Ontkerkelijking? Er is meer, kijk om je heen

Wie alleen naar cijfers kijkt en niet naar wát er precies gemeten wordt, zou kunnen concluderen dat de ontkerkelijking oprukt en het christendom afkalft. Tal van initiatieven in alleen al Den Haag vertellen dat er een andere kant van de medaille is.

Op een verjaardagsfeestje kwamen beroepen ter sprake. Toen ik vertelde over Kerk in Den Haag, profeteerde een socioloog weinig goeds. ‘Zoek je heil alvast maar elders’, predikte hij, en schudde zó een rapport van het Centraal Bureau voor Statistiek uit zijn mouw, Sociale samenhang en welzijn (2018). ‘In 2016 noemde 54 procent van de Nederlanders zich kerkelijk of gelovig, in 2017 nog maar 49 procent. Binnen tien jaar is er niets meer van over. Slechts 16 procent bezoekt regelmatig een kerkdienst. Minstens eens per maand. In heel Europa…’ En zo ging het door.

Er is geen ontkennen aan. Het afgelopen decennium zijn zeker tien Haagse kerken onttrokken aan de eredienst: de grote volkskerken van weleer krijgen nauwelijks nieuwe aanwas. Zo bezien is het niet gek dat het CBS spreekt van ontkerkelijking. Er steken weliswaar nieuwe kerken de kop op, maar dan nog: de meeste jongeren rekenen zich niet tot een kerkelijke gezindte en zien zich niet als ‘gelovige’. Religiewetenschapper Monique Dijk-Groeneboer, die om de vijf jaar religiositeit onder middelbare schoolleerlingen onderzoekt, concludeert eveneens dat de meeste jongeren – reformatorische christenen en moslims daargelaten – zich weinig bij kerk en geloof kunnen voorstellen. In dat opzicht lijkt het christendom een afkalvende zaak. Toch is dat slechts één kant van de medaille.

De kroeg in

Bovengenoemde scholieren praten doorgaans niet met afkeer of schaamte over ‘de kerk’, en spreken met hun ‘gelovige’ leeftijdsgenoten veelal dezelfde taal als het gaat over waarden en wat niet waarneembaar is. Vaak nemen jongeren op latere leeftijd (vrijwilligers)werk bij levensbeschouwelijke organisaties. Daar kan Louise Den Hoed (37) over meepraten: ‘Van huis uit ben ik niet gelovig opgevoed. De kerk vond ik vooral een mooi, oud gebouw. Zoals veel leeftijdsgenoten heb ik weinig traditionele kerkdiensten meegekregen. Maar de bijbelverhalen die ik her en der soms oppikte kon ik wel waarderen. Ik wilde meer weten en kwam terecht bij een pionierende geloofsgemeenschap in Rotterdam. Hier haal ik elke zondag mijn inspiratie.’ Louise werkt sinds een jaar zelf als ‘pionier’ bij LichtDelen: namens de landelijke Protestantse Kerk verkent ze in Loosduinen hoe je een eigentijdse kerkgemeenschap kunt vormen. ‘Ik wil een gemeenschap opzetten van buurtgenoten die naar elkaar omzien. Daar hoef je niet “gelovig” voor te zijn. In gesprekken over de zin van het leven merk ik dat zelfs mensen die zeggen niet te geloven, juist heel spiritueel zijn. Ze vermoeden dat er meer is tussen hemel en aarde, koesteren hoop, vinden liefde voor elkaar belangrijk. Geloofsverkondiging past niet bij hun levensstijl, ze willen niets voorgeschoteld of opgelegd krijgen, maar geloofsverkenning brengt ze – via ongedwongen gesprekken – snel in de buurt van zingeving en bijbelse inspiratie, Jezus en God.’ En dàt zijn de mensen met wie Louise pioniert om ‘de wijk mooier te maken’.

Axel Wicke is predikant bij de Maranathakerk, ook hij vindt dat de toekomst van de kerk afhangt van degenen die haar aan de man brengen. Daarom drinkt Axel iedere maand een pint aan de bar van Café De Freule. ‘Enkele jaren geleden zeiden m’n 20-jarige vrienden van de catechisatiegroep: “Ga de kroeg in. Een predikant in het wild vind je niet zo gauw, en er zijn vast genoeg mensen buiten de kerk die over zingeving willen praten.” Op die manier maakte ik bijvoorbeeld kennis met een vrouw die lang geleden de kerk de rug had toegekeerd. Vier jaar later werd ze voorzitter van onze kerkeraad. Zo zie je maar: gezelligheid en geloof gaan goed samen.’

Levensvragen

Louise, Axel en vele anderen maken met hun blik naar buiten het kerkelijke leven vruchtbaar, divers en aantrekkelijk voor een breed publiek. Zo zijn er legio andere voorbeelden.

In Den Haag vinden 20-40’ers bij pioniersplekken en kleinschalige jonge kerken, de ruimte om over levensvragen te praten en vrienden te maken. Niet onbelangrijk als je weet dat, volgens onderzoek van EenVandaag, zo’n 40 procent van de 16-34-jarigen minstens eens per maand eenzaamheid ervaart vanwege een gebrek aan oprechte aandacht.

Vitaliteit vind je ook in de kerken die nu buurt-en-kerkhuis zijn, zoals de Shalomkerk en Bethelkapel. Ze betrekken hele volksbuurten bij hun activiteiten voor mens en maatschappij. Buurtbewoners krijgen er niet alleen hulp, maar worden ook helper of bedenken zelf nieuwe initiatieven. De budget-coaches, mantelzorgers, fietsenmakers, vrijwilligers van het voormalige kerkasiel, taaldocenten en vele anderen: zij maken de stad mooier.

Dan zijn er nog de culturele en levensbeschouwelijke programma’s, waarmee alle kerken gezamenlijk maandelijks honderden bezoekers inspireren of troosten. Van concerten en lezingen tot meditatielessen, het kan niet op.

En weten we wel hoe levendig de (rap in aantal toenemende) niet-Nederlandstalige kerken zijn? Veel geloofsgroepen en hun sociale activiteiten zijn niet eens bekend in de statistieken: ze kerken thuis of zoeken betaalbare ruimte. Kerk in Den Haag ontvangt hier maandelijks mails over.

Ik kijk met belangstelling uit naar onderzoeksrapporten over tien jaar. Zal er dan nog steeds sprake zijn van ‘ontkerkelijking’?

Tekst: Robert Reijns