De brede horizon van Bahá’i-gelovigen

De Haagse Bahá’i-gemeenschap heeft veel aandacht voor de morele ontwikkeling van jongeren. Twee leden vertellen over het jeugdwerk dat zij doen en hoe hun geloof nieuwe inzichten bracht. ‘Je kunt een positief rolmodel voor jongeren zijn.’

In Den Haag bevindt zich het Nationaal Bahá’í-centrum. Volgens Bahá’ís komen alle religies uit dezelfde bron voort: er is één God, ongeacht de namen die de verschillende religies aan hem geven.

Sherene Devid is opgegroeid in een Bahá’í-gezin: ‘In het begin heb ik het Bahá’í-geloof vrij persoonlijk geïnterpreteerd, ik zei mijn gebeden en bezocht de vieringen. Maar op mijn 21e ben ik naar een jongerenconferentie in Frankfurt gegaan en daar zijn mijn inzichten veranderd. In die conferentie werd benadrukt dat je een voorbeeldfunctie hebt voor de komende generaties. Toen besefte ik: je kunt bijdragen aan de samenleving, je kunt een positief rolmodel voor jongeren zijn. Sindsdien leid ik jeugdgroepen waar ik gesprekken met jongeren voer over identiteit en morele ontwikkeling. Ik leer daar enorm veel van. Deelnemers aan die groepen komen uit alle hoeken en gaten van de samenleving. Nadat ik met mijn masterstudie pedagogische wetenschappen klaar was, heb ik een “jaar van dienstbaarheid” gedaan, voornamelijk gericht op het contact met jongeren. Ik leid nog steeds jongerengroepen en praat bijvoorbeeld met ze over wat vriendschap betekent. Het betekent ook dat je vreemdelingen goed bejegent, dat je niet in je eigen bubbel blijft hangen, maar dat je daar uit durft te stappen. Vorige week vroeg ik een Chinees meisje op straat of zij mij de weg wilde wijzen. Dat deed ze en als dank heb ik haar uitgenodigd voor een kop koffie. Ze vertelde mij dat ik de eerste Nederlander was die haar vroeg om samen iets te drinken.’

Nu is Sherene klaar met haar studie. Zij werkt drie dagen per week op het Bahá’í-centrum voor Externe Betrekkingen en doet daarnaast vrijwilligerswerk.

‘Je kunt een positief rolmodel voor jongeren zijn.’

Wim van Nispen, voorzitter van de Plaatselijke Geestelijke Raad van de Haagse Bahá’í-gemeenschap, komt uit Brabant, waar hij in een katholiek gezin is opgegroeid. Na zijn studie Nederlands belandde hij als docent op een protestantse school in Lelystad, waar hij moest  wennen aan de strenge cultuur: ‘Ik heb daar echter wel mijn vrouw leren kennen. Zij werd kort na ons trouwen lid van de Bahá’í-gemeenschap. Ik vroeg me in het begin wel af: is dit nou een sekte? Maar ik voelde me er direct thuis. Na negen jaar onderzoek en meedoen ben ik ook lid geworden. Dat proces vroeg veel tijd, want ik moest het stap voor stap ontdekken. Wij verhuisden naar Den Haag waar ik op een katholieke school, het huidige Hofstad Lyceum, les ging geven. Ik moest erg wennen aan het idee dat katholiek zijn in Den Haag iets totaal anders was dan in Brabant. Er was – en is – hier veel meer openheid voor andere geloven. Ik heb in al die jaren hier meegemaakt dat de school van katholiek, protestants-katholiek werd en nu een lyceum zonder religieuze identiteit is. Maar dat betekent niet dat er geen aandacht is voor religie. Ik praat veel met leerlingen over wat zij geloven en hoe zij daarmee omgaan. Jongeren staan er erg voor open om over hun geloof te praten. De gesprekken zijn ontspannen en er is oprechte interesse voor elkaar. Dat heeft alles te maken met het uitgangspunt dat elke religie goed is.’

Wim’s levensweg van katholieke Brabantse jongen naar de man die open staat voor alle religies loopt vrijwel gelijk op met de groei naar culturele en religieuze verscheidenheid van het Hofstad Lyceum: ‘Alle culturen, nationaliteiten en religies zijn vertegenwoordigd. Ik ervaar dat als een enorme rijkdom!’



Alle religies uit dezelfde bron

Het Bahá’í is een religie die over de hele wereld verspreid is. Stichter is Bahá’u’lláh, een Perzisch edelman, die in 1863 op 46-jarige leeftijd verkondigde een boodschapper van God te zijn en vervolgens vele geschriften openbaarde. Volgens Bahá’ís komen alle religies uit dezelfde bron voort: er is één God, ongeacht de namen die de verschillende religies aan Hem geven.
Leden worden geacht naast studie over de eigen religie ook kennis te nemen van alle grote wereldreligies. De organisatie kent geen hiërarchische verhoudingen. Plaatselijk organiseren zij meditatieve bijeenkomsten en ze hebben in het bijzonder aandacht voor kinderklassen en jeugdgroepen, waar vooral ethische waarden worden overgedragen. Daarnaast richten zij zich op de samenleving door sociale projecten te initiëren.
Het Bahá’í-geloof heeft het tot stand brengen van de wereldvrede als doel. Eenwording van de mensheid is daar onlosmakelijk mee verbonden. Meer informatie: bahai.nl.


Tekst en beeld door Greet Kappers