Verhalen aan zee (5): Inge

Greet Kappers (hoofdredacteur) loopt soms op strandwandelaars af, en knoopt dan – ongedwongen – gesprekken met ze aan. Dat levert bijzondere inzichten op. Ook over zingeving en geloof. De gesprekken schreef ze uit in interviews voor parochieblad Stella Maris. Kerk in Den Haag publiceert een reeks.

Aan het tafeltje voor de bakkerij van het Hofje van Noman in de Keizerstraat zit een vrolijk uitziende vrouw aan de koffie. Ik mag met haar praten en strijk gezellig bij haar neer met een kopje koffie. Ik praat met Ingrid (roepnaam Inge) Meere, ze is 66 jaren jong en een echte Scheveningse.

Haar moeder komt uit Indonesië, haar vader was een echte Scheveninger. Ze hebben elkaar ontmoet tijdens zijn diensttijd in Indonesië en hij heeft haar op haar 19e jaar meegenomen naar Nederland.

Inge vertelt dat ze tot haar 12e of 13e met haar zus elk jaar met haar moeder meeging naar de kerstnachtmis in de Antonius Abt. Wat dat voor haar betekende? “We keken er wel altijd naar uit. In sneeuw en kou ’s nachts naar de kerk, dat had wel wat.” Schaterend vertelt ze dat haar zus en zij tijdens de zegen met de wijwaterkwast tegen elkaar zeiden: “Bukken, bukken, daar komt ‘ie weer met die WC borstel! Dan waren we drijfnat en moesten door de kou weer naar huis.” Kerst heeft nu de betekenis van samen met de kinderen en kleinkinderen uit eten gaan. Gezelligheid, samenzijn. Maar heel toevallig was ze gisteren bij haar zus en vroeg ze met het oog op kerst en de kerstnachtmis: “En, gaan we nog….?”. Even later zegt ze “Kerk of niet, Gods huis is overal!”.

Bedankt hoor, daarboven!

Inge’s moeder overleed op haar 48e toen Inge nog een meisje was. Daarna is ze nooit meer naar de kerk gegaan: “Bedankt hoor, daarboven! De mooiste bloemen worden het eerst geplukt. Had een ander genomen!” Maar komende kerst wil ze met haar jongste kleinkind, Gwen van 9,  naar de kerk. Ze komt dan voor het eerst weer in de Antonius Abt. Over de reden waarom zegt ze: “Gwen is erg geïnteresseerd in van alles, is erg gevoelig, wil alles voelen, proeven, ruiken.”  Inge’s man overleed 3 jaar geleden en Gwen sliep de nacht na de crematie bij Inge. Ze vertelde de volgende ochtend: “Opa was bij me!” “Maar waarom heb je me niet wakker gemaakt dan?” vroeg Inge het kind. “Opa wilde dat niet, want je was zo moe.” Inge haalt haar schouders vragend op: “Ik geloof wel dat er iets is, maar wat? Een vriendin van me had een hartstilstand van 17 minuten. Ze vertelde naderhand dat ze boven geweest is gedurende die minuten. Ze wilde niet terug naar de aarde, maar ze moest. Ze zei tegen me: “Het is zo mooi daar boven, je hebt er geen idee van. Ik was er zo graag gebleven, maar dat mocht niet…” Ik geloof dat je eerst je taak op aarde moet vervullen voordat je dood kunt gaan.”

Zet de deuren open

Inge heeft wel ideeën over de Rooms-katholieke kerk: “De kerk gaat niet mee met zijn tijd. Ik kijk wel eens een mis op tv, maar vind het zo zwaar op de maag liggen, zo muf. Kan het niet luchtiger? Vroeger voelde de kerk ook zo zwaar aan, alsof je door een dikke mist heen moest lopen. De kerk zou meer open moeten zijn. Mensen in nood moeten letterlijk aan de deur kunnen aankloppen voor hulp.” Ze heeft ook wel een tip: “Doe wat meer voor de jeugd, want daar begint het toch mee. Zet de deuren open voor kinderen. Organiseer bijvoorbeeld een knutselmiddag voor kinderen, of ga kerststukjes met ze maken in de kerstvakantie. Zo komen de kinderen ook nog eens in de kerk!”

Tekst: Greet Kappers