Fietsen naar de bron

Samen met z’n kleinzoon stapte Jan Schinkelshoek op de fiets, op weg naar de oorsprong van de Overijsselse Vecht. Onderweg ging het niet alleen over ADO.

Achteraf klinkt het veelzeggender dan bedoeld. Een fietstocht van grootvader en kleinzoon naar de oorsprong van de Overijsselse Vecht zou zo in het boekje kunnen als een symbolische zoektocht naar de bronnen.

De eerste dag al ging het niet alleen over voetbal. Nog maar nauwelijks zitten we op de fiets of het wordt filosofisch. ‘Zeg, opa, we gaan terug naar het begin, kijken hoe het begonnen is.’ ‘En wat er in de loop van de tijd van geworden is’, vul ik aan.

De schoolmeester in me kan het niet laten: ‘Ad Fontes.’ Terug naar de bron, om er inspiratie aan te ontlenen. Zo’n vleugje Latijn is aan hem besteed. Theodoor (voor mij sinds z’n geboorte ‘JT’) is een frisse, weetgierige knul van 11 jaar. Hij heeft zo’n grote belangstelling voor de klassieken dat hij dolgraag naar het gymnasium wil. Hij leeft zich uit met korfballen en is – vraag me niet waarom – groot fan van ADO.

Op stap

JT en ik hadden het plan opgevat om ter afsluiting van de vakantie een ontspannen fietstocht van een paar dagen te maken. Op aanraden van mijn vrouw Agaath kozen we een tocht opwaarts langs de Overijsselse Vecht, vanuit Vilsteren, vanuit de plek die voor ons een tweede thuis geworden is.

Dat is een soort traditie. Al in de jaren zestig maakte ik lange fietstochten met mijn vader. Zo’n 25 jaar geleden fietste ik wat af met mijn zonen, Dick en Sander. Als de tegenwind ons niet de adem afsneed, praatten we onderweg over van alles en nog wat.

Twee jaar geleden stapte Theodoor in. Vorig jaar gingen we voor het eerst samen op stap: een rondje langs het IJsselmeer, eigenlijk een half rondje – bij Stavoren pakten we de boot naar Enkhuizen.

Turfstekers

Terwijl we fietsen gaat het tussen JT en mij over van alles. Natuurlijk over voetbal, maar ook over thuis, school, vriendjes, politiek. Soms fietsen we zwijgend een paar kilometer achter elkaar tegen de wind. Maar de bron komt steeds weer terug. Zeker naarmate we dichter bij de bronnen van de Vecht komen. Waar komt alles vandaan?

Op een of andere manier nodigt het landschap er toe uit. De Vecht/Vechte kronkelt van vlak bij Münster tot boven Zwolle. Dat gebied heeft de naam een Nederlands-Duits niemandsland te zijn. Maar wie er doorheen fietst, voelt het verleden. Het is een streek – Salland, Bentheim, Münsterland – waar de geschiedenis z’n sporen getrokken heeft. Je bespeurt er verkalkte overblijfsels van godsdienstoorlogen uit de tijd van de Reformatie. Je voelt nasmeulende kerkelijke twisten (luthers, reformiert, altreformiert). Je komt langs een dorpje, getooid met de veelzeggende naam ‘Neugnadenfeld’, waar hernhutters rust probeerden te vinden. Je ontdekt in veengebieden voormalige werk- en strafkampen uit de oorlog. Je proeft de schrijnende sociale verschillen van indertijd tussen adellijke heren, eigengeërfden en turfstekers. Je ziet hoe de rivier in de loop der tijd mishandeld is.

Blijven zoeken

Wie teruggaat naar de bron, komt onderweg allerlei misvormingen, misgrepen en zelfs misstanden tegen. JT en ik praten er over: hoe dat zo komt? Nee, lang niet altijd opzettelijk. Soms onbedoeld, soms zelfs goedbedoeld. Of het te herstellen valt? Ja, soms wel, soms niet. Soms wordt het erger. Maar – heeft het dan wel zin terug te gaan naar de bron? Als permanente aansporing te blijven zoeken wellicht?

Vrijdagmiddag zijn we, na vijf dagen fietsen, aangekomen bij de bron van de Overijsselse Vecht. Er blijken er drie te zijn. Wat de ware is – daarover valt te twisten. Dat gebeurt dan ook.

Tekst: Jan Schinkelshoek

Jan Schinkelshoek is voorzitter van het uitgeversberaad van Kerk in Den Haag.