De catacomben

Het romantische verhaal dat christenen tijdens de vervolgingen in de catacomben leefden is negentiende-eeuwse fantasie, schrijft Rob van Essen na zijn ervaringen in het ondergrondse.

We hebben ons er bij neergelegd dat het Colosseum en Forum Romanum onbereikbaar waren. De aantallen bezoekers lijken wel geĆ«xplodeerd! Dankzij het advies van de receptionist van hotel Casa Valdese – de deugd van de gastvrijheid is niet verloren gegaan bij deze protestanten – arriveerden we met metro en bus ’s ochtends bij de catacomben van Callistus. In de tufsteen, op het gebied van een rijke bekeerlinge, zijn tussen de tweede en vijfde eeuw honderden kilometers gangen gegraven waarin de doden werden bijgezet. Er zijn zo’n zestig van die catacomben, waarvan er maar enkele te bezoeken zijn en waar in totaal zo’n vijf miljoen christenen moeten zijn begraven.

Als een gang ‘vol’ was, groef men een verdieping naar beneden, dus de hoogste grafnissen zijn de oudste. Het romantische verhaal dat christenen tijdens de vervolgingen in de catacomben leefden is negentiende-eeuwse fantasie. Er werden soms missen opgedragen en tijdens vervolgingen werden bijvoorbeeld de lichamen van Petrus en Paulus (zo schijnt het) tijdelijk veilig gesteld in de catacomben van Sebastiaan. Onderduiken kon je als levende beter in de ‘mierenhoop’ Rome, waar toen zo’n miljoen mensen woonden.

In Rome is het altijd weer afwachten of iets open is of dat je net na het aanbreken van de siƫsta komt. Wij arriveerden bij de catacomben van Callisto aan de krappe kant. Maar ik hoorde roepen: Nederlands! Wat bleek, leerlingen van het Gomarus-college in Groningen begonnen juist aan hun rondleiding! Gastvrij werden we opgenomen en de Vlaamse priester van de Salesianen van Don Bosco nam ons mee met zijn kennis en nuchtere vroomheid. Hij vertelde en passant dat hij de laatste Nederlandstalige gids is, want ook bij de Salesianen ontbreekt het aan nieuwe aanwas.

Van Callistus liepen Neeltje en ik over de Via Appia Antica naar de catacomben van St. Sebastiaan. Het is de beschermheilige van de schutters, kennelijk omdat hij zelf enige welgerichte schoten overleefd had. De welgevormde heilige schijnt ook in homoseksuele kring sympathisanten te hebben, maar dat vertelde onze charmante Italiaanse gids er niet bij. Wat mij in de catacomben opviel waren de talloze kindergraven.
Hoe kort geleden is het trouwens in ons land dat de kindersterfte groot was. Toen mijn kleine zusje longontsteking had waren er nog geen antibiotica. We moesten maar afwachten of ze de crisis zou overleven, zei de huisarts.

Treffend zijn ook steeds weer de symbolen bij de graven: een duif, een vis, Noach, Jona in de vis. De vroege gemeente van Christus leefde met en van de verhalen van uitredding en hoop. De catacomben waren ‘slaapplaatsen’ (coemeteriums), waar men wachtte op Christus’ roep ten leven. Bijzonder bij de catacomben van Sebastiaan zijn de talloze inscripties die bedevaartgangers rond de vijfde eeuw achterlieten: ‘Petrus en Paulus bidt voor ons!’ Op onze wandeling tussen de graven kon ik het wel begrijpen. Zeker, enerzijds lijkt de dood oppermachtig in de duistere aarde. Maar in teksten en afbeeldingen en de wijze van begraven wordt het geloof en de verwachting van een gemeenschap uitgedrukt. En als we in de eredienst met de gelovigen ‘op aarde en in de hemel’ Gods lof zingen, waarom dan ook niet erop vertrouwen dat zij onze roep om ontferming tot de hunne maken?

Als dat al in de tijd van de ongedeelde kerk gebeurde, dan lijkt mij dat geen ‘Roomse’, maar een troostende gedachte.

Rob van Essen, onder andere emeritus-predikant en redacteur bij Kerk in Den Haag, schrijft dagelijks over de magie van Rome.