Zwarte daken in het ‘rodepannendorp’

Tot twee keer toe moet ik voorbijgangers vragen waar de Jeroenkerk staat. Vlak voor de sluiting van deze Spoorwijkse rooms-katholieke kerk wil ik er nog een mis bijwonen. Merkwaardig, ik blijk er pal voor te staan. De Jeroenkerk is een miezemuizerig gebouwtje in een schutkleur, op een onbeduidende hoek van de straat. Geen gebouw dat roomse trots uitstraalt.
Dat klopt. Voorheen was dit het kerkje van het Apostolisch Genootschap. De rooms-katholieken zijn er naderhand in gekomen.

Ooit werd Spoorwijk gedomineerd door twee grote kerken: de hervormde Oranjekerk en de rooms-katholieke Jeroenkerk. Beide zijn in de jaren negentig afgebrand en afgebroken. Maar voordat het vuur om zich heen greep, was het al gedoofd in de geloofsgemeenschappen zelf. Ze betrokken rond 1990 allebei een kleiner pand.
Vooral de Jeroenkerk nam vroeger een prominente plaats in. Het gebouw stond midden in de wijk. Bij de bouw van Spoorwijk, in de jaren twintig, werd eerst begonnen met het neerzetten van deze kerk. In de weilanden verrees een rooms-katholieke enclave, met kerk, een pastorie met tuin, de Jeroenschool voor de jongens en de Mariaschool voor de meisjes. Verder kwamen er een katholieke kleuterschool en een katholieke huishoudschool.
De Spoorwijkse huizen waren best goed, maar ook klein. De architect Berlage had redelijk brede straten en ruime huizen ontworpen. De straten vielen echter uiteindelijk smaller uit en de huizen werden in tweeën gedeeld. In de jaren zestig trokken daarom nogal wat Spoorwijkers naar Mariahoeve, Moerwijk en Morgenstond. Daar waren grotere huizen, met ruimte voor een douche. Het gevolg: minder autochtone bewoners, en dus ook minder christelijke gelovigen. Het begin van het einde van de markante kerkgebouwen. In de goedkope huizen kwamen buitenlanders te wonen. Het karakter van de wijk veranderde.

Polen
Tijdens mijn zoektocht naar rooms-katholiek Spoorwijk kwam ik in De Wijkplaats terecht, een ontmoetingsplek, een ‘buurtkamer’ waar altijd een kopje koffie of thee te halen valt. Ook ik krijg thee. En ik krijg, nog voordat ik zit, een grote bak Geert Wilders en PVV over me heen gestort.
‘Wordt de katholieke kerk gesloten? Ja, daar zal wel een moskee voor in de plaats komen. Ze nemen de macht hier over. Ze hebben gezinnen met zeven, acht kinderen, om maar zoveel mogelijk invloed te krijgen. Vroeger was het hier leuk wonen, maar nu zitten er alleen maar buitenlanders. Polen, die zo goedkoop zijn dat onze eigen mensen werkloos worden. Ze wonen boven mijn hoofd, die Polen. Ze hebben onregelmatige werktijden, ze maken herrie, ik slaap in m’n schuurtje in de tuin om maar rust te hebben. En er zit zo’n groot verloop in, iedere keer zijn er weer anderen. Je kunt geen contact met ze krijgen. Trouwens, met die Turken en Marokkanen ook niet. Ze spreken de taal niet. Ze passen zich niet aan. Wij krijgen geen toestemming om een haan in onze achtertuin te houden, maar zij mogen op onmogelijke tijdstippen vanaf een minaret oproepen tot gebed. Mijn vrouw durft op koopavond niet meer naar het centrum. Doodeng is het.’

