Je valt op je knieën neer en krast ‘leven’

Een journalist van in de veertig loopt mee met een ‘stadspelgrimage’ voor twintigers en dertigers, georganiseerd door StekJong. Plotseling wordt hij geraakt.

Nee, er zijn weinig plekken op de voettocht van de Grote Kerk naar Kijkduin die je niet kent. Ja, de Stenen Kamer, een of andere archeologische kuil in villawijk Vroondaal, nabij het sfeerloze recreatiegebied Madestein. Daar heb je nog nooit van gehoord. Maar die hele wijk was er nog niet toen je vroeger in Madestein viste, toen jullie in de herfst in de bladeren van Ockenburg schopten en doelloos door de Puinduinen zwierven. Om maar te zwijgen over de talloze voetstappen die je hier op het strand achterliet, in de tijd dat het je nog aantrok deze omgeving op te zoeken.

Dat doe je al jaren niet meer. Te vaak geweest, te veel zien veranderen. Wanneer de tochtgenoten elkaar op de Zandmotor wijzen, moet je een misprijzend schokschouderen onderdrukken. Je weet vrijwel zeker dat niemand uit deze groep de leuke kleine strekdammetjes die hier vroeger lagen, nog heeft meegemaakt. En die rare tunnel die is aangelegd in de Puinduinen, die hadden jullie vroeger toch helemaal niet nodig om lol te hebben? Nergens stonden borden met tekst en uitleg, door het stadsdeel geplaatst. Er wáren nog niet eens stadsdelen.

Zomaar wat kletsen
Ook eerder, langs de Loosduinseweg, is er weinig wat je kan boeien. Dit deel van de stad is ronduit lelijk, dat heb je altijd al gevonden. Het verkeerslawaai verafschuw je met de dag meer en dat zal deze zondagmiddag niet veranderen. Natuurlijk is het aangenaam met je mede-pelgrims te babbelen, maar hoeveel van deze woorden blijven er werkelijk hangen? Wat is het nut van zomaar wat kletsen, dan met de een, dan met de ander? Daar komt bij dat het weer waardeloos is en je oude bergschoenen hun boodschap toch echt gedaan hebben.
Tja, vastgelopen veertiger, wat doe je hier dan? Tussen deze millennials met hun smartphones en hun uitleg over de omgeving, die rechtstreeks van internet komt? Je wilt wedden dat de meesten niet eens uit Den Haag komen. Wat deugt er eigenlijk wel aan deze tocht, aan je leven? Je loopt toch helemaal nergens meer warm voor? Daar sta je, met al je cynisme, in de regen in datzelfde sfeerloze Madestein waar je nooit van hebt gehouden.

Zonder woorden
Je hoort zeggen dat er tot aan de volgende stop niet gesproken mag worden. En dat loutert je, volkomen onverwachts. Je mimet een groet naar voorbijgangers, ze lijken aan te voelen waarom je niet spreekt. Je wacht bij het oversteken op een achterblijvende millennial, opeens voel je je verantwoordelijk voor zo’n jonger iemand. Je houdt takken opzij voor een ander, hoewel dat helemaal niet nodig is, en grijnst er onbeholpen bij. Je put troost uit het zwoegende geluid van de regenbroeken, uit de buizerd in de lucht waar je niemand op hoeft te wijzen. Je wilt voor altijd zwijgen, want het klopt. Er is niets te zeggen en wat je meemaakt onderweg, deel je zonder woorden.

Ook wanneer de anderen weer spreken, zwijg je of je mompelt het hoogstnoodzakelijke. Je krijgt de opdracht een wens voor de toekomst op het strand te schrijven, of zoiets. Je valt op je knieën neer en krast met een veel te klein takje in het zand: leven.
Léven.

Tekst en fotograaf: Matthijs Termeer

Info: www.zinzoekers.nl.

Deel dit artikel