Oecumenische dienst bij 500 jaar Reformatie

De Evangelisch-Lutherse gemeente en de rooms-katholieke Parochie Maria Sterre der Zee gedachten samen dat 500 jaar geleden Luther de knuppel in het hoenderhok gooide. De Reformatie werd niet gevierd (‘Niet alles was mooi’), wel de eenheid en gezamenlijkheid die er inmiddels weer is.

Hoeveel programmaboekjes er moesten komen, had de koster aan dominee Trinette Verhoeven gevraagd. ‘Doe er maar een stuk of tachtig’, was het antwoord. Het bleken er veel te weinig te zijn. Ruim tweehonderd mensen kwamen op dinsdagavond 31 oktober naar de Haagse Evangelisch-Lutherse kerk voor een oecumenische dienst als afsluiting van het Lutherjaar. Het was deze dinsdag precies 500 jaar geleden dat Maarten Luther zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkapel in Wittenberg spijkerde, waarmee hij een belangrijke aanzet gaf tot de beweging van de Reformatie.
De dienst was een gezamenlijk initiatief van de Evangelisch-Lutherse gemeente en de rooms-katholieke Parochie Maria Sterre der Zee, met als voorgangers de lutherse predikant Trinette Verhoeven en parochievicaris Ad van der Helm. ‘Samen gedenken en bidden’ was het motto. Gedenken dus, niet vieren, want – zo schreef Verhoeven elders – ‘de Reformatie heeft veel moois gebracht, maar niet alles was mooi. Families zijn tegenover elkaar komen te staan, er zijn oorlogen gekomen.’

Wat in de dienst juist wel gevierd en gezocht werd, was eenheid en gezamenlijkheid. Dit kwam naar voren in de Bijbellezingen – zoals de woorden van Jezus over de ware wijnstok en de ranken – en de liederen. ‘Leden zijn er vele, één is zijn kerk, wij zijn één in Christus’, klonk het. Ook was er muziek uit beide tradities, door de Schola Cantorum van de St. Jacobuskerk onder leiding van Jos Laus en de lutherse cantorij Maarten Luther met cantrix Monique Schendelaar.

Dichtbij
De preek was voor deze gelegenheid vervangen door een tweespraak tussen de beide voorgangers. Ze namen vier centrale thema’s onder de loep – kerk, genade, mens en Bijbel – en lieten daar vanuit hun eigen traditie en geloofsbeleving hun licht over schijnen. Aan het eind was het wat hen betreft aan de toehoorders om uit te maken hoe dicht ze bij elkaar stonden.
Tamelijk dicht, lijkt mij die eindconclusie. Zelf hadden de twee vorig jaar ook al veel raakvlakken ontdekt, bij hun gezamenlijke deelname in Rome aan een internationale ontmoeting over Luther. Maar het neemt niet weg dat de verschillen ook genoemd konden worden. Zoals over de kerk. ‘Tussen God en mij kan niemand komen, ook de kerk niet’, nuanceerde Verhoeven de woorden die Van der Helm even daarvoor had gesproken over de waarde en het belang van de kerk. In hun visie op de Bijbel konden ze elkaar goed vinden. ‘Het heeft even geduurd, maar ook de katholieken hebben zich op de Bijbel gestort’, aldus Van der Helm. En Verhoeven vertelde hoe Maarten Luther de Bijbel vergeleek met een middeleeuwse stad. Het plein wordt gevormd door alle passages van en over Jezus. Maar er zijn ook donkere steegjes en sloppen, waar je maar beter uit de buurt kunt blijven.

‘Ontmoeting is het sleutelwoord’, stelde Verhoeven tot slot. En na een flinke zit van anderhalf uur was het daar dan ook tijd voor – overigens niet alleen tussen luthersen en rooms-katholieken, maar ook met mensen van veel andere geloofsgemeenschappen – met de woorden van het slotlied nog resonerend: ‘Zo komen wij te boven, de dagen van strijd, van schuld en van verwijt.’

Tekst: Irna van der Wekke

Deel dit artikel