de woorden van Rutte III te zeggen, op ‘gewone normale gelovigen’, in alle gradaties van geïnteresseerdheid. Dat vereist een houding als van een stukje spekkoek. Om en om een laagje informatie en meningsvorming. Cultuuroverdracht in ruime zin is het belangrijkste wat we te bieden hebben. En in het verlengde van een blad en een website als de onze, is dat ook het belangrijkste wat de kerk de samenleving te bieden heeft. Schrijver en uitgever Maarten Asscher constateerde onlangs in NRC ‘dat het Nederlandse onderwijs op alle niveaus de band met de geschreven cultuur, doelbewust of niet, aan het verwaarlozen is’. Dat is een ernstig verwijt, en misschien had hij het woordje ‘geschreven’ ook nog kunnen weglaten. Genoeg te doen dus.

Schijn bedriegt
Het nieuwe regeerakkoord heeft verder, tegen eerdere Kameruitspraken in, de koppeling van de kerkelijke ledenadministraties aan de gemeentelijke bevolkingsregisters in takt gelaten. Dat is mooi en ook financieel gunstig, want nu blijft de harde kern van kerkleden ook na verhuizingen in beeld. Maar schijn bedriegt: er is een veel groter potentieel aan geïnteresseerden in christendom en religie dan uit de traditionele ‘kaartenbak’ blijkt. Het zijn mensen die KDH uit de bibliotheek meenemen of soms een gespreksavond of een kerkelijk inloopkoffie-uurtje bezoeken. Maar het is oneindig veel moeilijker om die groep gestructureerd te bereiken. Als de kabinetsplannen anders hadden uitgepakt, zou de kerkelijke public relations-machine compleet moeten worden omgebouwd. De (ondeugende) vraag is welk model op de langere termijn beter zou zijn.

Religieuze behoeften
De ruim 140 Haagse kerken (migrantenkerken incluis) laten zien hoe gevarieerd de kerk anno 2017 is: uiteenlopende groepen van verschillende grootte, tal van ambitieuze intenties, fraaie en herkenbare gebouwen als onmisbare ‘heilige plaatsen’. Den Haag is, dankzij deze gigantische uitwaaiering, nog nooit zo kerkelijk geweest als nu. Deze constatering maakt voor de zoveelste keer korte metten met de oude secularisatietheorie: dat toenemende welvaart onherroepelijk gepaard gaat met afnemende religieuze behoeften. Bijna het tegendeel is het geval. Er blijft dus werk genoeg voor een medium als Kerk in Den Haag om het wonderlijke spel van gelovige stadgenoten in de residentie te doorgronden.
Overigens ben ik van mening dat op zondagmiddag, als Hagenaars massaal naar het centrum trekken, tenminste één binnenstadskerk geopend moet zijn.

Jan Goossensen
Hoofdredacteur van Hervormd Den Haag en Kerk in Den Haag van 1989 tot 2017.
Foto: Het kerkelijke landschap van Den Haag is net zo veelkleurig als de herfst.

Deel dit artikel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *