Het leven loslaten – hoe doe je dat?

Oncoloog in opleiding Michiel Verboom ziet hoe verschillend patiënten reageren op hun naderende dood. Hij vertelt over zijn ervaringen: ‘Ook na slecht nieuws kunnen mensen “dankjewel” zeggen.’

Artsen werken op het grensvlak van leven en dood en hebben regelmatig te maken met het proces van loslaten, bij en van hun patiënten. Michiel Verboom is in opleiding tot internist en start deze maand met zijn specialisatie oncologie. Hij ziet en spreekt veel patiënten die niet meer beter kunnen worden.

Verboom: ‘Na de diagnose ben je samen met de patiënt meestal bezig met een ziektegerichte behandeling. Als die op een gegeven moment geen zin meer heeft, is het alleen nog symptoombestrijding. Vaak zijn er in deze periode nog vragen, ook van de familie, of er niet toch nog een nieuw medicijn is. Bij de vraag in hoeverre iemand kan loslaten, speelt de leeftijd natuurlijk mee, maar ook de hechting aan geliefden en naasten. Soms doen mensen bepaalde behandelingen voor hun partner, terwijl het van henzelf niet meer echt hoeft. Wie relatief alleen door het leven gaat, laat gemakkelijker los. We zien ook dat mensen die al lang ziek zijn en die de gebreken daarvan zijn gaan accepteren, juist veel moeite hebben om het leven los te laten. Er zijn anderen die, als er lijden bijkomt, dat niet willen meemaken. Zij willen dan geen behandeling meer.’

Zonsopgang

Michiel Verboom is zelf een bezoeker van de Kloosterkerk. Ondanks het feit dat hij als arts niet veel met patiënten over geloofskwesties praat, ziet hij wel dat het geloof in (een) God troost en vertrouwen kan geven. ‘Ik kan me een patiënt herinneren van de Gereformeerde Gemeente die werd behandeld voor kanker. Zij voelde zich gedragen door haar geloof en had zoveel vertrouwen dat zij vrede had met haar situatie, ongeacht het effect van de behandeling.’

Als mensen hebben geaccepteerd dat het is zoals het is, zie je vaak een bepaalde rust over ze komen. Juist dan kunnen er vragen over euthanasie spelen. Verboom: ‘Een patiënt vroeg mij een keer aan het eind van de dag of ik nog even langs kon komen. Ze zei: “Dokter, ik ben er helemaal klaar voor, ik heb het met mijn familie besproken en zij zijn het met mij eens. Kunt u het nu doen?” Er was tevredenheid, ook wel verdriet, maar volledige acceptatie. Ik kon dat natuurlijk niet zomaar direct doen en heb uitgelegd waarom niet. De volgende ochtend was ze toch blij dat ze de zonsopgang weer had gezien.

Het gebeurt ook wel dat de familie om de beëindiging van het leven vraagt. Bijvoorbeeld als mensen die al aan het overlijden zijn, in het stadium komen dat ze niet meer aanspreekbaar zijn. De familie die het sterven eerst moeilijk kon accepteren, vraagt op dat moment of het nu niet afgelopen kan zijn. Soms is de draagkracht dan weg na een maandenlang ziekbed en is er een snelle vorm van loslaten.’

Aandacht

Verboom kiest ervoor om zulke ervaringen op te doen. ‘Werk is bijzonder als het ergens om gaat, als het betekenis heeft wat ik doe. Op het moment dat iemand niet meer beter kan worden, kun je toch een goede dokter zijn door bijvoorbeeld pijn of benauwdheid te bestrijden. Er is waardering van patiënten en ook na een slecht-nieuwsgesprek kunnen mensen “dank je wel” zeggen. Daarnaast is het ook als arts noodzakelijk om te kunnen loslaten, anders zou ik dit werk niet kunnen doen. De molen van het ziekenhuis draait gewoon door en er zijn altijd weer nieuwe patiënten die je aandacht verdienen.’

Tekst: Jolly van der Velden