Ex-dakloze: ‘We zijn allemaal even kwetsbaar’

Sommige mensen leven in kwetsbaardere omstandigheden dan anderen. Maar ze hebben vaak juist meer kracht. Straatpastor Klaas Koffeman en ex-dakloze Marcel van Meurs kunnen erover meepraten.

Kwetsbaarheid is een thema waar Klaas Koffeman van het Straatpastoraat bijna dagelijks mee te maken krijgt. Met twee collega’s biedt Koffeman dak- en thuislozen en andere sociaal kwetsbare mensen een luisterend oor en indien gewenst helpt hij hen de weg naar de hulpverlening te vinden. ‘Als dakloze raak je wat sneller uit je evenwicht dan mensen die materieel gezegender zijn’, meent Koffeman. ‘Je wordt kwetsbaarder. Gezondheidszorg en goede voeding zijn dingen die toch wel onder druk staan.’ Het zijn zaken die – naast het hebben van een eigen huis – dikwijls net het verschil uitmaken tussen ‘straatburgers’ en ‘huisburgers’.
‘Straatburgers’ zijn volgens Koffeman niet per definitie kwetsbaarder dan degenen met huis en haard. ‘Ik zou eerder zeggen dat straatburgers in kwetsbaarder omstandigheden leven dan huisburgers, niet dat ze kwetsbaarder zijn. We zijn allemaal even kwetsbaar. Morgen kunnen we kanker krijgen of onder de tram lopen. Dan krijgt het leven een heel andere wending.’

Geluk gehad
Koffeman is in de loop van tien jaar straatwerk juist onder de indruk geraakt van de kracht van sommige mensen uit zijn ‘aandachtsgroep’. ‘Als je langdurig dakloos bent, moet je wel over kracht beschikken om dat vol te houden. Of mensen die hun verslaving achter zich weten te laten. Er is een kleine groep die dat zelf doet. Dat is kracht.’
Neem nou Marcel van Meurs, die stopte met drinken toen hij twee jaar geleden de sleutels van zijn woning in Scheveningen kreeg. Hij leefde tien jaar lang op straat en was naar eigen zeggen elke dag dronken. Marcel kreeg onderdak via het Housing First-project van de Landelijke Instelling voor Maatschappelijke Ondersteuning en Rehabilitatie (LIMOR), die hem financieel ondersteunt en helpt bij het aanpakken van zijn schulden. Hij heeft geluk gehad met Housing First, benadrukt Marcel. ‘Het is de beste deal die je kunt hebben om financieel op orde te komen.’
Om er in één adem op te laten volgen: ‘Terug in de maatschappij is een ander verhaal.’ Marcel zit de hele dag binnen. Contact met de buren heeft hij niet. ‘Ik zeg gewoon dat ik van straat kom en dan hebben ze al een oordeel.’ Met een gebaar naar de televisie: ‘Dit is mijn enige vriend. Je zit hier gewoon te vereenzamen, toch? Als je van de straat komt en je gaat thuis zitten, dat wordt hem niet. Je moet wat te doen hebben overdag, anders word je gek. Je moet werken of naar school gaan.’

Echt mooi
De geboren Poeldijker denkt regelmatig met heimwee terug aan zijn tent in de duinen van Meijendel, op een steenworp van zijn huis. ‘Daar heb ik bij elkaar wel vijf jaar in gezeten. Zo, het was echt mooi daar.’ Soms mist hij het vrije leven van rondlopen met een blikje bier of een fles wijn in zijn binnenzak, in een voortdurende roes van dronkenschap. ‘In die zin heeft dakloos zijn wel iets. Je lacht twintig keer op een dag. Hier zeg je twee zinnen in twee dagen.’ Tegen Precious, de kleine witte hond die hem gezelschap houdt: ‘En nu moet ik nog aan het werk komen en dat wordt een probleem.’
Marcel wil graag een opleiding tot kraanmachinist volgen. Hij ziet het al helemaal voor zich. ‘Dan bellen ze me op: joh Mars, kun je effe een hijssie doen?’ Misschien kan hij dan nog een gezin beginnen, hij kan nog twintig jaar werken. Volgens Marcel vergoedt LIMOR slechts de helft van de kosten. Voor het resterende bedrag wil Marcel zich tot de sociale dienst wenden of desnoods premier Rutte een briefje in de hand duwen. ‘Dan komt het einde van mijn leven nog goed. Ik ga mijn best doen. Ik ben zevenenveertig, gek.’

Matthijs Termeer

Op de foto: Marcel van Meurs zit voor de buis, ‘mijn enige vriend’. Foto van Matthijs Termeer.