Ze komen van ver

Terwijl ik al moest nadenken over m’n diensten in de veertigdagentijd, zat ik met mijn hoofd in de laatste maanden van 2020. Voor de Bijbelse dagkalender moesten mijn korte overwegingen eind februari verstuurd worden. Lijdenstijd en eindtijd vielen even samen, maar misschien is dat in het geleefde leven ook wel zo.

Hoe dan ook, de klus was geklaard, we besloten onszelf met een dagje Antwerpen te fêteren. De aankomst in Antwerpen-Centraal was al een feest. Het is het station waar negen jaar geleden de flashmob werd opgenomen, waar gewone passanten samen ‘Do Re Mi’ uit de Sound of Music zongen en dansten. Geen zang nu, maar wel een lieve dame van de VVV die ons zoveel info over haar stad gaf dat we nog jaren terug kunnen komen.

Eerst naar de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal! Er is momenteel een expositie – Reünie – van Vlaamse meesters die vroeger de altaren van de gilden sierden. Op de schilderijen episodes uit de bijbelse verhalen en legenden. De kerkruimte is een feest van kleur! Aan één wand staan negen biechtstoelen uit de zeventiende eeuw, waarvoor twaalf mansgrote apostelfiguren en twaalf beelden die het biechtproces verbeelden: van bekering tot gemoedsrust. Ook op andere plaatsen in de kerk signaleerde ik nog een aantal biechtstoelen. Ik moest even aan de ironische opmerking van Heinrich Heine (18e eeuw) denken: ‘God zal mij vergeven, dat is zijn baan.’

Geen beeld om gedachteloos langs te lopen: wat gebeurt hier?

Is het ironie of ernst, vroeg ik mij af bij het beeld van Jan Fabre: ‘De man die zijn kruis draagt.’ Geen gebogen man van smarten, maar een keurig, gepolijst bronzen meneerke, die een kruis op zijn uitgestoken hand in balans houdt. Geen beeld om gedachteloos langs te lopen: drágen wij ons kruis of spelen wij er een spel mee?

En toen stond ik bij de St. Jozefkapel, waar ik, in blauw, wit en goudkleur geschilderd, allemaal voorwerpen zag die mensen zoal meedragen. Een boodschappentas, een tandenborstel, een rugzak, een vioolkist, allemaal van brons. Zo realistisch dat het vervreemdend werkt. Wat gebeurt hier?

‘Zie je dat het allemaal op matrassen – ook in brons uitgevoerd – ligt?’, zei mijn vrouw. Inderdaad! Maar de mensen ontbraken. Op deze wijze brengt Koen Theys, de kunstenaar, het verhaal van de vluchtelingen in de kerk. Juist omdat je de hoogstpersoonlijke eigendommen ziet die achtergelaten zijn. Of worden ze nog opgehaald? En dát in de kapel van St. Jozef. Voor hem en Maria was er geen onderdak in Bethlehem.

Zo overlappen lijdenstijd en eindtijd elkaar hier weer. Een verdronken kind, kleumende vluchtelingen aan een hek, in de rij voor eten: vreselijke beelden. En daarna lachen om De Luizenmoeder. Maar in de kerk van de moeder der moeders lukt het Koen Theys mensen een gezicht te geven, mensen die wij nog nooit hebben gezien. Ik zie meer dan op welke foto ook. Ze zijn als ik: hebben een rugzak, dragen een hoed, spelen viool of blokfluit, hebben een mobiele telefoon. Dimitri Verhulst schreef een gedicht bij dit kunstwerk.

Eén regel daaruit moet voldoende zijn om naar Pasen te verlangen: ‘Men komt van ver om stil / te sterven in uw straten’.

Door Rob van Essen