Stadsbeiaardier Heleen van der Weel: ‘Klokken klinken met storm het mooist’

‘Natuurlijk kan carillonmuziek ontroeren!’ Voor Heleen van der Weel, stadsbeiaardier van Den Haag, is dat geen vraag. Soms bellen mensen haar. Om haar te bedanken. Of te vragen of ze dat walsje nog eens speelt. Of méér vaderlandse melodieën uit Valerius’ Gedenkklank. Ze weet dat vaste luisteraars in het centrum soms de ramen open zetten, of even op het balkon gaan staan. Om te luisteren naar het publieke concert, iedere maandag, woensdag en vrijdag in de lunchpauze.

Vanuit de stilte van de toren strooit Heleen van der Weel haar melodieën als zilveren vlokjes uit over de stad. Vrolijk en ernstig, oud en modern, rijp en groen. ‘Dat is de functie van een carillon. Van schlagers tot chansons, en van kerkliederen tot Golden Earring.’ Ze laat haar logboek met programma’s zien. De hele muziekgeschiedenis komt voorbij. Ook ‘Het laatste rondje’ van André Hazes ontbreekt niet.

Grote stokken
Gezeten in de knusse, verwarmde speelkamer – groot model volière – hoog in de toren laat Van der Weel de zijkant van haar handen zien. Lichte eeltvorming. Niet vreemd voor een geoefende beiaardier, die immers een zwaar klavier met grote stokken bedient. Als twintigste beiaardier sinds midden zestiende eeuw beklimt ze al sinds 1972 de toren. En ze geniet van haar beroep nog iedere dag. ‘Iemand zei me: “De muziek klinkt het mooist als het stormt. Je hoort de vlagen dan langs komen.”’
Het geluid van de Haagse beiaard noemt ze trouwens ‘mager’. Dat komt doordat de klokken niet in een half gesloten klankkast zitten, wat in Vlaanderen vaak het geval is, maar vrij in de open toren hangen, waardoor het geluid niet kan ‘zingen’ maar snel vervliegt. Daartegenover is de Haagse beiaard met 51 klokken en klokjes vrij groot.

Een carillon hoort bij oude steden in de Nederlanden, zegt Van der Weel. En ze kan het weten, want vorig jaar verscheen Klokkenspel van haar hand, een standaardwerk over de geschiedenis van de beiaard. Met evenveel liefde als ze de trappen opstijgt voor concerten, duikt ze archiefkelders in voor onderzoek. In ieder geval heeft het huidige Haagse carillon, waarvan de oudste delen uit 1686 stammen, geen geheimen meer voor haar.
Vanuit haar positie – ‘ik sta letterlijk boven de partijen’ – volgt ze het wel en wee van de klokkenspellen in Nederland en België met argusogen. Ze was boos toen in Zeeland een beiaardier dreigde te worden wegbezuinigd. En ze is verheugd als op een vacature zo’n tien sollicitanten komen. ‘Deze vorm van cultuur, die zo sterk bij ons land hoort, mag niet verloren gaan.’

Solistisch ingesteld
Zelf heeft Van der Weel nooit behoefte gevoeld voor muzikale nakomelingen te zorgen. ‘Ik houd niet van lesgeven’, zegt ze. ‘Ik ben nogal solistisch ingesteld.’ Dat komt dan mooi uit, want naast de klokken van de Haagse toren bespeelt ze ook nog de carillons van het Vredespaleis, de Oude Kerk op Scheveningen en de kerk van Wateringen. In totaal zes concerten per week. Daarnaast is ze zesendertig jaar organist van de Thomaskerk in Leyenburg, en drieëndertig jaar organist van middagdiensten in de Oude Kerk op Scheveningen. ‘Op mijn veertiende, toen ik met mijn ouders naar de Julianakerk ging, wist ik al dat ik de muziek in wilde.’

Donderdagse koopavond
Behalve op kerstavond, en drie zomeravondconcerten, speelt Van der Weel op de Haagse toren uitsluitend op drie middagen tussen twaalf en één. Het zijn de uren waarop vroeger de straten in het centrum vanwege de markt overvol waren. Het stadsbestuur zorgde voor muzikaal vertier. Als dat het criterium is, zou het dan geen aanbeveling verdienen de stedelijke beiaardconcerten te verplaatsen naar de donderdagse koopavond, en naar de zaterdag- en zondagmiddag? Want dat zijn de drukke momenten van nu.
Heleen van der Weel kijkt bedenkelijk. De liefde voor het carillon gaat ver, maar nee, om ook nog in het weekeinde de 321 traptreden van de toren te beklimmen, dat moeten ze haar niet vragen. Zo’n vaart zal het volgens haar ook niet lopen. Voorlopig heeft ze haar handen en voeten vol aan haar huidige werk: spelen en ook zelf muziek voor beiaard schrijven en bewerken.

Na een uur zit de ‘openbare muziekuitvoering’ er op. De klokken zwijgen. De bovenraampjes in de speelkamer worden gesloten – om duiven te weren – het kacheltje en de lampjes gaan uit, en we beginnen aan de afdaling. Een geschilderd bordje maant tot voorzichtigheid: ‘Wie haastig is met zijn voeten, begaat een misstap’, een woord uit Spreuken. Na tien minuten staan we weer veilig en wel op straat. Wat een herrie.

 

 

Kerst: de hemel daalt neer op aarde
December is een maand van contrasten. Met Kerst zingen koren de sterren van de hemel. Het kerstkind landt op aarde. Maar in Den Haag anno 2009 leven velen in zorg en angst, of hebben moeite om de eindjes aan elkaar te knopen.
In dit nummer een beeld van uitersten: ‘Gloria in de hoge’, en daarnaast interviews van de straat.

Zie de andere artikelen:

Diep in de buik ztten de hoge tonen

Willem is dakloos

Het kan iedereen overkomen

Iconen maken is schilderen met licht

Daklozen met kerst in de cel

Interview met een ex-dakloze

 

Deel dit artikel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *