Schulden meestal niet ‘je eigen schuld’

Je kunt er zomaar in terecht komen, vervolgens erúít geraken is minder eenvoudig. Een straatpastor en een diaconaal opbouwwerker schetsen hoe moeilijk het is om langdurig in armoede te leven. Ze schetsen ook hoe we íéts kunnen doen.

Armoede is een veelkoppig monster. Straatpastor Kitty Mul en diaconaal opbouwwerker Kees Buist hebben in hun werk dagelijks te maken met stadgenoten die gebukt gaan onder zware schulden.

Zien ze verbetering of juist verslechtering optreden in de schuldensituatie van deze mensen? Buist: ‘Bij onze klanten van Kies! (sociale supermarkt Den Haag-Zuidwest) en de Voedselbank zie ik de armoede niet afnemen. Ze hebben vaak een laag inkomen en langdurige schulden. We hebben momenteel zo’n 250 huishoudens in ons klantenbestand, maar volgens de Armoedemonitor uit 2016 leven in deze wijken 11.000 mensen in armoede. Veel blijft voor ons dus verborgen.’ Kitty Mul ontmoet bij de nachtopvang van de Kessler Stichting veel mensen die door schulden dakloos zijn geraakt. ‘Ze zijn bijvoorbeeld belazerd door een ex-partner, of ze zijn door ziekte of een faillissement hun inkomen kwijtgeraakt.’

Beiden zien mogelijkheden voor verbetering. Buist: ‘Bij onze klanten begint de verandering soms door de gesprekken die getrainde vrijwilligers met hen voeren. Dan gaat het niet zozeer over hun problemen, maar bijvoorbeeld over de vraag waar ze over een jaar willen zijn en welke ambities en dromen ze hebben. Dat kan stimuleren om werk te gaan zoeken, een opleiding te volgen of mee te doen aan een activiteit. Maar ook praktische ondersteuning helpt.’ Mul ziet vooral verbetering wanneer daklozen weer eigen woonruimte krijgen. De keerzijde van de medaille is dat er veel te weinig betaalbare woningen beschikbaar zijn. ‘Er wordt niet gebouwd voor mensen met een minimuminkomen’, aldus Mul. ‘Er wordt wel veel gebouwd, maar vooral voor de middenklasse. Het stroopt dus helemaal op.’

Ingewikkelde regels

Buist ziet verslechtering optreden wanneer mensen door psychische of lichamelijke ziekten terugvallen en de schuldsanering niet rondkrijgen: ‘Wanneer je nieuwe schulden maakt terwijl je in de schuldsanering zit, mag je tien jaar niet meedoen. Er wordt weleens gemakkelijk gezegd dat het iemands eigen schuld is. Maar mijn ervaring is dat meestal externe oorzaken als ontslag, ziekte, overlijden of een misdrijf maken dat je in de financiële problemen komt. Uit onderzoek blijkt dat het je hersenen aantast wanneer je langdurig in de armoedestress zit, dus dan neem je niet altijd de financieel verstandigste beslissingen.’

Het langdurige karakter van schulden en armoede zien beiden als een groot probleem, waarbij ook maatschappelijke factoren meespelen. Mul: ‘Je blijft zelf verantwoordelijk voor je leven, maar in onze samenleving wordt het je wel moeilijk gemaakt. Enerzijds doet de gemeente veel door bijvoorbeeld te zorgen voor opvang, maar tegelijk heeft ze er ook een rol in dat mensen dakloos worden. Bijvoorbeeld door ingewikkelde regels en slechte fysieke bereikbaarheid van instanties. En mensen gaan kapot aan het beleid van boete op boete. Ze raken er enorm gefrustreerd of juist onverschillig van.’

Buist: ‘De overheid is misschien wel de ergste schuldeiser. Met de Belastingdienst is het bijna onmogelijk om te praten over schuldvermindering of -sanering, terwijl ook overheden niet letten op de wettelijke beslagvrije voet.’

Respect

Het armoedeprobleem is niet zomaar op te lossen, maar toch valt er door anderen – individueel of gezamenlijk – wel iets te doen. Buist: ‘Wat je kunt doen is politici, zowel je politieke vrienden als je tegenpolen, zien te interesseren voor het grote probleem van de armoede. Het is niet te vergelijken met armoede in het buitenland, maar in zo’n rijk land als Nederland moeten we dit probleem beter en humaner kunnen oplossen. Het geloof in de vrije markt zou moeten plaatsmaken voor een meer sociale maatschappelijke orde, waarbij de overheid meer voor haar burgers zorgt als ze in de problemen komen. Dat is uiteindelijk ook beter voor de economie en de maatschappelijke verbondenheid. Gelukkig zijn er ook goede initiatieven. Neem bijvoorbeeld Amargi en de Goede Gieren, met projecten die gericht zijn op het voorkomen van schulden. En bij Kies!, de Voedselbank en het nieuwe buurt-en-kerkhuis Shalom kunnen we ook altijd vrijwilligers gebruiken, ook mensen met schulden die mee willen doen.’ In oktober opent Shalom officieel haar deuren, waarbij het de mogelijkheden voor de buurt etaleert (Za. 5 okt. 14-17 u. Shalomkerk, Vrederustlaan 96).

Kitty Mul noemt nog iets anders: ‘Benader deze mensen met respect. In de ogen van velen zijn ze het afvalputje van de samenleving, maar je kunt ook veel van ze leren. Ga in ieder geval niet tegen ze zeggen wat ze allemaal moeten doen. Ze moeten al zo verschrikkelijk veel, en dan komt de zoveelste met advies. Realiseer je hoeveel geluk je zelf hebt en ga naast ze staan.’

Tekst: Irna van der Wekke