Haagse joden gaan het Plein op: ‘Docenten durven de Holocaust niet uit te leggen’

Met de toename van het aantal antisemitische incidenten groeit de zorg van joodse Nederlanders. Op het Plein demonstreerden ze onder de noemer ‘Keppel op’.

‘Nederland is waarschijnlijk wat minder tolerant dan we zouden willen’, zegt Simon Bornstein laconiek. De Amsterdamse rabbijn is eind mei naar het Plein gekomen voor ‘Keppel op’, een demonstratie tegen antisemitisme. De protestactie was georganiseerd door het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël (CIDI), dat in het geweer kwam tegen uitspraken van de Duitse coördinator voor antisemitismebestrijding Felix Klein. ‘Ik kan joden niet aanbevelen om altijd en overal een keppeltje te dragen’, aldus Klein, die een storm aan verontwaardigde reacties uit binnen- en buitenland ontketende.

Het CIDI spreekt van ‘een verwerpelijk advies’ en luidt de noodklok voor de situatie in Nederland, waar het kabinet drie miljoen opzij zet voor een landelijk actieprogramma tegen antisemitisme. Dat is hard nodig. Het centrum registreerde over 2018 een toename van 19 procent van het aantal antisemitische incidenten. ‘Antisemitisme mag nooit normaal worden’, spreekt voorzitter Hanna Luden de aanwezigen op het Plein toe. In haar toespraak memoreert ze dat zeventig procent van de Nederlandse joden uit veiligheidsoverwegingen regelmatig zijn davidsster of keppeltje af doet. Wie duidelijk herkenbaar is als jood, loopt het risico uitgescholden te worden, of erger.

Hoed of pet

‘Je moet er rekening mee houden dat je op verschillende manieren aangesproken wordt’, bevestigt rabbijn Bornstein, die geregeld in Den Haag komt en meestal een hoed of pet draagt. Met een keppel op krijgt hij met zowel positieve als negatieve reacties te maken. In de Wagenstraat vragen Turkse moslims hem soms even binnen te komen in de moskee. Ze weten dat hun gebedshuis vroeger een synagoge was en respecteren het joodse geloof. Bij de Koekamp spuugden twee moslims, volgens Bornstein Syrische salafisten, voor hem op de grond en voegden hem ‘We willen dat je doodgaat’ toe.

Hidde van Koningsveld, medewerker van het CIDI en woonachtig in de Schilderswijk, draagt zijn keppel altijd. ‘Ik denk dat je niet moet verbergen wie je bent. Als je die keppel afzet, verberg je je hele identiteit.’ Twee tot drie keer per maand krijgt hij in de wijk kreten als ‘hé meneer met de jodenpet’, ‘leugenaar’ en ‘kindermoordenaar’ te horen. Hoewel het CIDI dat met klem adviseert, doet hij al geruime tijd geen aangifte bij de politie meer. Het leverde geen resultaat op, ook niet bij een aangifte van bedreiging via Twitter door ‘een strijder voor de Palestijnen’. ‘Er is niks mee gebeurd’, zegt Van Koningsveld. ‘Er wordt te weinig vervolgd’, verklaart CIDI-woordvoerder Jonathan de Geus de lage aangiftebereidheid. ‘Met het overgrote deel van de aangiften wordt niks gedaan.’ De bewijsvoering is lastig, erkent De Geus, die voor meer cameratoezicht op straat pleit.

Taboe

Het centrum ijvert voor meer kennis over het jodendom en een toleranter klimaat. Op bepaalde middelbare scholen in de grote steden liggen lessen over het jodendom in de taboesfeer, veroorzaakt door de afwerende houding van islamitische leerlingen. ‘Op sommige scholen wordt niet eens onderwezen over de Holocaust’, zegt De Geus. ‘Docenten durven de Holocaust niet uit te leggen.’

Simon Bornstein was geschiedenisleraar op een school in Amsterdam-West en kreeg van de schoolleiding te horen dat hij beter kon vertrekken. Het was te gevaarlijk geworden voor een joodse docent.

Tekst en foto in de tekst: Matthijs Termeer