Dubbele klassen
Opmerkelijk genoeg hoor ik na de viering in het Jeroenkerkje andere verhalen. De oudere dames en heren zeggen: ‘Last? Nee hoor. Ik groet ze gewoon, maak een praatje. Ik vind het hier helemaal niet eng. Nou ja, misschien verderop in de wijk… Ik heb Marokkanen boven me wonen, maar ik hoor ze nooit. Daarvoor woonden er Nederlanders, van hen heb ik veel last gehad.’
Voorganger Frans van Agthoven: ‘Over Spoorwijk zeggen sommige mensen: het is mijn wijk niet meer. Maar dit is wél jouw wijk, want je woont er. Ja, de wijk is veranderd. Maar geeft dat? Het is jammer dat wij als kerk verdwijnen, maar als christenen hebben we een taak om vriendelijk te zijn tegen alle buurtbewoners.’
Tijdens het koffiedrinken na de mis klinkt wel veel weemoed door. Nog twee zondagen, dan gaat de kerk dicht en moeten de parochianen hun heil zoeken in Rijswijkse kerken. Het is alsof het gezelschap zit te wachten op de naderende dood. Nu nog zitten ze vertrouwd bijeen, schermutselend, herinneringen ophalend. Straks missen ze de binding van een gebouw. Ze voorzien dat ze elkaar dan niet meer zullen spreken.
Ik hoor de verhalen over hoe het vroeger was. ‘Er waren grote gezinnen, met wel acht tot twaalf kinderen. De scholen had dubbele klassen. Als er communie gedaan werd, stond de hele straat vol wachtende kinderen. In de Dr. Schaepmanstraat woonden alleen katholieken. Er waren alleen al twee complete klassen gevuld met de kinderen uit die ene straat.’

Arbeiders
Die Dr. Schaepmanstraat is destijds gebouwd door de rooms-katholieke woningbouwvereniging Verbetering Zij Ons Streven. Ook andere straten en delen van straten waren door VZOS bebouwd. En dat kon je zien. Spoorwijk stond namelijk bekend als het ‘rodepannendorp’, lage huizen met oranje, of liever: rode dakpannen. Huizen waar arbeiders, socialisten woonden. Maar de VZOS wilde zich onderscheiden, en legde zwarte dakpannen op de katholieke huizen. Zo kwamen er rondom de rooms-katholieke enclave in het rode dorp dus enkele straten met alleen maar zwarte daken.
Ja, beaamt een van de koffiedrinkers. ‘Ik woon al tachtig jaar in mijn ouderlijk huis, en de pannen zijn inderdaad zwart.’ Een ander: ‘Die van ons huis waren ook zwart, maar na een renovatie hebben we er tweedehands oranje dakpannen op laten leggen.’
Sowieso kun je niet meer van het rodepannendorp spreken, want bij de sanering van Spoorwijk zijn veel oranje daken gesneuveld. Er kwamen platte daken voor in de plaats. Maar hier en daar zijn waarachtig nog de rooms-katholieke dakpannen te vinden.

Monument
De katholieke scholen zijn afgebroken en hebben een modern gebouw gekregen. De markante Jeroenkerk is afgebrand. Het kleine Jeroenkerkje is inmiddels opgeheven. Maar de Dr. Schaepmanstraat heeft nog steeds zwarte dakpannen. En een deel van de Schimmelweg. En van de Jonathanstraat. De laatste tastbare rooms-katholieke overblijfselen van Spoorwijk. Ze zouden tot monument verheven moeten worden.
Wat er verder nog staat, zo wordt me verteld, is de oude katholieke huishoudschool aan het Ledeganckplein. Er zitten nu kunstenaars in, en hindoestanen, en een moskee – zonder minaret. En… het heeft zwarte dakpannen. In rode pannen-letters staat op het dak de nieuwe naam van het pand: ‘De Poort’.

Na de kerkdienst loop ik naar mijn fiets. Een moslimvrouw steekt de straat over en komt naar me toe. Ze vraagt: ‘Mevrouw, weet u waar de moskee is?’ Een uur geleden wist ik het nog niet, maar nu kan ik haar de weg wijzen. ‘Daar, dat grote gebouw.’
En ik voeg er aan toe, gewoon omdat ik er een privégenoegen aan beleef om het hardop te zeggen: ‘Dat gebouw met die zwarte dakpannen.’

Magische woorden. De vrouw hoort niets opmerkelijks. Alleen ik weet dat dit een bijna ritueel moment is.

 

Deel dit artikel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *