Verhalen aan zee (6): Yvonne

Greet Kappers (hoofdredacteur) loopt soms op strandwandelaars af, en knoopt dan – ongedwongen – gesprekken met ze aan. Dat levert bijzondere inzichten op. Ook over zingeving en geloof. De gesprekken schreef ze uit in interviews voor parochieblad Stella Maris. Kerk in Den Haag publiceert een reeks.

Op een ander bankje dan mijn tijdelijke ‘hangplek aan zee’ zie ik een jonge
 vrouw in het zonnetje zitten. Ik vraag of ik even met haar mag praten. Dat mag. Ze heet Yvonne en is 49 jaar. Ze oogt veel jonger met haar glanzend zwarte haren.

Ze woont 23 jaar in Den Haag en komt oorspronkelijk uit Suriname. Ze heeft 3 kinderen, waarvan de jongste nog thuis is. Regelmatig terug naar Suriname gaat ze niet. Haar ouders zijn overleden, er zijn geen ‘naasten’ meer die ze regel-matig zou willen bezoeken. De vrijheid die je in Suriname hebt mist ze wel. Als je de binnenlanden in gaat zit je midden in de natuur. Zo heel anders dan het gecultiveerde Nederland. Ze vindt dat het leven in Nederland haastig is: “Hier is alles haast. Mensen hebben in Suriname nog tijd.”

In Suriname leeft alles met elkaar

Ik vraag of ze religieus is. “Ik ben niet religieus grootgebracht, ” zegt ze, en terwijl ze naar haar hart wijst: “maar als je hart maar schoon is. Er is maar één God, welke naam hij ook heeft.” Op de vraag welke vorm dat in haar dagelijks leven krijgt zegt Yvonne: “Wat ik kan, dat doe ik. Als anderen zeggen dat je iets op een bepaalde manier moet doen luister ik wel, maar ik doe wat ik zelf denk dat het beste is.” Dat geldt ook voor wat wel en niet mag en moet in de moslim gemeenschap waar ze deel van uitmaakt. Ze doet mee aan activiteiten als dat zo uitkomt, maar voelt er geen dwang of moeten in. Ze stelt haar eigen grenzen. Een beeld van de katholieke kerk heeft ze niet, ze verdiept zich niet zo in de verschillende religies. In Suriname leeft het allemaal naast en met elkaar, daar maakt het niet uit of je christen bent of moslim. Hoe christenen en moslims in Neder- land samenleven? Daar heeft ze geen mening over. Ze zegt daarover: “Iedereen moet zelf verantwoording afleggen aan God, dan hoef ik daar niet ook nog een mening over te hebben. Wie ben ik om daar iets van te vinden?”Het speelt door mijn hoofd: de grens tussen onverschilligheid en acceptatie is dun. Maar laat ik daar nou voor de verandering ook eens geen mening overhebben.

Ik word weer eens gewezen op een mooie gedachte die bij mij onder het stof
lag te kwijnen: wie ben ik om een oordeel te hebben? En iets van die Surinaamse cultuur mag ook wel wat meer ruimte krijgen: relax, je hebt niet alles in de hand. Het leven ontvouwt zich toch wel, ondanks jou.

Tekst: Greet Kappers