Verse Theologie: Ongelofelijk

Zo even voor Pasen zat ik in de Doelen bij de uitvoering van de Matthäus-Passion. Het programmaboekje legde uit: ‘Tijdens elke dienst op Goede Vrijdag werd in het lutherse Duitsland van de achttiende eeuw het koraal O Lamm Gottes, unschuldig door alle aanwezigen gezongen. Ook bij de uitvoeringen van Bachs Matthäus-Passion. (…) Door ook in 2018 voorafgaand aan de Matthäus-Passion met alle bezoekers dit koraal te zingen, wordt een eeuwenoude traditie hersteld en ontstaat er een directe band tussen luisteraars en uitvoerenden.’ En inderdaad, de organist snelde naar het Doelenorgel en zo zong de gehele zaal het genoemde lied.
Ik was verrast. Was het concert stiekem een beetje liturgie geworden, of de liturgie verdekt opgenomen in het concert? Vanwaar deze behoefte om iets van de kerkdienst terug te brengen in de concertzaal?

Ik moest aan mijn ervaring in de Doelen denken bij het lezen van Yvonne Zonderops boek Ongelofelijk: over de verrassende comeback van religie. Daarin beschrijft ze hoe ze ziet en hoopt dat religie haar maatschappelijke plaats weer inneemt na decennialang naar een plek achter de voordeur te zijn verwezen. Bewijzen kan ze het niet, maar ze neemt het begin van een omslag waar, om te beginnen bij zichzelf.
Mooi is het tweede hoofdstuk waarin ze de rol van religie beschrijft. Het gaat daarbij vooral om de rol van de christelijke traditie. Zou die de (morele) leegte kunnen vullen die onze hang naar efficiency en rationaliteit achter heeft gelaten in het publieke domein? De christelijke cultuur en erfenis zijn immers een bron van rijkdom; en waar tot voor kort de nadruk vooral lag op de nadelen van die cultuur en erfenis (benauwend!), wordt het tijd dat er aandacht komt voor wat ze aan goeds te bieden hebben.
‘Ik geloof wel in de kracht van de verhalen uit het christendom’, schrijft Zonderop. Ze beschrijft die verhalen in het vijfde hoofdstuk als ze met zevenmijlslaarzen door het Oude en Nieuwe Testament loopt en en passant de kerkgeschiedenis ook nog meeneemt. Hier haakte ik wel soms af, vooral door het historiserend lezen van bijbelverhalen (bijvoorbeeld profeten die ‘voorspellen’, terwijl dat toch echt hun taak niet is).

Zonderops pleidooi voor de waarde van het cultuur-christendom is tegelijkertijd een oproep aan cultuurchristenen om hun verantwoordelijkheid te nemen en deze rijke erfenis weer positief over het voetlicht te brengen. Of de kerken daar een rol in spelen, is voor Zonderop nog maar de vraag. Ze is er niet altijd positief over. Misschien dat haar ‘oude’ beeld van de kerk haar nog parten speelt. Ook de kerk seculariseert immers, maar ik zou zeggen: het is wél de plek waar die oude verhalen wekelijks (en vaker) klinken en de verbinding geoefend wordt. Wil het cultuur-christendom een blijvertje zijn, zal het toch ook ergens gevoed moeten worden.

Misschien was het dus toch niet zo heel toevallig dat er juist iets van die kerkelijke traditie terugkwam in de uitvoering van de Matthäus-Passion dit voorjaar in De Doelen. Toevallig niet, verrassend wel.

Rienk Lanooy

Yvonne Zonderop, Ongelofelijk: over de verrassende comeback van religie, Amsterdam: Prometheus 2018.