Kerstboom wortelt niet in heidens sprookje

Ik ken een gemeente waar decennia geleden een populaire kerstavonddienst per kerkeraadsbesluit werd afgeschaft ‘omdat er te veel mensen komen die wij niet kennen.’
Nog steeds blijft in veel kerken de kerngemeente tijdens al te populaire kerstvieringen liever thuis. Elders wordt op kerstavond expres een hoogkerkelijke – en dus ook hoogdrempelige –  dienst van Schrift en Tafel gevierd. Of er is elke herfst weer dezelfde discussie of er een kerstboom de kerk in mag komen.
Mij bevreemdt dat. En ik vind het jammer. Zo mis je namelijk de met afstand grootste missio-naire kans van het jaar om mensen met het goede nieuws te raken. Maar ik ben bevooroordeeld: tot mijn zeventiende kende ik uitsluitend populaire kerstavondvieringen. Zonder deze diensten was ik waarschijnlijk nooit christen geworden. Laat staan predikant.

Weerloos kind
Vooropgesteld: uiteraard is Pasen het grootste en theologisch gezien belangrijkste christelijke feest. Maar Pasen heeft wel een hogere drempel dan Kerst. Zoals Paulus al zei: een gekruisigde en opgestane God, dat is met wereldse ogen bekeken een beetje dwaas. Een God die als weerloos kind in de kribbe ligt, overstijgt het menselijk begrip veel minder. En dat heeft twee voor de hand liggende redenen.

Ten eerste zijn wij allemaal zelf kind geweest. Uiteraard herinneren wij ons niet onze geboorte, maar we weten wel ongeveer hoe onze oorsprong eruit zag. De mogelijkheden ons te identificeren met het verhaal zijn in Bethlehem veelvuldiger en ook mooier dan op Golgota. Wat wij wel nog weten, zijn kerstherinneringen uit onze kindertijd. Meestal zijn daar mooie, knusse en gezellige gevoelens aan verbonden, alleen al vanwege het feit dat je rond Kerst als gezin veel vrije tijd samen doorbracht. Mooie liederen, een versierde kamer en eventueel zelfs kerstcadeaus versterken deze nostalgische gevoelens. Het onverstoorde paradijs van de kindertijd is voor velen samengevat in kerstherinneringen. Met het verlangen om dat later ten-minste deels te herbeleven, is niets mis, lijkt mij.

Ultieme geluksmoment
Ten tweede zullen de meeste ouders en grootouders bij de vraag naar het meest ultieme geluksmoment aan de geboorte van hun eigen (klein-)kinderen denken. Met geboorten verbinden wij, ook los van het kerstverhaal, gedachten van nieuw leven, opnieuw beginnen, nieuwe mogelijkheden, kansen en een wereld die voor je voeten ligt.
Dat het kerstverhaal om een geboorte draait en een nieuw begin van God met de wereld voorstelt, maakt het tot het toegankelijkste stukje tekst in de hele Bijbel. En tot het minst dwaze, meest voor de hand liggende hoofdstuk theologie van het christendom. Het kerstverhaal onder stoelen of banken verstoppen, dat is écht zonde.

Geen knieval voor het heidendom
Maar is een populaire kerstdienst voor het grote publiek met zoete kerstliedjes en een kerstboom in de kerk dan geen knieval voor het heidendom? Het antwoord is: neen. Dat de kerstboom als Germaans vruchtbaarheidssymbool een heidense oorsprong heeft, is een sprookje, ooit bedacht door de gebroeders Grimm. De historische oorsprong van de kerstboom is heus christelijk, namelijk de vijftiende-eeuwse ‘boom des doods en des levens’, een illustratie die het kerstverhaal tegenover de zondeval stelt.
Zeker versierd met christelijke symbolen kan een kerstboom prima in de kerk staan. Bovendien zou je, als je alle buitenchristelijke invloeden uit het christendom wilt weren, nog veel meer moeten schrappen. Uit de feestkalender en kerkdiensten, maar ook hele hoofdstukken uit de Bijbel. Het wereldwijde succes van het christendom is vooral te danken aan zijn openheid tegenover invloeden van buiten.

Degene wiens geboorte wij met Kerst vieren, ging zelfs nog verder dan alleen een knieval voor de wereld. De kern van het kerstverhaal is precies deze omkering: God wordt een weerloos kind. God wordt geboren uit een arme, bloedjonge vluchtelinge. En de engelen verschijnen aan de meest verachte sloebers, de herders. Zij horen het heilsverhaal als eerste en worden zijn eerste aanbidders. God zelf was en is zeker niet bang voor een ‘knieval voor het heidendom’. Waarom zijn wij het dan wel?

Deel dit artikel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *