Eenzaamheid in de supermarkt

Omdat de Haagse Albert Heijnfilialen ‘meer willen zijn dan alleen een supermarkt’ zijn de medewerkers alert op eenzaamheid onder de klanten. Er is ruimte om een praatje te maken. Ook letterlijk, zoals in de vestiging Escamplaan. Daar staat een tafel met gratis koffie, thee en koek.

Het filiaal Escamplaan van Albert Heijn is nauwelijks open, of het vaste clubje mannen zit er al aan de koffie. De tafel waaraan ze zitten, staat tussen de babyspullen (luiers, billendoekjes) en de afdeling ‘dameshygiëne’ (met maandverband, Tena Lady en opvallend genoeg ook Tena Men). Op de tafel heeft iemand folders neergelegd over een kickboks-evenement. De levensloop van de mens in een nutshell.

Boven, in de bedrijfskantine, vertelt Yakup Demirocak: ‘Die mannen zitten er volgens mij iedere dag en blijven soms wel twee, drie uurtjes kletsen.’

Twintig minuten

Demirocak is teamleider en heeft een extra taak: hij is de eenzaamheidsmedewerker van dit filiaal. Deze functie is een jaar geleden in het leven geroepen door de Haagse Johan Roodenrijs van het filiaal Apeldoornselaan. Die vond dat er meer oog moest komen voor eenzame klanten en hij begon aan een bewustwordingstraject in Haagse Albert Heijnwinkels.

De koffietafel is speciaal neergezet om bezoekers de gelegenheid te geven om even rustig aan te doen, vertelt Demirocak. Het is een eigen initiatief van deze vestiging. ‘Ik denk dat de mannen van dat groepje zich minder alleen voelen sinds ze elkaar hier elke dag opzoeken.’

De tafel is niet de enige manier om de eenzaamheid van sommige klanten wat te verminderen. Demirocak is erop getraind om eenzaamheid te herkennen en geeft dan extra aandacht. ‘Je merkt het bijvoorbeeld als klanten vaak terugkomen. Of ze stellen vragen waarop ze het antwoord eigenlijk wel weten, alleen maar om even contact te hebben. Of ze laten het gesprek langer duren dan nodig is. Laatst werd ik gevraagd waar een product lag, ik liep mee en vervolgens stond ik twintig minuten voor dat schap te kletsen.’

Geen reclame

Demirocak loopt als teamleider vrij rond in de winkel en kan daardoor gemakkelijk een praatje maken. Maar ook bij vakkenvullers wordt het toegejuicht als ze daar tijd in steken. Hij merkt dat ze zijn voorbeeld volgen, en dat is precies de bedoeling. ‘Er is echt ruimte voor. Het gaat om de klant. Als een gesprek lang duurt, wordt daar niet moeilijk over gedaan. Dit is een onderdeel van ons werk, het draait niet alleen maar om productiviteit. Dat onderscheidt ons van onze concurrenten: wij reageren niet haastig. Als je bij AH begint, krijg je sowieso een training waarin benadrukt wordt dat je de tijd moet nemen voor mensen. Daar bovenop trainen wij nieuwe medewerkers om te herkennen wanneer klanten eenzaam zijn. Ik vertel ze dat we meer willen zijn dan alleen een supermarkt.’

De teamleider benadrukt dat er geen commerciële bijbedoeling is. ‘We maken hier geen reclame mee. We vinden het gewoon belangrijk om op de buurt betrokken te zijn. Op veel plekken zitten Albert Heijn-winkels, we bereiken wel vijf miljoen mensen. Dat geeft een bepaalde verantwoordelijkheid en biedt tegelijk kansen.’

Pal achter het filiaal Escamplaan staat WoonZorgPark Swaenehove. Bewoners komen naar de winkel, maar Albert Heijn gaat ook naar hen. Zo sponsort het filiaal sommige activiteiten met hapjes en drankjes. AH-medewerkers boden in de Week van de Eenzaamheid hun diensten aan bij een bingo. Demirocak: ‘Mijn collega’s vragen me vaak wanneer we weer gaan. Ik heb de oprechte dankbaarheid in de ogen van die bewoners gezien. Daarom ben ik daar nu ook vrijwilliger.’

De drie mannen beneden zijn inmiddels weg. Een man op leeftijd gaat zitten. Hij antwoordt éénlettergrepig op een opmerking over het weer en op de vraag of hij hier vaak komt. Hij neemt koffie en twee koekjes. En licht toe: ‘Ach, het staat ervoor, hè.’ Niet iedere koffiedrinker zit kennelijk om een praatje verlegen.

Even later schuift een jongere man aan. ‘Ik woon alleen, als ik dood ga zou ik zomaar drie dagen in m’n huis kunnen liggen. Dit hier is gezellig.’

Hij blijft lang zitten en praat honderduit.

Tekst en foto van Margot C. Berends