‘Me-too’ in de Bijbel?

Me-too in boekvorm’, vindt de één. ‘Emancipatie avant-la-lettre’, de ander. Vrouwen in de Bijbel – dat onderwerp roept uiteenlopende reacties op. Hoe zit dat met u? Welke verhalen en beelden komen bovendrijven als u daar een minuut bij stilstaat?

Zelf heb ik me zeven jaar intensief met bijbelse vrouwen beziggehouden, en dan vooral met vrouwen in het Oude Testament die meer zijn dan alleen een figuur in een verhaal. Vrouwen die met hun woorden, daden, of lichaam symbool staan voor hoe de schrijver naar het volk Israël kijkt, of naar God, of naar de relatie tussen beide. Soms levert dat romantische taferelen op, zoals in Jeremia 31:1-3. Op andere momenten zijn het verdrietige plaatjes: een weduwe, een verkracht meisje, of een moeder die om haar (geboren of ongeboren) kinderen rouwt.

Me too-vergrijpen

In nog weer andere teksten kom je best schokkende beelden tegen. Kijk bijvoorbeeld naar Ezechiël 16 en 23, waar de profeet het trouweloze gedrag van Israël met taal beschrijft die je eigenlijk alleen pornografisch kunt noemen. Om het nog erger te maken, lijkt in veel teksten het slachtoffer van seksueel geweld ook nog de schuld te krijgen. Maken Ezechiël en andere profeten zich inderdaad schuldig aan een literaire vorm van me-too-vergrijpen?

Profeet
Ezechiël. Fresco (1508-1512) van Michelangelo Buonarroti in de Sixtijnse kapel, Vaticaanstad.
1508-1512

Ik denk toch dat hier iets anders aan de hand is. In een wereld waarin mannelijkheid centraal stond en waarin het een rake belediging was als je een tegenstander voor vrouw uitmaakte (lees Jeremia 51:30 maar eens), slaan auteurs zoals Jeremia, Ezechiël en de auteur van Klaagliederen een unieke weg in. Ze gebruiken vrouwelijke beelden om iets te vertellen over hun eigen ervaringen, en om over te brengen hoe zij naar het volk Israël kijken. Aan de ene kant geeft dat aan hoe dramatisch of zelfs traumatisch de gebeurtenissen in hun tijd waren – de belegering en verwoesting van Jeruzalem, het einde van het koninkrijk Juda en de ballingschap in Babylonië. Blijkbaar waren alleen beelden van rouwende of verkrachte vrouwen sterk genoeg om de schok, het verdriet en de vernedering van dat moment uit te drukken.

Geen stoere mannelijkheid

Maar daarmee houdt het niet op. Via de pen van Jeremia, Ezechiël en andere schrijvers hebben ervaringen van het ‘zwakke geslacht’ een weg gevonden in het collectieve bewustzijn van Israël. Sterker nog: ze zijn deel gaan uitmaken van het zelfbewustzijn van Israël, van de manier waarop Israël naar zichzelf keek. In een wereld waarin succes vooral werd gemeten in termen van militaire overwinningen, ontstond ruimte voor een ander soort ‘succes’. Kijk bijvoorbeeld naar het boek Ruth, waarin niet macht maar zorg voor elkaar (zeker in die tijd iets dat vooral met vrouwen werd geassocieerd) centraal staat. Nog duidelijker wordt dit misschien in de figuur van de dienaar in het boek Jesaja. Een dienaar die weliswaar mannelijk is, maar absoluut niet het soort stoere mannelijkheid uitdraagt dat toen het ideaalbeeld was. Net als veel vrouwen in de wereld van toen werd hij geminacht, en toch wordt juist in en door hem iets van God zichtbaar.

Emancipatie? Misschien. In ieder geval verrassen teksten zoals deze me steeds weer door hun vermogen van de auteurs om óm te denken, om verder te kijken dan wat in hun tijd gebruikelijk was. En die uitdaging blijft actueel, hoe anders we inmiddels misschien ook tegen mannen en vrouwen aankijken.

Anne-Mareike Schol-Wetter

Op de foto: Ruth, vrouw in het Oude Testament.

Anne-Mareike Schol-Wetter is als hoofd Bijbelgebruik bij het Nederlands Bijbelgenootschap betrokken bij diverse projecten die tot doel hebben de betrokkenheid bij de Bijbel te vergroten. In 2014 is zij gepromoveerd op de vraagstelling hoe in verschillende teksten van het Oude Testament de relatie tussen God als man en Israël als zijn vrouw wordt verbeeld.