Verhalen aan zee (4): ‘de man’ uit onze buurt

Greet Kappers (hoofdredacteur) loopt soms op strandwandelaars af, en knoopt dan – ongedwongen – gesprekken met ze aan. Dat levert bijzondere inzichten op. Ook over zingeving en geloof. De gesprekken schreef ze uit in interviews voor parochieblad Stella Maris. Kerk in Den Haag publiceert een reeks.

Hij is in april overleden, de man uit onze buurt, een wonderlijk type. Soms, maar dat is jaren geleden toen hij nog gezond was, stond hij ’s avonds buiten in het wilde weg te schreeuwen en te vloeken na een avond met teveel drank. Dan gingen de lichten in de buurt aan en keken we naar die eenzame man die daar voor zijn deur tegen niemand stond te schreeuwen. Beetje raar. Afstand houden. Het klinkt zo agressief, dat geschreeuw.

Hij kreeg kanker. Ziekenhuis in en uit, maar als hij weer thuis was zag je hem op z’n scooter op pad gaan. Soms vroeg hij of we even bij hem wilden komen om te praten. Hij vertelde dat de dagen lang waren en dat hij soms bij de YMCA ging eten, want dan at je weer eens samen met anderen. Hij had een goede vriend, maar die zwierf de wereld over en was er vaak niet. Eenzaam, zo zagen wij hem.

Shaggie en glas wijn

Onze buurvrouw rijdt voor de St. Welzijn Scheveningen oudere mensen tegen een kleine vergoeding Den Haag door. Ook deze buurtgenoot zou zij dit voorjaar naar het ziekenhuis rijden. Maar hoe lang ze ook aanbelde: niemand deed open. Uiteindelijk werd de politie gebeld die via de achterdeur het pand betrad. Niemand aanwezig. Achteraf bleek hij al in het ziekenhuis te zijn. Hij was in de Keizerstraat omgevallen en met de ambulance weggebracht. ’s Avonds was hij weer thuis, had zichzelf uit het ziekenhuis ontslagen en snakte naar een shaggie en een glas wijn. We hebben hem niet verteld dat we de politie hadden ingeschakeld. Hij was waarschijnlijk heel erg boos geworden. Een aanslag op zijn privacy.

Hij wilde dat wij een sleutel van zijn huis zouden hebben, voor het geval dat. Vertelde ons waar alle belangrijke papieren en adressen lagen. Zei erbij dat hij niet wilde dat iemand zijn hand zou vasthouden als het zover was. Dat hij alleen wilde sterven. Zonder gedoe. Die sleutel is er niet van gekomen. Op een nacht kort na dat gesprek in april is hij in zijn slaap overleden.

Kranten schreven over hem

Hij werd gecremeerd. En wat bleek? Onze bijzondere buurtgenoot bleek een vergeten rocker te zijn. Had eind jaren ’70 een paar zelfgeschreven rocknummers gemaakt die goed vielen. De crematie werd omlijst door stevige rock muziek, gespeeld door enkele bekende Haagse rockers. Er werd een succesnummer van hem op film vertoond: ‘Ik wou dat de afwas af was’. Wij wisten niet wat we hoorden. Onze moeizame buurman, een vergeten rockster? Kranten schreven over hem, op YouTube ontdekten we allerlei filmpjes van hem. Ook zijn eerste hit: ‘Ik kan ’t niet alleen’.

Wij dachten dat hij eenzaam was. Wie zal het zeggen? Wij, de mensen uit zijn buurt, wisten eigenlijk helemaal niets van hem.

Tekst: Greet Kappers