Verhalen aan zee (1): Laila en Adam

Greet Kappers (hoofdredacteur) loopt soms op strandwandelaars af, en knoopt dan – ongedwongen – gesprekken met ze aan. Dat levert bijzondere inzichten op. Ook over zingeving en geloof. De gesprekken schreef ze uit in interviews voor parochieblad Stella Maris. Kerk in Den Haag publiceert een reeks.

Een bleke zon schijnt en er staat een koud briesje, maar toch zitten er half februari alweer mensen op de bankjes aan de boulevard. Zo ontmoet ik Adam (19 jaar) en Laila (20 jaar).

Laila is geboren in Brazilië, maar woont sinds haar 13e in Nederland. Ze doet een HBO ICT opleiding, met als gevolg dat ze in haar vrije tijd familie en vrienden helpt met computerproblemen. Dochter van een Marokkaanse vader en een Braziliaanse moeder stroomt er warm bloed in haar aderen. Figuurlijk gesproken, want wat zij het meest mist in Nederland is de warmte tussen mensen: “Mijn moeder heeft het daar ook moeilijk mee, want niemand praat hier met je. Als je in Brazilië hulp nodig hebt, dan kun je dat twee straten verderop ook nog vragen. Het is hier allemaal wel goed geregeld hoor, maar het leven is wel erg op werk gericht. Na het werk blijft iedereen thuis achter z’n eigen voordeur. Dan heb je geen contact met anderen. Ik denk dat de technologie daar mede oorzaak van is. Via internet heb je snel contact met mensen, maar dat is niet hetzelfde als elkaar ontmoeten.”

Geen toeval

Beiden worden vaak geconfronteerd met vooroordelen. Laila: “Iedereen heeft hier vooroordelen, in Brazilië was dat echt heel anders. Daar is iedereen gelijk en word je niet aangekeken op uiterlijkheden. Ik ben moslima, maar ik draag bijvoorbeeld geen hoofddoek en daar hebben mensen snel een oordeel over. Waar het echter om gaat is de vraag hoe je in het leven staat en wat je doet met je leven.” Adam beaamt dit: “Als je bijvoorbeeld in een trainingspak rondloopt denken ze dat je maar wat zit te niksen, dat je niet werkt en niet studeert.” Het tegendeel is waar, want Adam doet een versnelde opleiding tot accountmanager in sales en marketing. Hij vervolgt: “Ik merk het ook in het werk. Ik ben als vakkenvuller aangenomen, maar ze pikken mij er makkelijk uit om bijvoorbeeld de wc’s schoon te maken. Ik denk niet dat dat toeval is.”

Moslims

Adam ziet hoe de samenleving sinds zijn kindertijd is veranderd: “Vroeger werd er in de wijk in Rotterdam waar ik woonde elke week wel iets voor de bewoners georganiseerd. Maar dat gebeurt nu niet meer. Nederland mag wel wat socialer worden in dat opzicht.” Adam is net als Laila moslim: “Ik ga niet vaak naar de moskee, maar ik wil wel meer met mijn geloof doen. Bezig zijn met je geloof is belangrijk om je leven te kunnen verbeteren. Ik zou vijf keer per dag willen bidden, ik zou meer om anderen willen geven, vrijwilligerswerk kunnen gaan doen.”

Adam vertelt over het bidden van moslims: “Vooral het vrijdag gebed is belangrijk. Je buigt je bij het gebed voorover omdat God de hoogste van ons allemaal is, uit respect voor God. En dat is goed, want we lopen al de hele dag aan onszelf te denken. Buigen wordt tijdens het moskeegebed afgewisseld met staan. Dan raak je met de zijkant van je voeten de voeten van je buren aan. Dat betekent dat je met elkaar bent verbonden en dat er niets tussen kan komen.”  Laila vult lachend aan: “Vroeger zeiden ze tegen de kinderen: als je niet tegen elkaar aan staat, bidt de duivel mee. Maar uiteindelijk gaat het niet om de vorm. Want je kunt wel 5 keer per dag bidden, maar als je niet sociaal bent, wat betekent dat dan nog?”

Tekst: Greet Kappers