In-Druk: het zoet van het zwijgen

Zeggen wat je denkt is toch iets anders dan eerlijk voor je mening uit komen. Sinds Pim Fortuyn worden die twee nogal eens door elkaar gehaald. ‘Alles zeggen’, dat gebeurde al op verjaarsvisites en aan de tap. Maar sinds er internet is, roepen mensen in de microfoon of op sociale media wat in ze opborrelt. Probleem is trouwens dat velen die zeggen wat ze denken, vinden dat ánderen dat niet mogen.

Los van de vraag of racisme en belediging wettelijk door de beugel kunnen, bevordert verbale diarree het samenleven niet. Ik heb Amerikaanse vrienden – écht aardige mensen – die onder andere ten aanzien van wapenbezit betreurenswaardige opvattingen hebben. We hebben het daar wel eens over gehad, maar een oceaan van theologie en patriottisme scheidde ons. De verleiding is dan groot om ze af te schrijven: ‘Bekrompen geesten, fundamentalisten, witte Angelsaksische protestant (wasp).’
Maar toen mijn vrouw veertien jaar geleden stierf, gebruikten zij hun Europese trip om mij thuis te komen troosten. En zij verheugden zich met mij, en stelden hun huis open, toen ik mijn nieuwe partner voorstelde. Mensen zijn meer dan hun meningen en oprispingen.

De discussie rond de Nashville-verklaring vloog voor mij uit de bocht toen opstellers ervan als ‘achterlijk homohatend zwarte kousenvolk’ werden weggezet. Zover ik kon nagaan hielden moslims zich verstandig op de vlakte, blij dat hen nu eens niet de maat genomen werd. Vrijheid van mening – welke dan ook – levert helaas haatmail en twitterterreur op. Vergeten is dat nog geen vijftig jaar geleden homoseksualiteit als een afwijking werd gezien. In mijn familie woonde een oom een leven lang samen met een vriend, maar daarover werd kies gezwegen.

De burgemeester van Amsterdam riep dat ‘liefde geen grenzen kent’. Anderen vonden het belachelijk dat je ‘het’ wel mag zijn, maar niet mag doen. Ik begrijp de emotie erachter, maar het is niet mijn mening. Zulke woorden kunnen pedofiel gerichte mensen immers pijnlijk in de oren klinken. Want ook de pedofiel die geen kind krenkt, wordt een paria als zijn geaardheid aan het licht komt. Tot mijn vreugde vroeg een Vrijgemaakt Gereformeerd pastoraal werker onlangs begrip voor hun eenzame strijd.

Als dienstweigeraar beschouwde ik militairen (en er waren er velen om mij heen in Ermelo) als potentiële moordenaars. Heerlijk om met mijn mening aan de goede kant te staan! Maar niet veel later leerde ik dominee Krijn Strijd kennen, pacifist en verzetsman tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tot verbijstering van vrienden zette hij zich na de oorlog pastoraal in voor ‘foute’ Nederlanders die gedetineerd waren. Nu de vrede getekend was, moesten zij ook gezien worden als mensen die God een nieuwe kans wil geven. Ook binnen de kerk kon je daarover van mening verschillen.

Laat daarom wat je denkt rijpen tot het een mening waard is. En dan nog…mijn beste vrienden hebben mij ondanks ‘mijn meningen’ vastgehouden en verdragen. Bij domme en al te boute uitspraken zwegen ze liefdevol. Ze zeiden niet wat ze dachten, want ze kenden mij beter dan ik mijzelf.

Tekst: Rob van Essen